Banner

Yves Petry

De achterblijver

Jurgen Boel - 28 februari 2007

De zonden van de vaders zullen geërfd worden door de kinderen. Zonen zullen hun vaders wreken of hun schuld inlossen, of ze nu willen of niet. Van de eigen achtergrond en familie kan niemand zich ontrukken, hoe hard men het ook probeert. Uiteindelijk blijft de familiale band het touw waarmee men zichzelf wurgt.

De Vlaamse auteur Yves Petry debuteerde in 1999 met Het jaar van de man en leverde in tussentijd nog Gods Eigen Woorden en De Laatste Woorden van Leo Wakeman af. Met De Achterblijver bouwt de filosoof/wiskundige verder aan een weinig fraai wereldbeeld, waarbij stilistische hoogstandjes achterwege gelaten worden voor een ruwe en bijtende taal, die de koude wereld in zijn hemd zet.

Het haast totale gebrek aan mooischrijverij maakt van Petry een moeilijke klant. De Achterblijver leest, zeker in de eerste helft, moeizaam en stroef, zonder dat het achterliggende verhaal zichtbaar wordt. Maar doorbijten is de boodschap: alles wordt duidelijk en uiteindelijk draagt Petry’s koude schrijfstijl zelfs bij tot het klinische en afstandelijke verhaal van hoofdfiguur Gram Goetleven.

De homoseksuele Goetleven is een veelbelovende jonge wiskundige die aan het Amerikaanse bedrijf Carnitec is verbonden. Onder leiding van het diensthoofd, de volgens Goetleven charismatische dokter Benjamin Miami, wordt aan de ultimachine ’Baby’ gewerkt. Dit is een supercomputer die volgens de wetenschappers op termijn de mensheid overbodig zal maken, een idee dat Goetleven niet ongenegen is.

Goetleven is echter geen misantroop pur sang, maar veeleer een in zichzelf gekeerde wiskundige die, bij gebrek aan een eigen uitgebouwde identiteit, zichzelf ten dienste stelt van Miami en diens project. Miami heeft hem uitgenodigd om het congres in te leiden waarop hijzelf zal schitteren. Doorheen het boek probeert Goetleven zijn speech op punt te stellen, terwijl herinneringen aan zijn vader en de plotse aanwezigheid van Valeria Bitschkowa, de dokter die Miami vervangt, door zijn hoofd schieten.

Bitschkowa en Miami zijn elkaars tegenpolen, en Goetleven slaagt er dan ook nauwelijks in zijn afkeer voor deze vrouw te verbergen, terwijl zijn pogingen om de speech te (her)schrijven steeds vaker op niets uitdraaien. De herinneringen aan zijn aan syfilis overleden vader en zijn moeder die hen in de steek liet voor een marginale Fransman, domineren niet alleen zijn gedachten, maar spoken bovendien ook door het verhaal, zonder Goetlevens identiteit evenwel enige diepgang te verlenen.

Dat haast volledige gebrek aan betekenis is tegelijk Petry’s sterkte en zwakte: het lege bestaan van Goetleven, door wiens ogen de lezer alles bekijkt, wordt zo immers treffend neergezet en verduidelijkt, maar maakt tegelijk elke mate van empathie onmogelijk. De vervormde, eigenlijk groteske zienswijze van Goetleven domineert het verhaal, en openbaart een niet eens cynische maar zelfs totaal ridicule levensvisie.

In De Achterblijver had Petry gemakkelijk vragen kunnen oproepen over de toekomst van de mensheid en de rol die technologie daarin speelt. Dit laat hij wijselijk achterwege, en creëert in de plaats daarvan een haast naturalistische roman over een bevlogen maar sociaal achterlijke wiskundige die zijn eigen dromen en verlangens voor werkelijkheid houdt en blind is voor wat zich rondom hem afspeelt. Een grootste roman is het niet geworden; daarvoor schrijft Petry (bewust?) te stroef. Intrigerend is De Achterblijver echter wel.

E-mailadres Afdrukken