Banner

Julius Caesar

Oorlog in Gallië

7.0
Jurgen Boel - 11 april 2019

Iedere Belg hoort vroeg of laat wel eens de gevleugelde woorden 'horum omnium fortissimi sunt Belgae' (`van hen allen zijn de Belgen het dapperst'), maar of daar echt zo trots naar gerefereerd mag worden, is uiteraard een andere zaak. Vooreerst is het zo dat de Belgen waarnaar verwezen werd niet zonder meer samen vallen met de inwoners van het huidige België. Daarnaast had de man die deze woorden neerschreef heel andere bedoelingen met wat zo op het eerste gezicht een mooi compliment heet te zijn.

alt

Het hele lemma zelf leest namelijk een pak minder fraai, want het wordt gevolgd door de verklaring dat die dapperheid een gevolg is van het feit dat de Belgen enerzijds steeds in strijd zijn met de Germanen, en anderzijds dat ze ver verwijderd zijn van wat als de beschaafde wereld wordt beschouwd. Toen Julius Caesar (100 v.C. – 44 v.C.) aldus over de Belgen sprak in zijn Commentarii Rerum in Gallia Gestarum (`Commentaren op de gebeurtenissen in Gallië`), dat beter gekend is onder de titel (Commentarii) De Bello Gallico (`(Commentaren) Over de Gallische Oorlog`), had hij als belangrijkste doel zijn eigen eer en glorie in de kijker te zetten. Met het werk waarin hij verslag doet van zijn veldtochten en overwinningen in Gallië, wenste hij immers zijn politieke gewicht te vergroten bij de volgende Romeinse verkiezingen.

Ook de rest van Gallië komt er om die redenen net zo min mooi uit. Caesar zet in zowat elk jaarverslag (het werk bestrijkt de campagne die loopt van 58 v.C. tot 52 v. C.) voornamelijk zijn eigen strategische inzichten en de waarde van het Romeinse leger in de kijker. Ook al geeft hij de Galliërs enig krediet, toch schildert hij hen vooral af als een volk dat zich laat knechten en geregeld verraderlijk optreedt, zelfs wanneer Caesar zich inschikkelijk en welwillend opstelt. Dat laatste is overigens niet eens een leugen, want ook nadat hij in Rome de macht had gegrepen, kenmerkte hij zich door een grote vergevingsgezindheid jegens oude tegenstanders. Wie Oorlog in Gallië wenst te lezen als een historisch werk, is er dan ook aan voor de moeite. De beperkte uitweidingen over Gallië en de cultuur blijven oppervlakkig en exotisch zonder meerwaarde. De door Caesar bedachte opdeling in drie grote groepen houdt daarnaast historisch weinig steek.

Voor de doorsnee Romeinse burger, zij het in de eerste plaats de senatoren, zullen Caesars uitweidingen, met alle overdrijvingen en verdraaiingen, over het Gallische leven en de cultuur desalniettemin een boeiende schets geweest zijn van een wereld die mijlenver van de hunne afstond. Voor Caesar zelf was het echter in de eerste plaats een uitstekend excuus om de minder succesvolle periodes in zijn veldtocht(en) te verdoezelen. Het is opvallend dat hij pas in 53 v. C. besluit stil te staan bij de Germanen en Galliërs, op een moment dat verschillende stammen een gezamenlijke opstand plannen en Caesars succes lijkt te tanen. In het bijzonder zijn geplande expeditie tegen de Germanen kent geen succes, waardoor zijn jaarverslag zonder deze uitweiding wel heel mager zou uitvallen en een einde in mineur lijkt te worden.

Het is een van de beproefde technieken die Caesar, die ook consequent over zichzelf in de derde persoon spreekt, toepast in zijn hele verslag. Steevast worden bepaalde elementen weggelaten, andere benadrukt en feiten geherinterpreteerd. Zo slaagt hij er zelfs in de schuld voor het falen van bepaalde campagnes grotendeels in de schoenen van anderen te schuiven, met als reden dat zijn bevelen niet of slecht opgevolgd werden. Tezelfdertijd is hij ook meer dan eens vol lof over zijn ondergeschikten en zijn soldaten die zich als dappere Romeinen gedragen en zo mee de superioriteit van Rome en Caesar zelf uitdragen. Doorheen het hele werk is er dan ook een (subtiele) (zelf)bewieroking die versterkt wordt door de afstandelijke toon die gehanteerd wordt, waarbij Caesar zelf (valselijk) de rol opneemt van afstandelijke commentator.

Het succes van de onderneming en de manier waarop hij zichzelf niet alleen presenteerde maar ook gedroeg, verleenden Julius Caesar een ongekend succes dat er mee toe zou leiden dat hij finaal de gok waagde om de macht over te nemen. De geslaagde aanslag op zijn leven kort na zijn machtsgreep en het feit dat Rome in een burgeroorlog wegzonk waar Octavianus (de latere Augustus) als eerste keizer uit zal komen, hebben in niet onbelangrijke mate zijn nalatenschap bepaald. Maar ook zonder die staatsgreep en zijn onfortuinlijke dood zou Caesar alvast bij historici en latinisten een blijvende en klinkende naam geweest zijn dankzij zijn campagne in Gallië en het verslag dat hij daarvan naliet.

Zijn Oorlog in Gallië geldt immers met recht en rede als een relevant Oud-Romeins werk, dat bovendien in prikkelende Latijnse zinnen is geschreven die de taal tot leven wekken. Menig latinist zal gezwoegd maar ook genoten hebben van de manier waarop Caesar wat niet meer is dan een opsomming van veldslagen en oorlogsperikelen tot leven weet te wekken. Bovendien is de manier waarop hij zichzelf in de kijker weet te werken opvallend modern en doordacht. Hoewel het zeker geen werk is dat zich in een lange zitting laat lezen, nodigt het de moderne lezer wel uit tot een reflectie over hoe veldslagen beschreven worden en welke de perceptie is van winnaars en verliezers die daarbij gecreëerd wordt. Als Oorlog in Gallië één boodschap heeft, is het wel dat de voorbije tweeduizend jaar weinig veranderd is. Het waren en zijn de winnaars die de geschiedenis naar eigen goeddunken (her)schrijven.

E-mailadres Afdrukken
 
Julius Caesar
Atheaneum/Polak & Van Gennep
centhunnink.nl

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST