Banner

Aude Lancelin en Marie Lemonnier

Filosofen, liefde en lust

John Cossement - 11 september 2009

"Wat een pak slaag is, weten we wel; maar wat liefde is daar is nog niemand achter gekomen", schreef de Duitse dichter Heinrich Heine in de 19de eeuw. Aude Lancelin en Marie Lemonnier, twee uiterst bevallige Franse journalistes bij Le Nouvel Observateur (googelt u maar eens hun afbeelding, zegt de male chauvinist pig in ons) pogen aan de hand van 12 filosofen te achterhalen wat de liefde kan betekenen.

Recent Nederlands onderzoek toonde aan dat 4 op de 5 ondervraagden niet in monogamie geloven. Elke provincieweg lijkt met rendez-vous-hotelletjes en parenclubs bezaaid te zijn, het instituut huwelijk brokkelt onverminderd af, het onderhouden van meerdere liefdesrelaties (polyamorie) wordt bespreekbaar en een gebroken hart kan dodelijk zijn.
Niet enkel dichters en schrijvers, zo stellen de auteurs van Filosofen, liefde en lust, zeggen veel zinnigs over de liefde, ook wijsgeren denken na over de illusie van eeuwigheid die ze geeft en de verraderlijke bitch die ze kan zijn en over de manier om liefdespijn te boven te komen. Uiteraard is er geen consensus onder de verschillende filosofen, maar de twee Françaises slagen er, niet in het minst door hun meeslepende verteltrant, met verve in hun stelling te onderbouwen.

Het boek werd sierlijk vertaald en wie met een potlood in de aanslag leest, zal constant zinvolle passages onderlijnen. Toegegeven, de filosofen in kwestie zijn, met uitzondering van De Beauvoir en Arendt, van mannelijke kunne, maar de inzichten over de liefde en haar wispelturigheid zijn uitermate relevant. Het is heerlijk toeven bij de besproken denkers. Hun levens, beschouwingen en onderlinge samenhang worden boeiend aan de man gebracht. Zo voedt de libertijnse misantroop Lucretius (eerste eeuw voor Christus) de gitzwarte denkbeelden van een antimonogame en misogyne Schopenhauer, die finaal de romantische liefde aan diggelen slaat. De filosofie heeft de kunst steeds beïnvloed: op adequate wijze worden schrijvers als Proust en Houellebecq, doodgravers van de romantiek, aan de visie van azijnpisser Schopenhauer gelinkt.

Vele denkers waren brokkenpiloten in de liefde: Kierkegaard (hij verbrak zijn verloving en later, helaas te laat, betreurde hij die beslissing) en Nietzsche (in de ban van femme fatale Lou Salomé) zijn uiterst geschikt ter bestrijding van liefdesverdriet. Elk gesloten huwelijk zou de passussen over trouw en ontrouw tussen Heidegger en Arendt moeten doornemen en een geschikte peer als Montaigne is heerlijk om te lezen omdat hij in zijn Essais goudeerlijk de intiemste zaken bespreekt.
De libertaire verhouding tussen Sartre en De Beauvoir ("een elastiek spannen om te zien hoe ver het kan worden uitgerekt en het dan in één keer loslaten om te voelen dat men naar elkaar toe geslingerd wordt") en de daarbijhorende wijsgerige inzichten worden door de Lancelin en Lemonnier heel vakkundig uitgewerkt. Leuk zijn ook de rare gedachtekronkels: zo vond Kant masturbatie erger dan zelfmoord. Elke filosoof blijkt, zelfs al past hun ganse denkwereld niet in uw kraam, visies te ventileren waar u zich ongetwijfeld kan in vinden.

Van elke denker wordt aangetoond dat de biografie bepalend is voor zijn standpunten. Rousseau’s problematische verhoudingen met vrouwen, zijn gekwelde libido alsmede zijn theorieën over de liefde worden gestuurd door de dood van zijn moeder. En was het afzichtelijke uiterlijk van Sartre aanleiding tot krampachtig verleiden?

Boekenwinkels puilen uit met onzinnige, enthousiasmerende zelfhulpboeken à la De kracht van positief denken. Wanhopigen laten hun chakra’s healen of bellen naar AstroContact waar de verbale diarree het smetteloze porselein van de rede bespat. De filosofie, meesterlijk in populaire vorm gegoten door schrijvers en denkers als Alain De Botton, Friedhelm Moser of Bas Haring, biedt echter een onvergelijkbaar beter toevluchtsoord. Voor de zoekende mens en voor hen die de uppercuts van het leven en de liefde moeten pareren, is een boek als Filosofen, liefde en lust een verrijking. Het laatste woord is aan de wijze Epicurus: "De woorden van de filosoof zijn leeg als ze de ziekte van de ziel niet helpen genezen". Ook de uwe, Ignace Crombé.

E-mailadres Afdrukken