Banner

Midas Dekkers

Lichamelijke Oefening

Jurgen Boel - 30 oktober 2006

"Spojt", niemand kan het woord met zoveel schoonheid en betekenis uitspreken als de heilige Jan Becaus, de man die iets van Satan heeft maar ook iets van de paus. Helaas ademt de sport zelf veel minder die schoonheid uit, wat de maatschappij er alvast niet van weerhouden heeft haar tot godheid uit te roepen.

De Nederlandse bioloog Midas Dekkers acht dan ook de tijd rijp eventjes de puntjes op de i te zetten. Dekkers werd in Nederland bekend dankzij zijn vele dierencolumns die nog steeds geschreven en gebundeld worden, en natuurlijk dankzij televisieprogramma’s als Midas, Gefundeness Fressen en Eerste Druk (een eigenzinnig boekenprogramma) waarin hij op zijn eigen gekende wijze stilstond bij de dingen des levens. Die overpeinzingen vormden vaak de grondslag voor de populaire essays die Dekkers’ naam en faam verder verspreidden.

Na een eerste essay in 1978 (Het edelgedierte. Over het vreemde verbond tussen mens en dier), was het wachten op het beruchte Lief Dier. Over bestialiteit uit 1992 om Dekkers’ ster als populair wetenschappelijk auteur voorgoed te lanceren. De mild ironische toon en de vele nutteloze weetjes die Dekkers het boek binnensmokkelt, maken er een heerlijk werk van. In de twee volgende boeken / essays, De Vergankelijkheid (over vergankelijkheid en de dood) en De Larf (over kinderen en opvoeding), scherpte Dekkers zijn tong en pen nog verder. Met Lichamelijke Oefening richt hij zijn pijlen nu op de sport.

Sport, waarde vrienden, is niet alleen helemaal niet zo gezond als menigeen u wil laten geloven, het is ook nergens voor nodig. Met dat boud uitgangspunt gaat Dekkers van start en neemt hij de lezer mee op een tocht doorheen de geschiedenis van de lichamelijke oefening en hoe deze door de eeuwen heen een heel andere invulling kreeg. Nadat de "Oude Grieken", wegens allemaal dood, er de brui aan gegeven hadden, verdween sport eeuwenlang uit onze cultuur, om pas eind negentiende eeuw opnieuw onder de aandacht komen, en dan wel vanuit een afkeer van de decadente maatschappij en haar verlokkingen.

Toch waren de eerste sportuitingen nog steeds gericht op een gezonde geest. Of het lichaam er baat bij had, was bijkomstig. Niet veel later kreeg sport een tweede doel: het kweken van toekomstige soldaten. Wie als jonge knaap voldoende gekneed werd, zou als soldaat geen problemen hebben met dril. Dat sport dan toch als spel en cultuur werd beschouwd, kwam pas veel later. Sportlui werden de nieuwe helden, hoewel hun buiten proportie gegroeide lichamen eigenlijk een aanfluiting vormen van het menselijke lichaam, een karikatuur als het ware. Maar dan wel een die bewonderd wordt.

(Top)sport is immers ongezond, aldus Dekkers, het menselijke lichaam wordt afgebeuld en ver voorbij zijn limieten geduwd met alle gevolgen (blessures en soms zelfs de dood) van dien. Maar "is passief in de zetel blijven liggen als een laffe, nutteloze zak vlees dan een optie", om (gp) te parafraseren? Tot op zekere hoogte wel, want ook wie niet beweegt, verbrandt aardig wat calorieën en zet zijn lichaam aan het werk, zelfs als hij er niets voor doet. Maar eigenlijk betoogt Dekkers dat eenieder die dagelijks voldoende beweegt, door te wandelen en dies meer eigenlijk alle beweging haalt die iemand echt nodig heeft. De rest is zinloos draven.

De sportfanaten zullen op hun achterste poten staan bij Midas Dekkers’ nieuwste boek, terwijl zoutpilaren en zandzakken zullen grinniken en rustig nog een zakje chips openen voor de televisie. Maar beiden gaan aan Dekkers’ stelling voorbij: bewegen is goed en gezond zolang we maar niet overdrijven en er plezier in scheppen. Laat u dat ridicuul helgekleurde trainingspak maar in de winkelrekken hangen en wandel rustig naar huis. Daar is iedereen veel meer mee gebaat.

E-mailadres Afdrukken