Banner

Arnon Grunberg

Onze Oom

Jurgen Boel - 16 januari 2009

Met Tirza bevestigde Arnon Grunberg definitief zijn status. De roman dook in menig lijstje op en kende op een enkele vals gestemde viool na alleen maar lof. Met Onze Oom is het duidelijk anders gesteld: de vele negatieve kritieken zijn vaak terecht, maar niet altijd om de juiste redenen.

Meer nog dan bij Tirza lezen de reacties op het boek als foute interpretaties omdat de realiteit en de waarheid te moeilijk zijn om onder ogen te komen. Maar Grunberg maakt het zijn lezers ook moeilijk door de waarheid ditmaal zo duidelijk te schetsen dat eenieder erover leest. Zo gaat de lezer op zoek naar een groot verhaal en naar een moralistisch standpunt dat er niet is. Het humanisme in Grunbergs werk is nooit zo duidelijk maar ook nooit zo verborgen geweest als in Onze Oom. Het is niet aan de boodschap dat iets schort, maar aan de aflevering.

Na de beslotenheid en kleinstedelijke versmachtende liefde in Tirza laat Grunberg ditmaal zijn licht schijnen over een niet bij naam genoemd Zuid-Amerikaans land dat -- hoe kan het anders -- ondergedompeld is in een burgeroorlog. Na een mislukte arrestatie van twee verdachten, besluit de leider van het arrestatieteam, majoor Anthony, om zich over Lina, de dochter van de gedode arrestanten te ontfermen. Hij gelooft oprecht dat dit zijn kinderloze huwelijk zal redden en zijn vrouw gelukkig zal maken. Alleen is die duidelijk een andere mening toegedaan.

Het kind zelf beschouwt het allemaal als een test die ze moet doorstaan en laat zich gedwee meevoeren en opvoeden door majoor Anthony. Wanneer deze laatste na een op voorhand tot mislukken gedoemde missie verdwijnt, besluit Lina dat het tijd wordt om terug te keren naar haar ouders. Na enkele omzwervingen wordt ze echter opgepikt door een lid van het rebellenleger en meegenomen naar de bergen. Wanneer een paar jaar later de rebellenleider, beter bekend als De Dirigent, haar daar opmerkt, keert ze samen met hem terug naar haar geboortestad. Ditmaal als jonge vrouw en rebel.

Het boek eindigt in een epiloog, een laatste blik op het leven van ondertussen op middelbare leeftijd gekomen Lina, maar in tegenstelling tot Grunbergs eerdere werken, Tirza, De Joodse Messias en De asielzoeker, komt het einde als overbodig en zelfs triviaal over. Hoeveel ook over de andere boeken en in het bijzonder hun respectieve eindes gediscussieerd mag worden, ze lieten niemand onberoerd. Bij Onze Oom daarentegen lijkt een schouderophalen bij de finale coda op zijn plaats. Een ophalen dat een boek lang mee loert over diezelfde schouder overigens.

Onze Oom laat de lezer om de verkeerde redenen verweesd achter en maakt het hem moeilijk om de vinger op de juiste wond te leggen. De onverschilligheid van het noodlot, hier treffend vormgegeven door het mythische wezen “Onze oom” waarmee zowel majoor Anthony als Lina kennismaken, is net zoals de klinische beschrijving van de lege levens typerend voor Grunbergs werk. Alleen spijtig dat het in dit boek niet de stem krijgt die het verdient, noch de impact die het behoort te hebben.

Met Onze Oom heeft Grunberg enkele stappen terug gezet. De gebroken karakters die in zijn vorige verhalen in weerwil van alles vasthouden aan regels, afspraken en gewoontes zijn ook nu aanwezig alleen valt het moeilijk met hen mee te leven. Er zijn opnieuw de rake observaties en de afstandelijk beschrijvingen die pijn doen, maar het verhaal zelf wil niet mee. Grunberg slaagt er maar niet in om alle eindjes aan elkaar te knopen en de oplawaai die in het boek verscholen zit ook echt te verkopen.

E-mailadres Afdrukken