Banner

John Lewis Gaddis

Over strategisch denken

6.5
Jurgen Boel - 01 november 2018

John Lewis Gaddis zal voor de doornsee lezer ongetwijfeld een nobele onbekende zijn, maar over de Grote Plas kent men hem als de bekendste historicus die zich toegelegd heeft op de Koude Oorlog. Nadat hij onder meer strategie doceerde aan de Naval War College werd hij in 1997 aangesteld als `professor of naval and military history` aan de Yale universiteit. Gaddis` wetenschappelijke werk blijft in de eerste plaats gericht op de Koude Oorlog en de VS, inclusief zijn positief onthaalde biografie van George F. Kennan, diplomaat en historicus.

Met een dergelijke focus op het eigen grondgebied, mag het niet verbazen dat Gaddis in Over strategisch denken dan ook veel aandacht besteed aan VS-presidenten en de Amerikaanse geschiedenis. De tweede helft van het boek is zelfs exclusief op de VS gericht, met reflecties over het ontstaan van de Verenigde Staten, inclusief de strategieën en trucs die de founding fathers dienden toe te passen om hun onafhankelijkheidsstrijd mogelijk te maken, Abraham Lincoln (en zijn tijd) en de aanloop naar hoe de VS mee betrokken raakte in de Tweede Wereldoorlog. Jammer genoeg valt hier, net zoals in de rest van het boek behoudens een kleine geschiedenisles weinig interessants te rapen.

Gaddis tracht doorheen zijn werk over de hoofdstukken heen verbanden te leggen door naar bepaalde eerdere auteurs als Nicolo Macchiavelli en de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (wiens monumentale Vom Kriege postuum uitgegeven werd in drie kloeke delen) te verwijzen zonder evenwel veel met de denkbeelden van beide aan te vangen. Ook met de door Isaiah Berlin bekend geworden `vos en egel`-metafoor (The Hedgehog and the Fox: An Essay on Tolstoy's View of History) weet hij niet veel meer te doen dan kort te duiden waar Berlin op wees met zijn metafoor en het daarna bij het bespreken in verschillende hoofdstukken van uiteenlopende historische figuren als Xerxes, Augustus, koningin Elizabeth en Filips II of Napoleon schematisch boven te halen. Ook hier volgt telkens een soort geschiedenisles waarbij ingegaan wordt op waarom deze of gene beslissing goed dan wel verkeerd liep.

Echt veel komt de lezer evenwel niet te weten, althans niet over strategie. Uiteraard geeft Gaddis aan de hand van zijn voorbeelden wel relevante informatie mee waaronder dat wie zijn aanvoerlijnen te lang maakt doorheen vijandelijk gebied vroeg of laat ten val zal komen zoals Xerxes en Napoleon zelf met scha en schande ondervinden. Maar dat is geen verbazingwekkend nieuw of verrassend inzicht en het mag voor de hand liggen dat in biografieën van Napoleon dieper op het hoe en waarom hiervan ingegaan wordt. Net zo goed is het hoofdstuk over Octavianus/Augustus en zijn strijd met Marcus Antonius veeleer oppervakkig te noemen en zijn er voldoende werken te vinden die dit conflict beter en genuanceerder duiden.

Dat Gaddis zich voor het schrijven van het boek onder meer baseerde op de lessen die hij de afgelopen twintig jaar doceerde, ligt voor de hand maar de vertaling naar een boek wordt echter te weinig gemaakt. Het type anekdotes en reflecties dat in het werk aan bod komt, werkt ongetwijfeld in een klaslokaal maar hier blijft het te oppervakkig om lang te boeien. Het lijkt wel of Gaddis zelf niet goed weet waar hij heen wil en dan maar een intellectueel mijmerende toon opzoekt waarbij hij meer terugblikt op hoe hij zelf onder meer Berlins visie opvatte en deze toepaste op de tijdperken en denkers die hij behandelt. De vlotte schrijfstijl verhult aanvankelijk nog dat Gaddis nergens naar een grote theorie heen werkt, maar onderstreept in de tweede helft net de beperktheid van het werk wanneer voor de zoveelste maal dezelfde werkwijze aan bod komt.

Doorheen Over strategisch denken wordt nooit echt duidelijk welk verhaal Gaddis vertellen wil, laat staan waarom hij er zoveel pagina`s voor nodig heeft. De geschiedenislessen zijn onderbouwd maar weinig diepgravend evenals de reflecties over de vermelde auteurs met Machiavelli en von Clausewitz op top (Sun Tzu mag slechts een kleine glansrol vertolken). De meeste plaats onder hen krijgt Isaiah Berlin maar ook hier lijkt de anekdotiek te primeren op de belangrijkste denkbeelden van de filosoof, terwijl Berlins visie op de vos en de egel net een interessant uitgangspunt vormt voor een bredere reflectie. Wie hoopt op een doordachte of boeiende samenvatting van enkele van de grootste strategische denkers en bevelhebbers, zal dan ook snel van een koude reis thuis komen. Gaddis graaft nooit echt diep en lijkt vooral de lezer een vlotte leeservaring te schenken. Gaddis` The Cold War werd door een criticus omschreven als “as seen from America, as experienced in America, and told in a way most agreeable to many American readers”. In zekere zin geldt dit ook voor dit boek: niemand wordt er voor het hoofd door gestoten maar veel relevants valt er niet te rapen.

E-mailadres Afdrukken