Banner

Maarten Schinkel

Drie

Jurgen Boel - 10 oktober 2008

Wetenschappelijke romans zijn, in tegenstelling tot hun historische collega’s, op een hand te tellen. Nochtans biedt de wetenschap voldoende stof om een spannende roman over te schrijven zonder dat de waarheid al te veel geweld aangedaan moet worden. Er dienen hoogstens enkele theoretische mogelijkheden voor waar aangenomen te worden.

In het niet onterecht met de Selexyz-debuutprijs bekroonde Drie vertrekt Maarten Schinkel vanuit de kwantumfysica en meerwereldentheorie om een spannend verhaal op te bouwen rond identiteit, keuzes en toeval. Langzaam maar zeker laat hij een verhaal ontrafelen waarin het steeds duidelijker wordt dat dame fortuna slechts een beperkte rol in ons leven speelt en dat we hoe dan ook heer en meester blijven over ons eigen lot. De keuze ligt steevast bij onszelf.

Schinkel voert niet minder dan drie hoofdpersonages ten tonele, die meer met elkaar gemeen hebben dan men bevroeden kan. De eerste is Walter Badinsky, een uitgebluste journalist van middelbare leeftijd die elke droom en hoop al lang opgegeven heeft. Hij schrijft voor een klein tijdschrift over ’mogelijke onmogelijkheden in de natuur’. Geen wonder dus dat hij gretig ingaat op een uitnodiging van het Institute For Theoretical Physics And Multidimensional Analysis om meer te weten te komen over hun laatste experimenten.

Van een geheel andere orde en klasse is de heroïnejunk Berry, een hopeloos verslaafde kerel, maar wel een overlever. Berry weet als geen ander hoe belangrijk het is om er verzorgd bij te lopen als je niet wil opvallen. Zijn verslaving beheerst hem, maar hij weet perfect hoe hij zich in de maatschappij moet bewegen om niet de volgende drugsdode te zijn. Daarom spuit hij dus niet en net zo min verwaarloost hij zichzelf. Berry’s stelregel is dat een junkie kan overleven en zijn shots kan halen, zolang hij maar niet in de marginaliteit wegzakt.

Het derde personage is het enige succesvolle van de bende: Spike, een rockzanger met een gouden hart. Hij is de man die op het podium een lans breekt voor de derde wereld en onrechtvaardigheid aanklaagt. Het geweten van de wereld die zijn luxe niet opgeven wil. Het is moeilijk om in Spike niet als een kopie van Bono (U2) te zien, maar tezelfdertijd weet Schinkel net zo goed zijn personage een eigen identiteit te geven. Cynisme is Spike immers niet vreemd, hij weet perfect hoe de wereld in elkaar zit en hij beseft maar al te goed dat hij niet meer dan een schakel in het systeem is.

Aanvankelijk lijken deze drie personages niet veel met elkaar gemeen te hebben, tot ze alledrie in het Institute For Theoretical Physics And Multidimensional Analysis terecht komen. Professor De Santis, hoofd van het project, is de persoon die hen verbindt. Op dat ogenblik komt het verhaal in een stroomversnelling. Opnieuw dienen er keuzes gemaakt te worden en ditmaal zal de eindbeslissing leven en dood omvatten. Uiteindelijk lijkt het verhaal altijd volgens een zelfde patroon te evolueren: keuzes maken en overleven. En daar is de ene duidelijk beter in onderlegd dan de andere.

Wie een beetje thuis is in fysica en een open (fantasievolle) geest heeft, voelt op een bepaald moment welke richting het verhaal zal uitgaan. Schinkel is echter voldoende onderlegd als schrijver om niet zijn hele verhaal aan dat ene punt op te hangen. De essentie van zijn verhaal ligt namelijk niet in de ontknoping van die ene cliffhanger, maar wel in de vraag in hoeverre een persoonlijkheid, toeval en keuzes met elkaar verbonden zijn. Het einde is tegelijkertijd logisch en verrassend. Schinkel weet namelijk van bij de start wat hij zeggen wil en doet dat met verve.

E-mailadres Afdrukken