Banner

Ludwig Renn

Oorlog

8.0
Frida Dewitte - 03 april 2015

Er zijn zo van die boeken die helemaal samenvallen met hun titel. Oorlog van Ludwig Renn bijvoorbeeld. Eind jaren '20 verschenen, kort voor Erich Maria Remarques klassieker Van het Westelijk front Geen Nieuws, is het een roman die illustreert hoezeer het hele leven van jonge mannen tijdens de Eerste Wereldoorlog samenviel met de horror van modder, granaten, beschietingen en andere vormen van levensbedreigende ontbering. Een boek als een tunnel, met slechts een zwak schijnsel aan het einde ervan.

Meteen na de publicatie werd Krieg in Duitsland een groot succes, allicht omdat een hele generatie soldaten zich herkende in de protagonist, wiens naam de auteur liet samenvallen met zijn eigen pseudoniem. Geboren als Arnold Friedrich Vieth von Golßenau – waarbij het “von Golßenau” wijst op de adellijke titel die een van zijn voorvaderen uit de brand had gesleept – keerde Renn zich af van de eliteklasse, waarna hij zijn communistische idealen met hart en ziel verdedigde. De nazi's zouden nog geprobeerd hebben hem voor hun kar te spannen, maar de idealist in Renn was te weerspannig. Hij ontvluchtte Duitsland in de jaren '30 en streed een tijdje in Spanje tegen het Franco-regime. Toen ook dat conflict in het nadeel van het grotere goed werd beslecht, nam Renn de wijk naar Mexico. Hij bleef er actief in de literaire wereld en stelde zich op als voorstander van het Esperanto, waar hij zich jaren lang hartstochtelijk voor engageerde. Uiteindelijk keerde hij terug naar de DDR, waar zijn homoseksuele geaardheid werd gedoogd. Toch bleef Renn voortaan bij maatschappelijke romans uit de buurt: hij schreef nog kinderboeken, reisverhalen en biografieën, waarvoor hij publieke appreciatie kreeg. Ondertussen bloedde de roem van Krieg stilaan dood. Hoewel het in Duitsland nog steeds een gekend cultboek is, verloor het in de omringende landen zijn oorspronkelijke gewicht. Legt men het naast Remarque's verpletterende Im Westen nichts neues, dan begrijpt de lezer vrij snel waarom. Streefde Remarque een geconcentreerd, intens proza na dat de akelige werkelijkheid als een verstikkende gloed van de pagina's deed afstralen, dan zocht Renn veeleer naar een stijl die de monotonie en de zinloosheid van de situatie waarin menig soldaat verkeerde, waarheidsgetrouw weergaf.

Eigenlijk zit het hele boek in zijn titel vervat. En ook niet, want voor de talloze gedaantes die de verschrikking van een oorlog kan aannemen, volstaat amper één woord niet. Renns boek lijkt, naarmate de lezer opschuift in de handeling, een soort catalogus van de afschuw te worden. Steeds weer komt de protagonist oog in oog te staan met een context die geen menswaardigheid toelaat. Stilzwijgend ondergaat Renns personage elke volgende vernedering, elke volgende stap die een verdere negatie van het beginsel “humaniteit” inhoudt. Door stilistisch erg zakelijk te blijven en door escapades van emotionaliteit uitdrukkelijk te mijden, komt de hele roman des te meer verbijsterend over. De zakelijke, ondubbelzinnige, overzichtelijke, doelbewust onpoëtische structuur en taal staan lijnrecht tegenover de onbevattelijke inhoud, en het is aan die contradictie dat Oorlog zijn kracht ontleent. Onderweg, samen met de auteur op wandel door de smurrie van ondersteboven gebombardeerde velden en kapotgeschoten levens, krijgt de lezer het steeds moeilijker om van feit naar feit te strompelen. De handeling, de dialogen, de lotsbestemming van de karakters: alles lijkt zich buiten de wil van de ik-figuur om te voltrekken. Deze indruk, die eigenlijk neerkomt op het gevoel dat de hele oorlog gedetermineerd of geprefabriceerd was en dat een hele generatie als kanonnenvoer werd opgeofferd, is een doelbewust gehanteerde schrijverstechniek en tevens een essentieel onderdeel van Renns kritiek op de toenmalig heersende orde. Niet toevallig schakelde de legertop het individuele denken van soldaten uit, niet toevallig werden de meesten blindelings een gewisse dood ingejaagd. Wat heeft heldhaftigheid dan nog te betekenen, in dit bloedbad der onschuldigen? Haast niets. Het enige geloof dat in de loopgraven kan wortelen, is dat in onvoorwaardelijke kameraadschap, in vriendschap gekweekt ondanks (of dankzij?) de meest erbarmelijke omstandigheden. De makkers worden uiteindelijk bijna de enige bestaansreden – en houdt net dit niet de totale negatie van patriottisme in?

Indertijd heeft Oorlog vele ogen geopend, vooral dan van diegenen die er niet bij waren en de kommer en kwel van '14-'18 alleen maar kenden “van horen zeggen”. Ook vandaag nog verruimt het boek het perspectief op de oorlog, hoewel het geen monument is zoals Remarque's magnum opus – geen boek waarvan bepaalde beschrijvingen maandenlang door het hoofd blijven spoken. Dat neemt niet weg dat deze nieuwe vertaling, die in haar snedige, solide compactheid (bravo, Kris Lauwerys en Jan Bert Kanon!) recht doet aan het origineel, de lezer even opslokt in de gitzwarte cocon van Renns werkelijkheid. Bijna 300 bladzijden tunnelvisie. Oef, wat zijn we opgelucht als we achteraf het licht van de vrede rondom ons met andere ogen gade slaan.

E-mailadres Afdrukken