Banner

Leon de Winter

Het recht op terugkeer

Jurgen Boel - 25 juli 2008

Hoe lang kan Israël het vredesproces nog voor zich uitschuiven en hoe lang kan het Palestijnse volk zijn intifada aanhouden? In Leon de Winters laatste roman is het slechts een kwestie van tijd vooraleer Israël de duimen zal leggen, en een heel dure prijs zal betalen.

Het recht op terugkeer speelt zich grotendeels af in het jaar 2024. Israël heeft de aanhoudende strijd met de Palestijnen weliswaar niet verloren maar heeft wel terrein afgestaan, veel terrein. Op een uitgebreide lap grond rond Tel Aviv na, bestaat de staat niet meer. Het land kreunt ondanks verregaande beschermingsmaatregelen bovendien nog steeds onder de aanslagen van heetgebakerde moslims terwijl het zienderogen veroudert. Wie jong is of geld heeft, trekt weg zodra hij kan.

Hoewel hij in Nederland geboren en gewoond heeft en jarenlang in Amerika verbleef als universitair docent, blijft Bram Mannheim in Israël. Niet vanwege zijn stokoude vader, die heeft immers ook de Nederlandse nationaliteit en is bovendien een oud-Nobelprijswinnaar, maar wel omdat hij bijna zijn verstand verloor toen zijn peuterzoon zestien jaar geleden in Amerika van het ene moment op het andere in het niets oploste. Een door waanzin en cijferobsessies gedreven speurtocht bracht niets op, zodat er voor zijn vader niets anders opzat dan hem mee naar Israël te nemen waar hij kon rusten. Zelfs al zette hij daar stiekem zijn speurtocht verder zette, meer dan ooit gefixeerd op getallen en hun verbanden.

In 2024 werkt hij als vrijwillig ambulancier en zorgt hij voor zijn dementerende vader. Geen enkel land of staat weet meer van de verouderingsprocessen dan Israël, hoe kan het ook anders in een land waar de ouden nog de enige reële toekomst zijn. Zijn universitaire carrière is al lang dood en begraven, zijn specialisatie was immers het Midden-Oosten. Hij verdient nu de kost door samen met zijn kompaan Ikki Peisman verdwenen kinderen op te sporen. Geen enkel ander team haalt hun resultaten, niemand weet beter dan Ikki wie aangesproken moet worden, wie omgekocht kan worden of hoe databanken gekraakt kunnen worden.

Wanneer de grenspost door een nieuwe zelfmoordaanslag opgeschrikt wordt, krijgt Bram bezoek van een oude vriend. Jitzchak Balin, ooit apostel van de vrede maar nu het gedesillusioneerde hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst, heeft de hulp van hem en Ikki nodig. Er blijkt immers iets vreemd aan de hand te zijn met de laatste aanslag, het profiel van de dader lijkt het onmogelijke te impliceren. En dat kan noch mag een tweede maal gebeuren.

Hoewel Israël in Het recht op terugkeer overduidelijke dystopische trekken vertoont, is het geen land dat aan terreur en dreiging ten onder gaat. In weerwil van alles maken de inwoners er het beste van, zelfs al verlangen ze haast allemaal naar een ander en beter leven. Hoe en waarom het land (en de wereld) zo geworden zijn, maakt de Winter nergens duidelijk maar het verhaal vraagt het ook niet.

De roman draait immers rond Bram en hoe zijn zorgeloze leventje van universiteitsprofessor aan het prestigieuze Princeton in enkele seconden omsloeg in een levende hel. Met de nodige flair beschrijft de Winter het leven en denken van Bram voor en na de verdwijning van zijn enige zoon. Zijn levensverhaal centreert zich in twee periodes (2004 -2008 en 2024), maar krijgt de nodige achtergrondinvulling via de mensen in zijn leven nu en later.

Het recht op terugkeer is ambitieus van opbouw: niet alleen schetst de Winter een grimmig toekomstbeeld voor Israël maar plaatst hij ook vraagtekens bij het huidige beleid. Bovendien blijken in het boek het heden en verleden meer met elkaar verstrengeld te zijn dan verwacht. De vele toevalligheden die er geen zijn, komen vreemd genoeg nooit ongeloofwaardig over. Een roman lang zet hij hoog in maar het is pas wanneer het verhaal ten einde is dat de lezer door heeft hoe hoog. Wanneer het pleit al lang (en terecht) in het voordeel van de Winter is beslecht.

E-mailadres Afdrukken