Banner

Edgar Hilsenrath

De belevenissen van Ruben Jablonski

7.0
Jurgen Boel - 07 augustus 2015

Kan je over de Holocaust schrijven? En over het leven erna? Primo Levi bewees als geen ander dat het kan, maar ook de Duits-Joodse schrijver Edgar Hilsenrath (1926) toonde zich niet onbetuigd. Zijn vaak deels autobiografische werken bestrijken alle stijlen, van inktzwart realisme tot een groteske satire met als belangrijkste kenmerk dat Joden, ook zij die de Holocaust meemaakten, geen betere of slechtere mensen zijn dan de rest. Getuige De belevenissen van Ruben Jablonski

De ondertitel een autobiografische roman verraadt of insinueert dat Hilsenrath ditmaal uit het eigen leven geput zou hebben maar niets is meer of minder waar. In zowat al zijn boeken puurt Hilsenrath gretig uit de eigen ervaringen maar tezelfdertijd overgiet hij die met zoveel overdrijvingen, satire of getuigenissen van andere dat de werken het louter biografische overstijgen en zich op het puur literaire vlak begeven. Hilsenrath beperkt zich bovendien evenmin tot één bepaalde stijl of kenmerk, en opteert naargelang het verhaal dat hij vertellen wil voor een grimmig realisme (Nacht), groteske kolder (De nazi en de kapper), poëtisch magisch realisme (De thuiskomst van Jossel Wasserman, Het sprookje van de laatste gedachte) of een mix van stijlen zoals in Fuck Amerika en in mindere mate De belevenissen van Ruben Jablonski.

In zekere zin kan dit werk overigens opgevat worden als het verhaal voor Fuck Amerika (dat een koldereske vertelling is van Hilsenraths tijd in Amerika), alsook de proloog en epiloog van Nacht (waarin Hilsenrath het leven in het getto beschrijft). Ditmaal start Hilsenrath zijn verhaal immers bij zijn kleutertijd en hoe hij zich enerzijds Duitser voelt (en zal blijven voelen) en hoe hij anderzijds onder het opkomend nazisme zich steeds meer bewust wordt van zijn anders zijn. Op vlucht voor de Duitsers trekt hij samen met zijn moeder en broer (zijn vader zit in Frankrijk) naar familie in Roemenië, al blijkt snel dat ze ook daar niet veilig zijn voor het oprukkend nazisme wanneer ze weggevoerd worden naar een getto. De roman start evenwel pas echt kort na de bevrijding wanneer Hilsenrath door Roemenië trekt en via oude vrienden en kennissen de kans krijgt om naar Palestina te vertrekken.

Dat beloofde land, dat nog steeds onder Brits protectoraat staat, heeft echter evenzeer te zuchten onder zijn vorm van terreur. De Britten, Palestijnen en Joden leven op gespannen voet met elkaar en aanslagen en (willekeurige) arrestaties zijn dan ook niet ongewoon. De ongeschoolde en seksueel heel actieve (een element dat ook in Fuck Amerika prominent aan bod komt) Jablonski vindt aanvankelijk werk op een kibboets maar verlangt meer van het leven. Hij droomt ervan een groot schrijver te worden en neemt in tussentijd allerlei klusjes aan om rond te komen. Terwijl Jablonski in Palestina van de ene stiel in het andere ongeluk rolt, weten zijn moeder en broer zich verenigd in Frankrijk. In de hoop daar eindelijk werk te kunnen maken van zijn grote roman besluit hij naar zijn familie terug te keren, waarna de zo lang geplande reis naar de VS dan toch realiteit wordt.

Wie Hilsenraths boeken ter hand neemt,krijgt een aardig idee van hoe het hem zelf verging tijdens en na de eerste oorlogsjaren terwijl hij als aspirerend schrijver het trauma van de oorlog van zich af tracht te schrijven . Het meest meesterlijke weet hij dit te brengen in Nacht en Fuck Amerika waarvan hij in de De belevenissen van Ruben Jablonski diezelfde impressionistische stijl hanteert, zij het beheerster en minder humoristisch. Het verleent aan de roman een vreemd aura, eentje dat zich bewust is van de ernst van het gegeven maar tezelfdertijd er met een milde ironie op terugblikt. Voor Hilsenrath zijn er geen helden na de Holocaust, iedereen overleeft en iedereen pikt zijn graantje mee, Jablonski net zo goed als de anderen. Een fraaie gedachte is het niet, maar eerlijk is ze wel.

E-mailadres Afdrukken