Banner

David Mitchell

Dertien

Jurgen Boel - 07 augustus 2006

Het dertiende levensjaar is zo ongeveer het rottigste jaar in een mensenleven. Want op dertien ben je geen kind meer, maar ook nog geen man. Je zweeft er zowat tussenin, door God en mens verlaten, hopend dat je het allemaal zal overleven. Maar later kijk je op die jaren terug en verzucht je hoe fijn het zou zijn om terug dertien te zijn.

De Britse schrijver David Mitchell heeft zijn fascinatie voor het Verre Oosten, en Japan in het bijzonder, nooit onder stoelen of banken gestoken. Het debuut De Geestverwantschap (Ghostwritten) is opgebouwd rond een bizarre cirkelstructuur: de roman bestaat uit verschillende verhalen, waarbij de hoofdrolspelers uit het ene verhaal een kleine rol vervullen in het volgende, tot het laatste verhaal eindigt met de eerste zin. Hallucinant en bevreemdend, maar met zoveel flair geschreven dat de adem van de lezer stokt.

Ook in DroomNummer9 (Number9dream) staat Japan centraal, al is het boek deze keer opgebouwd rond de dromen, fantasieën en belevenissen van een simpele eilandenzoon die op zoek is naar zijn natuurlijke vader. Feit en fictie, droom en realiteit lopen zozeer door elkaar dat het hoofd gaat tollen, maar Mitchell brengt de golven tot bedaren wanneer het einde opnieuw alles duidelijk maakt. Met Wolkenatlas (Cloud Atlas) nam Mitchell min of meer afstand van het Verre Oosten, maar niet van de labyrintische structuur.

Het boek start met een reisverslag uit 1850 maar wordt abrupt afgebroken halverwege het verhaal zodat een tweede verhaal van start kan gaan. Deze techniek wordt hierna nog drie keer herhaald, tot we bij de kern komen: een postapocalyptische maatschappij en haar bewoners doen hun verhaal, waarna de vorige verhalen in omgekeerde volgorde afgehandeld worden zodat we terug eindigen bij het reisverslag. Het meest opvallende is niet zozeer dat elk verhaal zich steeds verder in de toekomst begeeft, als wel dat elk hoofdpersonage in het volgende verhaal een opvallende rol speelt, en dat steevast op een andere en inventieve manier.

In Dertien (Black Swan Green) breekt de auteur met alle stijlkenmerken die hem bekend maakten: geen cirkelstructuur, geen verwijzingen naar het Oosten, maar een haast eenvoudig en puur verhaal over opgroeien in een klein stadje. Het hoofdpersonage Jason Taylor is dertien jaar en heeft één groot probleem: hij stottert. Op een leeftijd waar de minste misstap sociale melaatsheid impliceert, komt het er vooral op aan de juiste kant te kiezen en de juiste dingen gezien te hebben en te zeggen, wil je niet een van de sociale paria’s worden.

Ondanks zijn spraakgebrek weet Taylor zich te handhaven. Hij ontspringt de dans meer dan eens en valt niet echt op, ook al trekt hij op met minder populaire jongens, is hij behoorlijk intelligent en schrijft hij stiekem gedichten — stiekem, want alleen homo’s houden van poëzie. Ondanks zijn ruziënde ouders, de vreemde telefoontjes nu en dan, en zijn vervelende oudere zus, heeft Taylor het dan ook goed voor elkaar. Maar wanneer Taylor een mooie kans verknoeit, verwordt hij van slag op stoot de zoveelste paria die op én buiten de school loslopend wild is voor iedereen. Tot hij op een bepaald moment besluit zich niet langer zonder meer te laten slachtofferen. Het lot speelt hem enkele mooie kaarten toe, maar hij neemt vooral het heft in eigen handen.

De jonge Taylor wordt door scha en schande volwassen en leert zijn plaats te verwerven binnen de wereld en het gezin. Het boek eindigt dan ook met een veertienjarige, die geen kind meer is maar ook nog geen man, al heeft hij zijn eerste stappen richting volwassenheid gezet. Met gevoel voor humor en (kleine) dramatiek beschrijft David Mitchell in Dertien een coming of age-verhaal tegen de achtergrond van de Falklandoorlog en kleine gezinsdrama’s. Dertien is een mooie leeftijd, maar we zijn blij dat we er alleen maar op terug moeten kijken, want herbeleven willen we het niet. Mitchell heeft d´t als geen ander begrepen.

E-mailadres Afdrukken