Banner

Heimito Von Doderer

De Strudlhoftrappen

Jurgen Boel - 09 oktober 2009

Onder literatuurliefhebbers is Robert Musils De man zonder eigenschappen een begrip, of zou het dat toch moeten zijn, evenals Joseph Roth’ De Radetzkymars, romans die op elk hun manier indrukwekkende analyses van een imperium, in casu de Dubbelmonarchie ofte Oostenrijk-Hongarije, in verval zijn. In De Strudlhoftrappen of Melzer en de diepte der jaren (1951) vertrekt Heimito Von Doderer vanuit eenzelfde achtergrond.

Waar Roth zijn roman laat eindigen in 1916 en Musil het jaar 1913 als vertrekpunt neemt, kiest Von Doderer voor een verhaal dat vijftien jaren bestrijkt, 1910 tot 1925. De achtergrond van een monarchie in verval biedt ook Von Doderer de mogelijkheid om zijwegen in te slaan en de condition humaine te bestuderen tegen een evoluerende maatschappij, met als leidsman Majoor Melzer, in 1925 een officier op rust en ambtenaar maar in 1910 slechts een onervaren luitenant.

Melzer is een gedroomde antiheld, een moderne Elckerlyc en leeg vat die de gebeurtenissen waarneemt en ondergaat maar er nooit ten volle aan deelneemt. Niet omdat hij dat niet wil, maar omdat hij er niet toe in staat is. Hij is te fantasieloos en te burgerlijk, hij heeft geen eigen mening die naam waardig en kan zijn eigen verlangens nauwelijks benoemen, in zoverre hij ze al heeft. Dat Melzer doorheen de roman en de tijd vaagweg een persoonlijkheid ontwikkelt, kan niet ontkend worden, maar bovenal laat hij zich meedrijven met de stroom en schuurt hij als water langs de hindernissen op zijn weg. Hij gaat er niet tegen in maar gaat ze doodeenvoudig voorbij. Hij is niet eens in staat de gebeurtenissen vorm te geven, laat staan te beïnvloeden.

Voor Von Doderer zijn Melzer en de Strudlhoftrappen twee dankbare kapstokken aan de hand waarvan hij de levens van alle andere personages (een dertigtal in totaal) kan uitdiepen. Die personages maken deel uit van verschillende klassen en hebben elk hun eigen temperament. Eén ervan uitlichten zou de andere onrecht aandoen, zozeer heeft Von Doderer hen in zijn meer dan achthonderd pagina’s tellend boek uitgewerkt. De ene staat niet boven de andere (al krijgt René Von Stangeler net als Melzer de meeste plaats toebedeeld), althans niet verhaaltechnisch. Ieder van hen heeft een geschiedenis te vertellen, en Von Doderer biedt hen de gelegenheid daartoe.

Opzienbarend zijn die verhalen overigens niet: dat Mary K. op 21 september 1925 een been zal verliezen in een ongeluk is zowat het meest spectaculaire dat te gebeuren valt, en die gebeurtenis geeft Von Doderer al in de eerste zin van het boek mee. Een zin die meteen de toon zet voor het hele boek: "Toen de echtgenoot van Mary K. nog leefde, hij heette Oskar, en zijzelf nog op twee fraaie benen door het leven ging (het rechter is er, vlak bij haar huis, op 21 september 1925 door een tram net boven de knie afgereden), verscheen een zekere dokter Negria ten tonele, een jonge Roemeense arts die zich aan de beroemde faculteit in Wenen specialiseerde en in het Algemene Ziekenhuis zijn assistentenjaren doorliep."

Von Doderer schetst hele levens in enkele zinnen maar stopt daar niet. Elk personage, hoe onbenullig zijn of haar rol ook mag zijn, krijgt een diepgang mee die Von Doderer in staat stelt het zielenleven van de mens bloot te leggen. Pagina’s lang vermag er nauwelijks iets te gebeuren, maar elke handeling wordt vastgelegd en haar gevolgen minutieus beschreven. Het louter verlaten van een kamer geeft aanleiding tot bedenkingen over de aard van gesprekken. Het boek puilt uit van de impressionistische beschrijvingen die de lezer tezelfdertijd doen duizelen en om meer roepen. Ze vragen een sprong in het diepe, wil men hun effect voelen.

De Strudlhoftrappen ligt zwaar op de hand. De meanderende verhaallijn waarbij een stoet aan personages zijn opwachting maakt en al even plots terug naar de achtergrond verdwijnt, maken het geen eenvoudig boek om te volgen. Von Doderers impressionistische schrijfstijl is vermoeiend, maar ook een streling voor oog en geest. Wie zijn tanden in De Strudlhoftrappen zet, doet er goed aan een eigen handleiding op te stellen, wil hij zich niet verliezen in dit labyrintische bouwwerk dat met recht en rede tot de Duitse canon wordt gerekend.

E-mailadres Afdrukken