Banner

Theodore Dalrymple

De filantroop

Jurgen Boel - 26 november 2007

Heden ten dage bedient de intellectueel zich louter van academische turven, populariserende boekjes en opiniërende columns zonder veel diepgang als hij een mening te verkondigen heeft. Naargelang het publiek gebruikt hij een ander jargon en iets meer of minder steekhoudende argumenten.

Vroeger wisten filosofen, denkers en andere verlichte geesten veel beter blijf met de vele literaire vormen die zich -- als gewillige dienstmaagden -- aanboden om ideeën en theorieën te verkondigen. Meer dan eens werden schotschrift en roman aangewend om onder het mom van een verhaal een verrassende kijk op de dingen des levens te bieden.

De Britse conservatief en psychiater Theodore Dalrymple schoot in het verleden als journalist en publicist al meermaals uit zijn sloffen, waarbij vooral het waardenrelativisme het moest ontgelden. Dalrymple, die zelf uit een lagere Britse klasse komt, heeft geen goed woord over voor diegenen die maar al te graag geloven dat het sociale milieu allesbepalend is voor iemands toekomst. Door zijn eigen afkomst kan hij bezwaarlijk afgedaan worden als een aristocratische en wereldvreemde salonintellectueel die enkel het geprivilegieerde leven van de hogere klasse kent.

In De filantroop beklimt hij opnieuw enkele van zijn stokpaardjes en rekent hij af met de romantische gedachte van “arm maar proper”. De lagere klasse -- sommigen zouden hen marginalen noemen -- zijn al even smerig, ontaard en weerzinwekkend als gelijk welke andere mens. In veel gevallen zijn ze zelfs nog erger omdat ze zich maar al te graag lijken te wentelen in die slachtofferrol en corruptie en geweld niet schuwen om hun doel te bereiken.

Het zijn echter geen vertegenwoordigers van deze klasse die aan bod komen, maar hun weldoener én beul Graham Underwood, een veroordeelde seriemoordenaar. Underwood, die zelf uit een marginaal milieu stamt, werkt voor een sociale huisvestingsmaatschappij en wordt zo gedwongen dag in dag uit met de onderkant van de maatschappij in contact te treden. Zijn afkeer voor zijn “cliënteel” leidt uiteindelijk tot de koude conclusie dat hij de maatschappij een dienst zou bewijzen wanneer hij deze elementen uit de samenleving zou verwijderen.

Een boek lang tracht de pompeuze Underwood, die bij gebrek aan een goede opleiding zichzelf bijgeschoold heeft en daar nu mee uitpakt, zijn redenen en motieven duidelijk te maken en te beargumenteren. Een boek lang verhaalt hij hoe zijn slachtoffers tot een walgelijke subgroep behoren voor wie god noch gebod bestaat en voor wie alles geoorloofd is om de lusten en verlangens op korte termijn te bevredigen. Het is volgens Underwood dan ook verbazingwekkend dat de staat hem opsluit in plaats van hem te belonen.

Dalrymple is zo verstandig om geen details over de moorden los te laten, en die zijn hier ook niet relevant. Bij monde van het monster Underwood wil hij in de eerste plaats de hypocrisie blootleggen van een samenleving die zich gechoqueerd toont bij de zinloze moorden, maar geen hand uitsteekt naar diegenen die nog steeds in dezelfde omstandigheden leven. Op enkele lippendiensten na houden ze zich ver van het vermelde rapaille.

De filantroop is een genadeloze, sarcastische en polemische aanklacht tegen een liberale maatschappij die idealen verkondigt die ze zelf niet kan of wil waarmaken. De misantropie druipt van de bladzijden, maar het is goedkoop en gemakkelijk om het boek louter daarom vol walging aan de kant te gooien. Dalrymple heeft immers een punt; misschien overdrijft hij, misschien ook niet. Maar zoals Louis Paul Boon al zei, verwachten mensen dat schrijvers hen amuseren en niet dat ze hen een spiegel voorhouden met het bevel te spuwen. Dalrymple houdt hier een gebroken spiegel voor, aan u de keuze om te spuwen.

E-mailadres Afdrukken