Banner

Margaret Atwood

Het verhaal van de dienstmaagd

Jurgen Boel - 01 november 2018

Behoudens een klein groepje magnaten en geldhebbers, zijn er ongetwijfeld weinig mensen die oprecht dankbaar mogen en kunnen zijn dat het oranje zwaailicht Donald Trump het tegen alle verwachtingen in tot 45e president van de Verenigde Staten van Amerika schopte en zich daarna louter met (extreem-)rechtsnationalisten/suprematisten en fundamentalistische Christenen omringde. De storm van protest stak dan ook reeds op tijdens de inauguratie en zou later onder meer herkenbaar worden door vrouwen die zich in rode gewaden en witte kappen hulden.

Deze kledij was -- zo werd al meteen duidelijk -- een verwijzing naar de Netflix-reeks The Handmaid`s Tale (2017-) die op zijn beurt gebaseerd was op Margaret Atwoods` gelijknamige roman uit 1985. Op het ogenblik van verschijnen was de Canadese al een gevierd schrijver en academica die zich sinds The Edible Woman (1969), haar debuut op dertigjarige leeftijd, wist te onderscheiden als een interessant auteur die de feministische thema`s niet uit de weg gaat. Het is mede vanuit die achtergrond dat haar zesde roman, The Handmaid`s Tale vaak als feministisch geïnterpreteerd wordt terwijl het dystopische werk zich daar niet toe laat reduceren maar gelaagder is in haar maatschappijkritiek. Net als in de klassieke dystopische romans portretteert Atwood immers een maatschappij waarin alle geledingen ervan ondergeschikt zijn aan het systeem als geheel en het onderscheid in macht relatief blijft.

Via het personage Vanfred (Offred) geeft Atwood een inkijk in de republiek Gilead, een theocratisch regime dat (grotendeels) het gebied van de voormalige Verenigde Staten van Amerika bestrijkt en het met harde hand bestuurt. Via het hoofdpersonage, dat als een `onbetrouwbaar verteller` geldt, wordt zijdelings verhaald hoe de republiek via een staatsgreep aan de macht kwam en hoe het de nieuwe maatschappij vorm gaf. Vrouwen en mannen zijn onderverdeeld in verschillende groepen die hun sociale status en ook macht bepalen, waarbij een rigide en fundamentalistische lezing van de Bijbel (en in het bijzonder het Oude Testament) de leidraad vormt voor de inrichting van de samenleving en de morele waarden. De republiek Gilead wordt ten gevolge van een reeks rampen (waaronder vervuiling) en oorlogen geplaagd door een vorm van schaarste (al wordt er wel met onder meer Japan handel gevoerd) terwijl de meeste vrouwen (en mannen, al wordt dat niet met zoveel woorden erkend) onvruchtbaar zijn. Wie wel zwanger kan worden, heeft nog steeds een kans op vier een misvormd of niet-levensvatbaar kind te baren, Onbaby`s genaamd.

De vruchtbare vrouwen die zich naar het regime schikken zijn de econovrouwen en de dienstmaagden. De eerste groep leeft relatief onafhankelijk doordat ze getrouwd zijn met een man die lager op de maatschappelijke ladder staat. Zij nemen de rol van echtgenote, dienstmaagd en Martha op waar in het huis van een bevelvoerder deze rollen duidelijk onderscheiden zijn. Martha`s zijn oudere, niet langer vruchtbare vrouwen die instaan voor het huishouden terwijl de belangrijkste taak van de dienstmaagden zorgen voor een nageslacht is. Dit laatste gebeurt door geritualiseerde, mechanische geslachtsgemeenschap te hebben met de bevelvoerders, waarbij ook de echtgenote een rol speelt en elke vorm van intimiteit of genot geband is. De echtgenote bestiert het hele huishouden en heeft zeggenschap over alle leden (zowel mannen als vrouwen) die ertoe behoren, behoudens uiteraard de bevelvoerder. Wanneer een dienstmaagd een kind baart, wordt de echtgenote als de moeder beschouwd die samen met de Martha`s de opvoeding voor zich neemt, terwijl de dienstmaagd aan een volgende bevelvoerder wordt toegewezen.

Een belangrijke (en machtige) rol wordt vervuld door de zogenaamde tantes, die de dienstmaagden opleiden en na de bevelvoerders zowat de meeste macht in handen hebben, hun tegenpool zijn de Onvrouwen, dissidenten die verbannen zijn/worden naar kolonies waar ze vaak binnen de drie jaar van ontbering sterven. Een laatste, geheime groep vrouwen tot slot zijn de Jezebels, prostituees die in een bordeel leven en een zekere vorm van vrijheid en genot kennen zolang ze maar bereid zijn de bevelvoerders te plezieren. Het is veelzeggend dat deze bordeelbezoeken in het diepste geheim gebeuren, want ook al gelden de bevelvoerders als de machtigste mannen in de maatschappij, het wordt al snel duidelijk dat zij evenzeer gebonden zijn aan de wetten van Gilead en hun vrijheid evenzeer relatief is. Via Vanfreds interactie met de andere vrouwen en de bevelvoerder maakt Atwood duidelijk dat hoewel ze in de eerste plaats geïnteresseerd is in de rol(len) van de vrouw, het leven voor de meeste mannen nauwelijks beter is dan dat van de vrouwen en dat wie macht heeft, hoger op de ladder staat ongeacht het geslacht.

Net als de meeste dystopische romans blijft het verhaal grotendeels ondergeschikt aan het beschrijven van een maatschappij. Vanfred noch de andere personages krijgen veel diepgang mee en worden vooral beschreven in functie van de samenleving die Atwood hier beeldend neerzet in al zijn gruwelijke totalitariteit. Af en toe laat ze Vanfred terugblikken op haar leven voor de republiek Gilead maar ook dat lijkt vooral te dienen om het contrast tussen beide periodes in de verf te zetten. De kracht van de roman ligt dan ook in de manier waarop Atwood aan de hand van haar hoofdpersonagw, diens gedachten en interacties met anderen aantoont hoezeer de samenlveing doordrongen is van een terreurbewind waarbij alle personages, inclusief de bevelvoerder en zijn vrouw grotendeels pionnen zijn die slechts een beperkte vrijheid kennen en uitoefenen op wie onder hen staat.

Naar eigen zeggen baseerde Atwood zich bij het uitwerken van de republiek Gilead op bestaande processen, wetten en gebeurtenissen wat zich vertaalt in een realistische visie op een theocratisch en totalitair regime. Relevanter nog is de manier waarop ze machtsverhoudingen beschrijft waarbij zowel mannen als vrouwen samenspannen om de andere en eigen sekse te onderdrukken ten bate van een persoonlijk (klein) gewin. Bovendien is ze zich er ten volle van bewust hoezeer eenieder zelfs binnen een beklemmend systeem op zoek gaat naar subtiele vormen van dissidentie en individualiteit, los van de positie of overtuigingen. Het zijn die schetsen die Atwoods personages toch nog enige diepgang en persoonlijkheid geven en niet louter reduceren tot figuranten binnen een als roman vermomde maatschappijkritische reflectie. Sommige critici zien in Het verhaal van de dienstmaagd net als in een aantal andere dystopsiche romans graag een voorspelling van het Trump-tijdperk, maar dergelijke vergelijkingen blijven te oppervlakkig om steek te houden. Uiteraard kan een oplettende lezer parallellen trekken met huidige (theocratisch geïnspireerde) regimes (binnen en buiten de VS) maar bovenal bewijst het vooral dat Atwood een roman heeft geschreven die het particuliere overstijgt en terecht als een (moderne) klassieker binnen het dystopisch genre geldt.

E-mailadres Afdrukken