Banner

Dimitri Verhulst

Mevrouw Verona daalt de heuvel af

Geert Beernaert - 31 januari 2007

De naar Wallonië verhuisde Vlaming Dimitri Verhulst (Aalst, 1972) is goed op dreef in het land der letteren; acht boeken in zeven jaar zijn daar het bewijs van. Zijn echte doorbraak kwam er pas met de autobiografische roman De helaasheid der dingen, die genomineerd werd voor de AKO-literatuurprijs 2006. Zijn laatste boek, Mevrouw Verona daalt de heuvel af, is een gracieuze, stijlvolle en fabelachtige novelle over onvoorwaardelijke liefde tegen de achtergrond van een fictief Waals gehucht.

Net als in De helaasheid der dingen, een autobiografische roman over zijn trieste jeugdjaren, situeert het verhaal zich binnen het dorpsgebeuren. Het dorp, de ideale locatie voor verhalen en roddels over de kleine man, het kleine land waar de roddel koning is en waar de tijd nog altijd een beetje stilstaat. Deze keer komen we terecht in Oucwègne, een Waals gehucht. Twee intelligente kunstliefhebbers, mevrouw Verona en haar man meneer Pottenbakker, zijn er ooit op een heuvel gaan wonen maar hun integratie werd er niet echt goed onthaald omdat ze ’anders’ waren dan de platvloerse dorpelingen. De inmiddels 82-jarige Verona, die haar man heeft overleefd, besluit na twintig jaar eenzaamheid nog één keer de heuvel af te dalen om te gaan sterven in de ijselijke vrieskou in het dal.

Tijdens deze tocht passeren haar leven met haar man en haar ervaringen met de dorpsmentaliteit de revue. Haar hond die ze meeneemt staat dan ook symbool voor de hondstrouwheid aan haar geliefde man. Trouwheid ook omdat ze weerstaat aan de talloze avances van menige mannelijke dorpsbewoner. Ze wil pas sterven als de laatste houtvoorraad, achtergelaten door haar man, is opgebrand. Van de boom waaraan hij zich verhangen heeft laat ze een cello bouwen. Allemaal leesvoer om weemoedig van te worden, zeker in tijden waar er op relationeel gebied ook een wegwerpcultuur heerst.

Deze ’liefde voor het leven’ staat dan ook in schril contrast met de hilarische, dolkomische en van zwarte humor gespeende beschrijvingen van de lotgevallen van de dorpelingen. Mensen wier drijfveren vooral dierlijk, primair en onderontwikkeld zijn: een koe kan er tot burgemeester uitgeroepen worden, bij gebrek aan een geneesheer moet men een dierenarts raadplegen die hen dan ook volgens andere normen behandelt, er wordt veel bier gedronken en bij gebrek aan vrouwen ziet men heil in een geil bordeelbezoek in de stad … Verhulst slaagt er echter in deze landelijkheid en banale gebeurtenissen zeer gedetailleerd en met een scherpe blik te beschrijven.

Met deze novelle bewijst Verhulst dan ook dat hij nog meer en anders kan schrijven maar vooral dat hij de kunst beheerst om een evenwicht te bewaren tussen ernst en humor, tussen rauwe werkelijkheid en fijnzinnige intimiteit. De anekdotiek versmelt als het ware samen met een fenomenale woordenworsteling waarbij de (soms ongebruikelijke) woorden worden gedraaid en gekeerd tot nooit eerder gelezen zinsconstructies, met zinnen die getuigen van een poëtische esthetiek. Deze geslaagde taal- en stijloefening zorgde ervoor dat we, ondanks de eenvoudige plot, toch verrast werden. En dit schept alleen maar hoge verwachtingen voor Verhulsts volgende boek. We zijn dan ook benieuwd naar wat hij dan uit zijn literaire trukendoos zal toveren.

E-mailadres Afdrukken