Banner

Richard Powers

De Echomaker

Jurgen Boel - 25 juni 2007

Uit een veelvoud van impulsen, gevoelens en gewaarwordingen creëert elk levend wezen zijn wereld. Binnen de chaotische stroom van beelden en geluiden zoekt eenieder een heldere structuur. De innerlijke belevingen en gewaarwordingen worden afgestemd op de buitenwereld en evengoed krijgt die buitenwereld een herinterpretatie die niet conflicteert met de eigen gevoelswereld.

De middeleeuwse filosoof-theoloog-mysticus Pseudo-Dionysius trachtte God onder meer te duiden aan de hand van de negatie, en precies op die manier willen ook wetenschappers het bewustzijn verklaren: door te kijken naar wat het niet is. Auteur-onderzoekers als Oliver Sacks vertrekken vaak vanuit dat enkele schrikwekkende geval, waarbij het menselijke bewustzijn zo verstoord is dat men haast niet normaal meer kan functioneren, om aan te tonen hoe complex het menselijke brein is. Maar in die aanpak schuilt vaak het gevaar van een oppervlakkigheid die het anekdotische niet overstijgt.

Het is moeilijk om in Richard Powers’ De Echomaker ook niet die boodschap en kritiek te lezen wanneer één van zijn personages zo sterk op Sacks gebaseerd is en zelfs uiterlijke kenmerken met hem gemeen heeft. In de roman treedt namelijk Gerald Weber naar voren, een bekend en gevierd neuroloog die zijn publieke naam en faam te danken heeft aan een resem populair-wetenschappelijke werken over het menselijke bewustzijn. Maar De Echomaker is geen afrekening met Sacks. Want hoewel Powers heel relevante vragen stelt bij de deontologie en verantwoordelijkheid van onderzoekers die hun patiënten als casussen behandelen, wil hij in de eerste plaats een beklijvend verhaal vertellen rond een groep mensen die elk met hun eigen tekortkomingen geconfronteerd worden en op zoek zijn naar hun plaats in de wereld.

Het centrale personage waarrond alles lijkt te draaien is evenwel niet Weber maar Mark Schluter, een achtentwintigjarige bon-vivant die na een geheimzinnig ongeval meer dood dan levend uit het wrak van zijn truck gehaald wordt en wonderbaarlijk geneest van zijn verwondingen. Alleen blijkt er mentaal iets ernstigs fout gelopen te zijn: Mark lijdt namelijk aan het Capgrass-syndroom. Een belangrijk symptoom hiervan is dat hij zijn eigen zus Karin niet meer herkent en er van overtuigd is dat zij een dubbelgangster is die hem moet bespieden. Ten einde raad contacteert Karin de eerder vermelde Weber, die in Mark niet meer dan het zoveelste studieobject voor een boek ziet. De zaken lopen echter niet zoals gepland.

Niet alleen Weber wordt gedwongen een aantal demonen onder ogen te zien, ook Karin zelf lijkt maar niet in het reine te komen met haar verleden en knoopt haast wanhopig een relatie aan met haar oude jeugdvriend Daniel Riegel, voor wie een in de streek gelegen natuurreservaat zijn leven is. Ook de projectontwikkelaar en voormalige minnaar van Karin, Robert Karsh, duikt opnieuw op, net zoals de enigmatische verpleeghulp Barbara die op iedereen in haar omgeving een rustgevende invloed heeft en Webers hoofd op hol doet slaan. Terwijl Marks toestand stabiliseert maar niet verbetert, keert iedereen terug naar zijn eigen leven. De roman richt zich langzaam maar zeker op andere gebeurtenissen in het dorpje en de belangrijke rol die het natuurreservaat daarin speelt voor een aantal belangengroepen.

Het knappe aan Powers’ roman is hoe de nadruk in het verhaal langzaamaan verschuift van Marks toestand en de impact die dit heeft op zijn omgeving naar de persoonlijke besognes waarmee zijn omgeving (en zijn zus in het bijzonder) kampen. Mark is naarmate het verhaal vordert niet langer het hoofdpersonage maar een figuur die een aantal zaken ongewild in gang zette met zijn ongeluk en ziekte. Als de roman stopt, is het verhaal dan ook niet afgelopen. De personages hebben geen catharsis bereikt, maar ze hebben met vallen en opstaan wel iets meer geleerd over zichzelf en over wat het betekent te leven.

E-mailadres Afdrukken