Banner

Lionel Shriver

Big Brother

7.5
Hildegart Maertens - foto's: Copyright foto: Ulf Andersen/Getty Images - 27 juni 2014

Ja, er is een en ander aan de hand in deze wereld. Er is een WK voetbal aan de gang, dat klopt, en wie daarvoor wenst te vluchten kan gerust met Lionel Shrivers laatste roman in een hoekje kruipen. Niet om een gezellige streekroman te veroveren, maar om met problemen geconfronteerd te worden. Problemen waarop mensen constructief moeten inpikken. Het is dat, of verdrinken. In hun eigen miserie, of hun eigen vet.

Verlieslatend zal Lionel Shrivers vorige boek allicht niet geweest zijn. Aan de kassa’s deed We Need To Talk About Kevin het namelijk meer dan behoorlijk. En nee, niet alleen boekhandels verkochten het boek als zoete broodjes, ook in de bioscopen verzamelde zich een menigte om zich te laten ontroeren door een losgeslagen jongen die een wanhoopsdaad verricht in zijn school en over een moeder die geen liefde kan opbrengen voor haar kind. Keihard, jazeker. Maar wie dacht dat Gus Van Sant die film al gedraaid had (Elephant), die heeft het mis. In het scenario van Shriver krijgen de verschrikkelijke afwikkelingen ook duidelijk ontroerende mogelijkheden. Situaties blijken er niet eenzijdig macaber, want -- zo lijkt het toch -- het roer kan worden omgegooid. Uit het scheve kan het rechte worden geboren -- en is het niet net die belofte waar de Amerikanen van smullen? Het is de belofte van het onmogelijke dat mogelijk wordt: niet door mirakels, maar door mensen. Het is Yes, we can! in romankunst, zonder daarmee te zeggen dat We Need To Talk About Kevin een boek is waarin alles peis en vree wordt. Daarvoor is Shriver te intelligent en te realistisch. Ze schrijft geen stationskitsch, maar romans die de pijnpunten van deze tijd markeren en ze met kruiden bestrooit. Die kruiden spijzen alle goede romans; ze worden wel eens herkenbaarheid, soberheid en behendig in elkaar gestoken dramaturgie genoemd. Een aardverschuiving bracht We Need To Talk About Kevin waarschijnlijk bij weinigen teweeg. Wel was het een boek dat, zonder dat de lezer er erg in had, onder de huid kroop. Hoe Shriver dat doet? Door op een bepaalde manier complexloos te zijn, terwijl ze de complexiteit van menselijke interacties en gevoelens nooit in de kou laat staan. Ze behandelt ze, reduceert ze lichtjes, maar verfraait ze niet. En ja, het is een techniek die ook in Big Brother zijn vruchten afwerpt.

Wees gerust: deze keer geen glazen kooi waarin weinig verstandig en nog minder verstandig samenkomen om onder het oog van de camera te leven. Dat hebben we al gehad. Wel een boek over, u raadt het al, een grote broer. Een broer die na een lange afwezigheid terugkomt, groter dan voorheen. Of beter: breder dan voorheen. Dikker dus. Hij is verslingerd geraakt aan eten, zoals een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking verslaafd is geraakt aan te veel eten. Shriver roept een personage in het leven dat heel veel Amerikanen zullen herkennen. Wie kent immers niemand die, toen het even wat moeilijker ging, naar de koelkast of de kelder liep en daar uiteindelijk een gewoonte van maakte? Shriver benadert dat probleem niet vanuit de eerste persoon, maar vanuit het perspectief van Pandora, Edisons zuster. Zij moet het allemaal aanzien en moet tegelijk met haar partner overweg kunnen, die haar uiteindelijk een pijnlijk ultimatum stelt. Ineens gaat het boek over veel meer dan over obesitas alleen: Shriver neemt verplichtingen en verwachtingen in een familiale context onder de loep. Alweer erg frappant is hoe ze weet te ontleden dat elke keuze uiteindelijk slachtoffers maakt. Haar personages zien zich genoodzaakt het pad van het compromis te kiezen en Pandora moet schipperen tussen belangen waarvan ze niet weet welke ze het meest behartigt of welke ze het meest toegewijd zou moeten zijn. Zo maakt Big Brother zich los van zijn wat beknellende thematiek: het wordt uiteindelijk een roman die gaat over evenwicht, intrinsiek zowel als extrinsiek, kortom op individueel en familiaal niveau.

Een eye opener, een roman die -- om in de gastronomische sfeer te blijven -- “verplichte kost” mag heten? Daarover kan gediscussieerd worden, want tot tranens toe weet Shriver haar lezers niet te beroeren en ze schrijft ook geen boeken om haar publiek tot inzichten te brengen. Wel is het een vlotte, behendig geschreven roman die de lezer meesleept, over een thema dat gemakkelijk als een bagatel zou kunnen worden behandeld. Shriver doet dat niet: ze houdt haar roman appetijtelijk. Een onderhoudend boek dus, pico bello vertaald door Maarten Polman en door Uitgeverij Atlas Contact voorzien van een fijne kaft. Smakelijk!

E-mailadres Afdrukken