Banner

Gerrit Komrij

Kakafonie – Encyclopedie van de stront

Guy Peters - 17 mei 2006

Stront, schijt, kak. Met uitzondering van de lidwoorden zijn het de meest voorkomende woorden in Komrij’s lang geanticipeerde kakencyclopedie. Of het werk daadwerkelijk weet te boeien, hangt waarschijnlijk af van de mate waarin je het betreurt dat het thema niet of slechts zelden aan bod komt in dagdagelijkse conversaties.

Zoals Komrij al tot in den treure heeft herhaald in interviews, is de beweegreden achter het boek er eentje van onbegrip: hoe is het mogelijk dat iets dat zo menselijk is en zo’n elementair deel uitmaakt van het bestaan, wordt stilgezwegen, van de baan geschoven en verbannen tot dat waarover men niet hoort te spreken eens men de leeftijd van zes jaar gepasseerd is? Doorheen het boek worden er verschillende verklaringen gezocht — we hebben er geen controle over, het is té intiem, het stinkt en ziet er afzichtelijk uit, het zou een duivelse daad zijn om te beweren dat men het Lichaam van Christus terug kan uitscheiden, etc — maar het blijft een encyclopedie, en geen geschiedenis van hoe stront werd geweerd uit ons discours, de literatuur, het leven van alledag.

In de eerste hoofdstukken van het boek, die gewijd zijn aan onze houding tegenover stront als gespreksonderwerp, worden er wel oorzaken gezocht in enkele korte essays en artikels, maar het boek blijft vooral een overdosis scatologie, een vergaarbak van allerhande teksten die verwijzen naar het bruine goedje: krantenartikels, gedichten, versjes, spreuken, romanfragmenten, woordenboeklemma’s, cartoons (Gummbah en Kamagurka zijn inderdaad van de partij), wetenschappelijke classificaties, uitspraken uit de oudheid (met Tuba podex est — "de aars is een trompet" — als favoriet), etc. Het is fraai vormgegeven, met een — surprise! — bruine kaft en de driehonderd mooi verzorgde pagina’s, ingedeeld per thema, worden omgevormd tot één van de vreemdste bloemlezingen op de markt. Zo gaan die eerste hoofdstukken ook over stront in de wetenschap, de filosofie, de literatuur en de muziek. De veelzeggende lyrics van Screamin’ Jay Hawkins’ legendarische "Constipation Blues" worden in heel hun niet mis te verstane glorie afgedrukt.

De lijst literaire kanonnen die aangehaald wordt, is eveneens indrukwekkend: Rabelais, Cervantes en de Sade (met een bijzonder "smakelijk" fragment) bleken een gezonde interesse te koesteren voor de menselijke uitwerpselen. Uit de moderne tijd komen o.m. Komrij zelf, Jeroen Brouwers, Herman Brusselmans en Connie Palmen aan bod. Het legendarische kakorgasme uit diens I.M. zorgt alleszins voor een apart hoogtepunt. Verder wordt er aandacht besteed aan de classificatie van stront (naargelang de densiteit, met extra aandacht voor diarree), constipatie, stront bij dieren (mét foto’s), en strontperikelen op reis. Kunnen ook niet achterblijven: de sanitaire installaties, de scheet in al zijn klank- en geurvormen, en enige pagina’s gewijd aan degenen die het laten ervan verheffen tot een kunstvorm op zich: de petomanen.

Het boek bewijst dat er wel degelijk heel wat werd en wordt geschreven over stront, maar omdat Komrij het allemaal in kleine, thematisch gerangschikte dosissen presenteert, krijg je hetzelfde effect als bij een fotoboek over het Oude Egypte, handleidingen bij de aanschaf van een eerste huisdier, of een geschiedenis over eender wat: je wordt murw geslagen door de opeenhoping van tekst, de halfsamenhangende stroom aan feiten, grappen en brokken poëzie. Het is dus niet het soort boek waarvoor je een avondje thuisblijft (dat is ook niet de bedoeling), maar het is wel bijzonder geschikt als toiletlectuur (dan is die laatste novelle van Brusselmans meteen ook wat minder eenzaam), om te laten rondslingeren als je schoonouders op bezoek komen, of natuurlijk om als geschenk te geven aan een welriekende vriend of collega.

E-mailadres Afdrukken