Banner

Haruki Murakami

Blinde wilg, slapende vrouw

Jurgen Boel - 25 september 2009

De Japanse auteur Haruki Murakami is op korte tijd een "huishoudnaam" geworden. Zijn romans verkopen als zoete broodjes en weten dankzij een vaak uitgekiende mix van romantiek en magisch realisme een ruim lezerspubliek te bereiken. Dat tussen zijn output ook mindere boeken zitten, wordt daarom vaak met de mantel der liefde bedekt.

Doordat Murakami relatief laat in ons taalgebied bekend werd, volgen de titels elkaar snel op. Murakami (°1949) debuteerde in 1979 en bracht in totaal zeventien boeken (bundels met kortverhalen inbegrepen) uit, waarvan het gros intussen via uitgeverij Atlas (opnieuw) verkrijgbaar is. Wie vertrouwd is met Murakami’s werk zal bevestigen dat hij vooral weet te beklijven wanneer hij de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen. Hoe dikker het boek, hoe beter met andere woorden. Het is misschien niet zo toevallig dat Murakami een fervent hardloper is.

Een belangrijke reden voor Murakami’s succes op de lange baan is dat zijn verhalen tijd nodig hebben om zich te ontplooien en onder de huid te kruipen. De afzonderlijke hoofdstukken zijn niet meer dan vage puzzelstukken die schijnbaar nergens heen gaan en pas op het laatste (onder voorbehoud) hun innerlijke samenhang tonen. De absurde subplots, de zinloze uitwijdingen en nutteloze terzijdes krijgen uiteindelijk een plaats binnen het geheel. Bij zijn kortverhalen is dit vaak niet het geval. Murakami hanteert hier dezelfde stilistische ingrepen, alleen zorgen ze daardoor voor een onbevredigend gevoel: het verhaal stopt abrupt, zonder enige uitleg.

Na de aardbeving en De olifant verdwijnt waren twee niet onaardige bundels maar ze verbleekten bij de langere verhalen doordat ze onaf aandeden. Niet geheel verbazingwekkend dook een of ander kortverhaal uit de bundels op in een andere roman en kwam het opeens wel tot zijn recht. Ook bij Blinde wilg, slapende vrouw wordt die bedenking aanvankelijk gemaakt en duikt bijvoorbeeld het kortverhaal "Vuurvliegje" uit 1984 ook op in Norwegian Wood (1987). Toch is er iets anders aan de hand met Blinde wilg, slapende vrouw; na een tijdje kruipt het boek onder de huid.

Mogelijk ligt het aan de dikte van het boek. Door net geen vierhonderd pagina’s lang ondergedompeld te worden in de wereld van Murakami, ontstaat immers automatisch een gevoel van herkenning en verlangen naar dit vertrouwd maar o zo vreemde universum waar dagdagelijkse handelingen opeens absurd overkomen maar ook van levensbelang zijn. Murakami is een man van sferen, zolang ze maar de tijd krijgen om zich kenbaar te maken. Zijn vertel- en schrijfstijl zijn als een sluipend gif dat langzaam maar trefzeker zijn werk doet. Te vroeg afhaken, laat een gevoel van ongemak na maar ook niet meer.

De aparte verhalen onder de loep nemen, heeft weinig zin. De ene keer zijn ze pijnlijk banaal ("Het spaghetti-jaar", 1983), dan weer surrealistisch ("Op een plaats waar het te vinden zal zijn", 2005) of zelfs ronduit ontroerend ("De zevende man", 1996). De enige constante is dat de pen van Murakami er helder in doorschemert en dat ondanks de verschillende toonaard of invalshoek ze uit duizenden herkenbaar zijn als zijnde van zijn hand. Het geeft een eenheid aan de verhalenbundel waardoor het bijna een roman wordt, waarbij de puzzelstukken voor een keer niet in elkaar vallen. Maar het stoort niet.

Blinde wilg, slapende vrouw verzamelt kortverhalen die Murakami tussen 1983 en 2005 schreef. In het boek zijn ze in niet-chronologische volgorde gebundeld zonder dat dit opvalt. Het kan negatief begrepen worden dat Murakami gedurende tweeëntwintig jaar nauwelijks evolueerde als schrijver. Wie het boek echter gelezen heeft, weet dat dat onzin is: in 1983 had Murakami de grondslagen van zijn kenmerkende stijl al vastgelegd. De bundel vormt daar een bewijs van, maar toont ook aan dat Murakami ook in het kortverhaal schittert als de lezer de mogelijkheid en de wil heeft om zijn eigenzinnige universum te betreden.

E-mailadres Afdrukken