Banner

Dimitri Verhulst

Godverdomse dagen op een godverdomse bol

Bart Rosseels - 21 november 2008

’t Begint bij het allereerste begin, ’t dendert in een rotvaart doorheen onze geschiedenis, ’t gaat geen smeerlapperij uit de weg, ’t is bijtend ironisch, ’t is een explosie van woorden, ’t eindigt met een explosie en ’t kan gemakkelijk in één ruk uitgelezen worden. ’t Is ’t nieuwe boek van Dimitri Verhulst.

{image}Tot zover onze poging om iets weer te geven van de stijl die Verhulst tweehonderd pagina’s aanhoudt. Het verwondert enigszins dat hij zijn roman de lange titel Godverdomse dagen op een godverdomse bol heeft gegeven, en het niet eenvoudig ’t heeft getiteld. Het hoofdpersonage, steevast afgekort tot ’t, is de mens. De roman is de kijk van de schrijver op de geschiedenis van de mensheid, vanaf het prille begin ("’t kruipt uit het water") tot de atoombom ("op hoop van vrede opent ’t het valluik").
Dimitri Verhulst is de nieuwe ster aan het schrijversfirmament in Vlaanderen, die in 2006 definitief doorbrak met zijn roman De helaasheid der dingen, waarmee hij enkele prestigieuze literatuurprijzen in de wacht wist te slepen. Zijn jongste roman werd fel gehypet omdat het in eerste instantie op de markt kwam als gratis exemplaar bij het weekblad Humo.

De stijl van de roman is uiterst vrolijk. Verhulst beschrijft de geschiedenis van de mensheid als betrof het een reisverslag van een bende jongeren op scoutskamp. Elke nieuwe uitvinding is een triomf, een bevestiging van de gestage opgang van de mens. Van elke bladzijde spat de vreugde om de geboekte vooruitgang. Zijn taalgebruik is eenvoudig, vaak doorspekt met typisch volkse uitspraken als "vooruit met de geit!" of "ander en beter!".
Deze stijl dient slechts als contrastmiddel met de boodschap van Verhulst, die bijzonder pessimistisch is: terwijl de wetenschappelijke kennis van de mens steeds sneller voortraast, en de technische evolutie niet te stuiten is, boekt de mens op moreel vlak geen millimeter vooruitgang. Door dit contrast is het verhaal voortdurend ironisch van toon.
Verhulst schetst de geschiedenis van de mensheid zonder één naam of datum te geven, zonder het verhaal in te delen in periodes of hoofdstukken, zonder oorzakelijke verbanden of verklaringen. Hij schetst slechts de razendsnelle evolutie van de mens, alsof hij het onder zijn ogen ziet gebeuren, zonder morele oordelen. Het geheel wekt niet de indruk dat de schrijver veel historisch onderzoek heeft gedaan. Eerder lijkt hij al zijn opgeslagen historische kennis in één lange woordenstroom te hebben uitgesmeerd, zonder zijn herinneringen te verifiëren. Wat maakt het ook uit of een uitvinding al eens te vroeg of te laat wordt gesitueerd, of hoe de Romeinse keizers aan hun einde gekomen zijn? Dit is geen historische roman, maar een Bildungsroman, met als hoofdpersonage de mens.

Pas in de laatste bladzijden is de triomf van de mensheid, die op elke bladzijde bejubeld wordt, en die Verhulst tweehonderd bladzijden lang naar een climax heeft laten groeien, compleet. Dan bouwt de mens de atoombom, de ultieme uitvinding die hem definitief kroont tot meester van de schepping. Nu heeft hij immers eindelijk de macht alles, zichzelf incluis, te vernietigen. In deze bladzijden, waarin de gevolgen van de ontploffing van de atoombom met een esthetische perversiteit worden geschetst, is Verhulst op zijn best.
De atoombom is voor Dimitri Verhulst een metafoor voor de macht en tegelijk de morele nietigheid van de mens, het thema waarrond hij zijn hele roman heeft opgebouwd. En dit is meteen ook het enige minpuntje aan zijn roman: het eindigt in Hiroshima. Sinds deze gebeurtenis zijn er toch weer zestig hectische jaren voorbijgevlogen, waarin de technische evolutie nogmaals in een stroomversnelling is geraakt. Valt er over de periode na Hiroshima dan echt niets meer te zeggen?

Nooit eerder hebben we een boek gelezen waarin de geschiedenis van de mensheid op zo’n wrange manier wordt verteld. Werkelijk niets wordt de lezer gespaard gebleven. Op het einde rest ons niets meer dan plaatsvervangende schaamte. Vooral voor de mannen onder ons. Want ’t is in de eerste plaats een man.

E-mailadres Afdrukken