Banner

Matthijs Van Boxsel

Domheid als methode

7.5
Jurgen Boel - 06 oktober 2017

De Nederlandse auteur Matthijs Van Boxsel mag zich zo langzamerhand een autoriteit op het gebied van de domheid noemen. Volgens Van Boxsel, die al verschillende omvattende werken over de domheid schreef, is niemand intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen. Voor hem is domheid dan ook onlosmakelijk verbonden met intelligentie, niet zozeer als tegenpool maar veeleer als een vreemde eigenschap ervan.

Van Boxsel heeft zijn visie in verschillende encyclopedieën trachten te omschrijven, waarbij in elk werk een ander element van de domheid meer naar voren kwam. De vaak speelse en literaire aanpak die een breed spectrum aan voorbeelden en uitingen van domheid toonde, maakte Van Boxsel ook tot een veelgevraagd spreker die via zijn lezingen zijn visie en begrip verder kon verspreiden. Onder andere het theaterfestival Theater Aan Zee nodigde hem deze zomer uit voor een lezing, evenals de Gentse universiteit. Die lezingenreeks leidde tot de publicatie Domheid als Methode waar Van Boxsel een heel specifiek thema aan de domheid koppelt.

In dit essay staat immers het volgen en breken van regels voorop, en hoe dit zich verhoudt tot de domheid. Om dit tastbaarder te maken vertrekt de auteur vanuit de traditie van de ontgroening (vandaag vooral nog bekend binnen studentenkringen) die een band creëert en zo een collectief in het leven roept dat de overtreding van wetten, maar ook van normen en waarden rechtvaardigt vanuit een perverse logica. Bovendien, zo betoogt Van Boxsel, is dit de facto in de wetten ingeschreven en erkent de staat of het gezag zelfs deze ontduiking van de wetten en regels. Het `dopen` vormt het belangrijkste ritueel om dit te bewerkstelligen en wordt dan ook het meest uitgewerkt, maar zoals Van Boxstael aantoont, is dit zeker niet het enige instrument.

Een manier om tegen dit collectivisme en deze vorm van methodische domheid in te gaan, is uiteraard de spot. Al blijft de vraag in hoeverre men zich buiten een systeem kan plaatsen dat men wil ridiculiseren, wanneer het systeem dit absorbeert als een eigenschap van zichzelf. Van Boxsel is zich van deze paradox bewust en brengt verschillende manieren ten berde waarop men de methodische domheid, die het systeem is maar ook ontkracht, kan gebruiken. Bij de beschrijving beroept hij zich in de eerste plaats op de literatuur, maar kijkt hij ook naar tegenbewegingen die de absurditeit van wetten of denkbeelden blootleggen door deze tot in hun extreme vorm door te trekken (zo organiseerde de Weense kunstenaar Christoph Slingenschief de Big Brother-parodie Ausländer Raus waarbij kijkers/burgers konden beslissen welke asielzoeker mocht blijven en wie niet).

Opnieuw wordt ook duidelijk hoezeer dit incorporeren van een gedachtegoed of regels en de innerlijke tegenstrijdigheid ervan blootleggen, net zo goed in het eigen gezicht kan ontploffen. De gehanteerde technieken kunnen immers te allen tijde gerecupereerd of omarmd worden door het systeem dat men net wenst aan te vallen, of (mogelijk nog erger) als ongevaarlijk wil weglachen (een systeem kan namelijk tegen een stootje). De keuze voor de narrenrol of “trickster” is bijgevolg niet zo eenvoudig als het op eerste zicht lijkt en vergt een goed begrip van de onderlinge verhoudingen en de weerbaarheid/absorbeerkracht van wat men net tracht te deconstrueren en aan te vallen.

De maatschappij maakt gebruik van de domheid om de burger te knechten, maar het individu kan van diezelfde domheid gebruikmaken om zich te bevrijden, vormt het kernbetoog van Van Boxsel, maar eenvoudig is dit niet, zoals uit de vele voorbeelden mag blijken. Toch laat Van Boxsel de moed niet zakken, finaal dient een zekere roekeloosheid aanvaard te worden en het besef dat het systeem zich ook blijft aanpassen, waardoor een zeker bewustzijn en de wil om voluit te gaan noodzakelijk is. Wie Peter Sloterdijks Kritiek van de Cynische Rede kent, zal in dit essay van Van Boxsel geregeld echo`s horen van Sloterdijks loflied op de Griekse Kynici. Van Boxsel blijft echter (en gelukkig) veel lichtvoetiger in zijn betoog, wat zijn stellingen ten goede komt. Daarnaast vormt dit essay ook een welkome aanvulling op zijn encyclopedisch werk, net doordat het een heel specifiek uitgangspunt inneemt en zo de algemene these bevattelijk en helder maakt. Het essay Domheid als Methode vormt dan ook hopelijk een eerste aanzet tot meer korte reflecties op van Boxsels overkoepelende idee van de domheid.

Het essay is nog beperkt in de handel te vinden maar kan via Van Boxsels site besteld worden.

E-mailadres Afdrukken