Banner

Otto de Kat

De langste nacht

8.0
Hildegart Maertens - foto's: Murdo Macleod (The Guardian) - 17 april 2015

Hij is niet van de poes, deze nieuwste roman van Otto de Kat. In De langste nacht voert protagonist Emma een strijd op leven en dood. Een strijd met haar naderend einde. Hoe meer het nadert, hoe meer begraven herinneringen omgewoeld worden.

Het is geen geruststellende gedachte, maar een gewaarschuwd man of vrouw is er twee waard, dus waarom doen alsof? Sterven is niet gemakkelijk, althans wanneer men dat sterven min of meer aanvoelt, of besluit om er zelf de stekker uit te trekken door gebruik te maken van de wetgeving die in Nederland en België bestaat. Doodgaan is immers de laatste rekening opmaken, de plooien gladstrijken die conflicten en verdrongen dromen in het bestaan hebben gemaakt. Er moet dus niet alleen afscheid genomen worden van alles wat er is geweest, maar ook van wat had kunnen zijn. Relaties, landen, jobs, kinderen: hoewel een mens soms de neiging heeft te geloven dat het allemaal keuzes zijn die zichzelf maken, de realiteit is anders. Iedereen houdt min of meer alle kaarten in de hand om van het leven te maken wat er van te maken valt. Dat de confrontatie met de dood het hart met spijt vervult om alle mogelijkheden die destijds niet werden gegrepen, is niet onlogisch. Pas na de laatste ademhaling, hartslag en hersenprikkel worden al die kansen definitief onmogelijk. De nacht van het grote afscheid is dus geen nacht om snel af te handelen. Het is de langste nacht van het leven. Het is, bij wijze van spreken, een nacht die zolang duurt als het leven zelf, omdat elke wending zich opnieuw aan het geestesoog voltrekt, in het noodlottige licht van de onmogelijkheid om dit of dat ongedaan te maken. De rekening, de factuur met alle gegrepen en gemiste kansen, die betaalt men met de dood. Met het einde, voor eens en voor altijd. Dat is het meest wezenlijke en ontroerende besef dat uit Otto de Kats vijfde roman opstijgt.

In De langste nacht bouwt de auteur een interessant raamwerk rondom het levensverhaal van Emma die in haar leven een pad heeft bewandeld dat misschien niet het juiste, het meest opzienbarende of het meest intrigerende is geweest. Geen shortcut naar groot geluk, hoewel het personage haar eigen verleden niet afwijst. De 96-jarige Emma weet het zoveel jaren later nog altijd niet: wat waren goeie keuzes, wat niet – wat had gekund, wat niet? De auteur speelt met Emma’s leeftijd en context: de vrouw verliest grip op haar verleden en op haar herinneringen. Ze dwaalt af, ze geraakt het spoor bijster, ze kan de consistentie van haar gedachten niet meer waarborgen. Haar verleden wordt ineens samengebald tot één moment, tot de schamele uren van een nacht die lang lijkt, maar veel te kort is. In die nacht is haar hele verleden één groot “nu” en de manier waarop de Kat al die verschillende lagen van tijd helder en toch ongrijpbaar door elkaar laat meanderen, getuigt van groot meesterschap. Heerlijk virtuoos is dat de worsteling van Emma met “recent” versus “lang geleden” ook een worsteling wordt voor de lezer, maar dan van het prettig-melancholische soort. De langste nacht uitlezen, is niet de langste nacht beleven: het is een boek met een aardig tempo en toch veel stilistische gevoeligheid. Het voornaamste is en blijft echter de Kats vermogen om verhalen te vertellen. In deze roman neemt hij een hele brok 20e-eeuwse geschiedenis mee: het koloniale tijdperk zindert echter op de achtergrond, de Tweede Wereldoorlog drukt zijn onuitwisbare stempel op haar leven en toch… Toch voert de Kat ook een pleidooi voor de mens die het heft in eigen handen neemt, voor de mens die af en toe eens een adempauze neemt en denkt: “bewandel ik de goede weg?” Want hoewel we daar nooit helemaal zeker van kunnen zijn, is die vraag ontzettend belangrijk. Ze laat ons toe op tijd rekeningen te vereffenen, voor de langste nacht, die uiteindelijk een stuk korter wordt.

Dit alles gezegd zijnde, terug naar het boek. De langste nacht is een breekbaar, ontwapenend kleinood. Trefzeker, mysterieus, subtiel en teder: Otto de Kat weet dat grote literatuur niet de stormram gebruikt, maar zich van tact bedient. Zo’n roman is dit: een die, zonder dat de lezer er erg in heeft, onder de huid kruipt en daar een poos blijft zitten. Onder, maar ook op de huid. Als kippenvel.

E-mailadres Afdrukken