Banner

Elvin Post

Vals beeld

Guy Peters - 17 mei 2006

Twee jaar geleden verraste Post vriend en vijand door aan de haal te gaan met de Gouden Strop voor zijn debuut Groene Vrijdag. Als opvolger Vals Beeld één ding uitwijst, dan is het wel dat de jonge Nederlander, zelf ook thrillerrecensent bij het Algemeen Dagblad, stilaan belofte af is en gerekend mag worden tot het beste dat dit taalgebied te bieden heeft.

Het gaat goed met de misdaadroman in de Lage Landen: de verkoop zit al jaren in de lift (een kanon als Aspe verkocht intussen al meer dan ruim een miljoen boeken), nieuwe namen verschijnen ten tonele in een tempo waaraan slachtoffers in de romans het loodje leggen, en de gemiddelde kwaliteit (jarenlang de achilleshiel van de Nederlandstalige misdaadliteratuur) kent beterschap. Toch is het aantal schrijvers van internationaal niveau beperkt: twijfelend tussen een Amerikaanse of Britse oriëntatie vervallen de auteurs nogal eens in klungelachtige tussenvormen die bulken van de clichés (en dat in een genre dat leeft bij de gratie van het subtiel omzeilen ervan), slaapverwekkende cases en psychologische complicaties die zichzelf al te vaak voor de voeten lopen. Met Vals beeld, een erg op de Amerikaanse stijl geënte roman, komen we nog eens een echte klassebak tegen.

Als een combinatie van Ordinary Decent Criminal en De Da Vinci Code (al is dat schoolmeestertoontje gelukkig achterwege gelaten), draait de roman om een kunstdiefstal. Vincent Bloom en Elijah Fish hielden ooit de kunstwereld voor de gek door vervalsingen van moderne meesters als Giacometti en Picasso te verkopen als authentieke werken. Bloom fungeerde als het meesterbrein dat de doeken van de hand deed voor grof geld, terwijl Fish de werken schilderde. Een en ander liep echter mis, de twee werden opgepakt en opgesloten voor zeven jaar. Amper weer vrijgelaten, benadert Bloom zijn voormalige partner met het voorstel om nog één keer het noodlot te tarten en enkele schilderijen uit het Gardner museum in Boston te stelen. Dit omdat het gaat om onverzekerde schilderijen die achteraf makkelijker te verpatsen zouden zijn. Natuurlijk loopt er niet enkel tijdens de diefstal vanalles fout, maar ook erna lopen zowat alle plannen in het honderd en krijgt het verhaal de ene spanningopvoerende wending na de andere.

Post (1973) is er bijzonder goed in geslaagd om een evenwicht te vinden tussen geloofwaardigheid en vaart. Als lezer krijg je aardig wat informatie te verwerken over musea, vervalsingen en beveiligingssystemen, maar er wordt gelukkig niet te lang stilgestaan bij niet ter zake doende details. Hieraan gekoppeld zijn ook de twee hoofdpersonages, de scrupuleuze meesteroplichter en diens door twijfels geplaagde hulpje, het werkelijke hart van de roman. Hun psychologische motivaties zijn plausibel (het is dan ook gebaseerd op een waargebeurd verhaal), de dialogen pittig zonder te vervallen in een idiote hipspeak, en het tempo blijft hoog. Wat de roman als extraatje te bieden heeft, is een forse dosis humor. Wat dat betreft is Post nog geen Pelecanos, Connelly of Leonard, maar de energie en intelligentie spat bij momenten van de pagina’s en het verhaal wordt hier en daar gekleurd door enkele hilarische passages.

Zo is er onder meer de museumdirecteur die zichzelf in extase brengt door te luisteren naar Modern Talkings foute "You’re My Heart, You’re My Soul", en is er een maffiaknechtje genaamd Kenny die door het lint gaat als hij Ken (van Barbie) wordt genoemd. Bovenop de lichtvoetige toon komt er een ultra-Amerikaanse flair. Als iemand die enkele jaren heeft gewoond en gewerkt in het land, heeft de auteur genoeg inzicht in de Amerikaanse cultuur om details in de roman te stoppen die ervoor zorgen dat het boek al klaar lijkt voor een adaptatie naar het grote scherm. Post zit nog niet op het niveau van zijn voorbeelden, maar Vals beeld is wél een sterke poging die de worpen van de meeste van zijn collega’s moeiteloos overklast.

E-mailadres Afdrukken