Banner

Patrick Modiano

In het café van de verloren jeugd

7.5
Frida Dewitte - foto's: Copyright foto: Catherine Hélie/Éditions Gallimard - 09 januari 2015

Wat is een leven anders dan een doolhof? Wat is een grootstad anders dan een labyrint waarin de anonimiteit regeert? En wat is ons verleden anders dan een magneet die onze koers blijvend bepaalt, een poolster waarop wij ons doen en laten oriënteren, een verloren horizon die we aan de einder voor de toekomst aanzien? Nobelprijswinnaar Patrick Modiano schreef er een ontroerende roman over, een kleinood dat het grote thema van ons aller alleenheid in het ondefinieerbare licht van zijn mysterieuze proza aanraakt, om het meteen weer los te laten -- een bescheiden boek als een langgerekte zucht.

Ons verleden: het volgt ons vanaf het moment dat we het heden de rug toekeren om in een volgend heden te stappen. Kan het in het leven een betrachting zijn om net dat verleden te herstellen, wat we toen hebben nagelaten ongedaan te maken, onze vergissingen te herstellen? Dat kan natuurlijk niet, en toch kunnen we in dat verleden wonen. We kunnen wonen in de mogelijkheden van dat verleden, in wat de tijd ons langzaam maar zeker heeft geleerd, in de potentie van wat we toen niet zagen maar er misschien toch geweest is. Bestaat er bovendien iets als een voltooid verleden tijd? Zo ja, wanneer voltrekt die voltooiing zich dan? Keert alles van belang vroeg of laat immers niet terug, in de wazige namiddagzon van veel te lange dagen waarin we verloren lopen? Misschien zoeken we net daarom wel eens de beschutting op van een verloederd café, waar we onze verloren dromen kunnen dromen, ons van de vergissingen van ons leven kunnen afwenden, ze kunnen ontkennen, ons kunnen uitgeven voor iemand met wie we ons in de loop der dagen steeds meer gaan identificeren, om ten slotte die verwaaide versie van onszelf te worden en die oude ik achter te laten?

Ah, natuurlijk doen we dat niet, willekeurig door de straten van een stad dwalen en die straten in de stegen van ons verleden zien veranderen. En toch maakt Modiano in een boek als In het café van de verloren jeugd aannemelijk dat wij, lezers, net zo doen en zijn als zijn personages doen en zijn. Zijn de personages uit dit boek op een andere manier gehavend dan wijzelf? Hun lichamen vertonen natuurlijk wel de imaginaire littekens van diepere wonden, van meer fundamentele trauma’s dan de meesten van ons doorgemaakt zullen hebben. Het is Modiano echter niet om die trauma’s te doen, maar wel om het louteringsproces waarmee de personages terug met zichzelf -- en via zichzelf met de wereld -- in het reine proberen te komen. Dat doen ze dan weer door in de onechte wereld van een café, een sektarisch bijgeloof, een bestaan als detective of een huwelijk onder te duiken. Ze vergissen zich echter: dat alles zal hen niet dichter bij zichzelf brengen, want in wezen blijven ze dag na dag eenzaam, op zichzelf teruggeworpen.

Ondertussen zou verkeerdelijk de indruk ontstaan kunnen zijn dat dit boek -- eigenlijk boekje, want je ploegt je op een druilerige namiddag in een vlotte beweging door deze gebroken levens heen -- grossiert in vaagheid. Niets is minder waar: Modiano hult weliswaar talloze aspecten van zijn personages in nevelen, de roman bevat wel degelijk een duidelijke lijn. Of liever: verschillende lijnen, samengehouden door een enkele vrouw. Zij is eenzaam onder de mensen, kan zich bijgevolg niet hechten, vlucht voor wat ooit haar keuzes waren en dus voor zichzelf. Daarrond cirkelt een student, die zich vergaapt aan het gemak waarmee de stamgasten van het café waar hij zelf niet helemaal thuishoort zich aan het leven als dusdanig onttrekken. Iemand onderneemt een nobele maar op voorhand vergeefse poging om aanknopingspunten te vinden op basis waarvan de levens van de cafébezoekers gereproduceerd kunnen worden. Hij vergeet dat de stamgasten net mensen zijn die het café als transitzone opzoeken, die de neutrale ruimte van de stad willen bewonen, daar waar alles mogelijk is, daar waar ze zelf op elk moment een koerswijziging in gang kunnen zetten. Later kruipt Modiano in de huid van een privédetective, die zich het lot van de van hoop verstoken vrouw in zekere zin ter harte neemt. In de centrale sectie neemt zij zelf het woord, nadien wisselt het perspectief nogmaals naar iemand die een fractie van zijn leven met haar mocht delen. Vormen deze verschillende vertelstandpunten uiteindelijk een naadloze puzzel? Helemaal niet. Modiano’s roman leeft van de ettelijke losse eindjes, de suggesties, de onbenutte mogelijkheden, de onvolledigheid. Als mensen onkenbaar zijn, dan de karakters in Modiano’s boeken ook.

Levens om in rond te dolen, een stad als een organisch wezen, personages die hier en daar iets ---met andere woorden: al bij al bitter weinig -- over zichzelf blootgeven, een stijl die de onkenbaarheid van mensen, situaties en de tijd voelbaar maakt … In het café van de verloren jeugd is een roman waarin de lezer zichzelf moet kwijtraken, zijn of haar ziel moet leggen, kopje onder moet gaan in het nostalgisch-melancholische bad van een bestaan waaruit de mogelijkheden langzaam maar zeker wegsijpelen. Herkenbaar, en tegelijk onkenbaar. Met hier en daar een inzicht, het overpeinzen waard. Zoals: ”We leven bij de gratie van een zeker stilzwijgen.” Of: ”In dit leven, dat soms veel weg heeft van een braakliggend terrein zonder wegwijzers, zou je tussen alle vluchtlijnen en verloren horizonnen een paar aanknopingspunten willen vinden en een kadaster opstellen, om niet langer het gevoel te hebben dat je stuurloos rondzwerft. Je knoopt betrekkingen aan, je probeert een toevallige ontmoeting uit te bouwen tot een duurzame relatie.” Is dat hoe Modiano deze roman zelf zou samenvatten? Deze en andere bedenkingen, soms nauwkeurig, soms schijnbaar in de vlucht genoteerd: ze vormen de uitgekristalliseerde kern van een meester in het ronddolen, het cirkelen rondom een essentie die onaanraakbaar en net daardoor geheel intact blijft.

Copyright foto: Catherine Hélie/Éditions Gallimard

E-mailadres Afdrukken