Banner

Daniel Levitin

Ons muzikale brein

7.5
Hildegart Maertens - 21 augustus 2014

Het bedrag dat per jaar in dollars aan het onderzoek van de hersenen wordt besteed, loopt waarschijnlijk in de miljoenen. Aan de hand van fMRi-onderzoeken op proefpersonen wordt met mondjesmaat meer en meer begrepen aangaande de werking van het grootste menselijke wonder: het denken. Maar hoe meer we begrijpen, hoe minder we ervan kunnen geloven. Want brokkelt zoiets complex als een bewustzijn of als ontroering echt uiteen in een simpele optelsom van neuronale uitwisseling?

Nee, het moeten niet altijd dokters zijn die zich in dergelijke materie verdiepen en er boeken over schrijven. Toch is de literatuur van arts (neuroloog) Oliver Sacks over de vreemde in- en uitwerking van muziek op de hersenen een genoegen om te lezen. De sleutel tot zijn wereldwijde succes is anekdotiek: hoe vaak vertrekt hij niet uit casuïstiek, om vervolgens het besproken probleem in meer abstracte termen te benaderen? Het is een formule die wonderwel werkt, en wel omdat Sacks zijn persoonlijke ervaringswereld op zijn onderzoeksgebied betrekt. Hij heeft de patiënten gezien, gehoord en onderzocht, en net dat brengt zijn boeken ongelofelijk dicht bij het leven van de lezer. Daarenboven is Sacks een internationale goeroe voor wat complexe medico-muzikale wonderen betreft. Artsen van over de hele wereld schrijven hem aan wanneer ze met een geval worden geconfronteerd dat hun petje te boven gaat. Zodoende blijft Sacks natuurlijk bezig, en verschijnt om de zoveel jaren een nieuw boek van hem in de rekken. Een lofzang op Oliver Sacks is dit artikel nochtans niet. Ook Daniel Levitin verdient immers de aandacht die deze recensie hem geeft. Hij benadert het brein veel meer als een wetenschapper tout court, niet zozeer als de menswetenschapper die Sacks is. Dat betekent een nuchterder toon, minder kleinmenselijke franjes, maar des te meer to-the-point schriftuur. Denk echter niet dat Ons muzikale brein een naslagwerk is dat voorbehouden dient te blijven aan professoren in de neurologie. Het tegendeel is waar: het gebied van de hersenwetenschap brengt Levitin overzichtelijk en behoorlijk laagdrempelig in kaart. Hij verliest zich ook niet in details: het onderzoek dat hij oorspronkelijk voerde, namelijk naar de genetische grondslagen van het gegeven “muzikale aanleg”, komt aan bod, maar overheerst niet elk hoofdstuk of domineert niet elke hypothese.

Waar de lezer een boek van Oliver Sacks af en toe opzij moet leggen om in verbazing uit te brengen dat het haast lijkt alsof de histories die de Amerikaan beschrijft fictie moeten zijn, dan kan men bij Levitin rustig blijven doorlezen. Of dat een compliment is? Welnu, Ons muzikale brein is non-fictie in de zuiverste betekenis van het woord. Fantasie en anekdotiek zijn er volledig ondergeschikt aan de informatieve lading van het boek, dat zich moeiteloos van thema naar thema begeeft. Onvermijdelijk lijkt Levitin af en toe te vervallen in het schrijven van een weetjesboek, hoewel de informatie altijd van een dusdanige kwaliteit blijft dat het gevoel uitblijft een rariteitenkabinet te lezen. Daarnaast is het, zoals de kaft ook laat uitschijnen, inderdaad zo dat Levitin het mysterie dat muziek en wat ze teweegbrengt samen zijn, niet probeert te ontrafelen. Behalve wetenschapper is Levitin immers ook muzikant en studiotechnicus, kortom iemand die zich ook zelf wil laten verrassen door noten en klank, niet iemand die muziek door de bril ziet van een wiskundige die zich er nog nooit heeft door laten ontroeren. Die gevoelsdimensie maakt niet de hoofdmoot uit van Ons muzikale brein, maar ze zit er wel in. Dat maakt het spectrum van deze roman vollediger, te meer omdat Levitin zich ook de vraagt durft stellen waaruit de muziek precies haar emotionele kracht put. Hij legt daarbij het verband met de functie van het geheugen, dat noodzakelijk is om een muzikale betekenis te kunnen percipiëren. De herhaling van een melodie, al dan niet getransponeerd naar een andere toonaard: het kan de absolute culminatie van muziek betekenen, terwijl het – op de keper beschouwd – een doodgewoon procedé van herhaling is. Dat Levitin de lezer op die manier doet stilstaan bij de schijnbare banaliteit van iets zo groot en onkenbaar als muzikale ontroering, is mooi. Het maakt dit boek tot een aangename aanvulling op (of misschien zelfs synthese van) de boeken van Sacks, hoewel die de aandacht nog iets natuurlijker vast weten te houden.

E-mailadres Afdrukken