Banner

Stefan Hertmans

Oorlog en terpentijn

9.5
Frida Dewitte - 27 december 2013

Over een uur of honderd ziet de modale Belg weer een jaarlijks terugkerend ritueel aan zich voorbijgaan. Dat collectieve aftellen, een 2013 -- waarin uiteraard niet alle verlangens konden worden ingelost -- dat uit het vizier schuift en een 2014 dat zich meteen in de hevigheid van een gedeeld gelukswensen manifesteert: ook dat is een van de ceremonieën des levens die met het ouder worden hun glans verliezen. Want wat verandert er, uiteindelijk? Klinkt een smeekbede om humanisering in 2014 minder pregnant dan bijvoorbeeld honderd jaar eerder het geval was?

Wanneer 2014 daadwerkelijk zijn aanvang neemt, zal het precies 100 jaar geleden zijn dat een eerste grote wereldoorlog Europa verscheurde. Zowel van die Eerste als van de Tweede is menig gruwelijk detail bekend. Het meest schokkende feit dat van ’40 – ’45 altijd zal blijven nagalmen, is de georganiseerde uitroeiing van bepaalde bevolkingsgroepen. Tegenover die gestructureerde en hoogst doelmatige extinctieprocedures staat de blindheid waarmee in ’14 – ’18 gezinnen, dorpen en landen werden versplinterd. Bestond er nog iets als individualiteit op dat verschrikkelijke slagveld, tijdens die vier jaar durende impasse die dagelijks vaders, minnaars en maagdelijke knapen van het leven beroofde? Die terugblik in de tijd vormt echter een aanleiding om ook over 2014 te gaan nadenken. Wat gebeurt er vandaag in Syrië? Met de berichtgeving die de “buitenstaanders” – voor zover er nog buitenstaanders kunnen zijn in een conflict waarin op enorme schaal mensenrechten openlijk met de voeten worden getreden – tegenwoordig bereikt, is het onmogelijk nog in termen van “goed” en “kwaad” te denken. De ethische terreur voltrekt zich immers op persoonlijk niveau: dat van moeders die hun kinderen verliezen, en kinderen hun moeders. Als volgend jaar de Eerste Wereldoorlog uit de vergeetput gehaald wordt en wanneer we zullen worden vergast (excusez le mot!) op herdenkingsmomenten in en buiten de cultuursector, moeten we ook het hoofd durven te keren en naar de toekomst durven te kijken. Wat hebben we niet geleerd uit die voor velen terminale aanvaring tussen zoiets abstract als naties? Hoe kan het dat het vandaag nog steeds hebzucht en dictatuur zijn die de scepter zwaaien?

Om niet te verdrinken in de stroom van publicaties die vanaf volgende week op de lezende medemens zal worden losgelaten, bracht Stefan Hertmans zijn boek over de Eerste Wereldoorlog iets eerder uit. Daarom, of omdat de tijd ervoor gekomen was. Voor Hertmans was het immers geen vrijblijvende keuze om een boek aan dit onderwerp te wijden. Zijn grootvader had zich als soldaat onderscheiden in die oorlog en had zijn kleinzoon vlak voor zijn overlijden twee schriften overhandigd waarin zijn ervaringen stonden opgetekend. Als kind had Hertmans een antiek horloge van de man gekregen, dat de onhandige knaap had laten vallen. Sedertdien is de herinnering van de schrijver aan de figuur van zijn grootvader bewolkt met schuld. Dit boek is daar de impliciete rechtzetting van: door de feiten te reconstrueren en het onvertelde te vertellen, doet Hertmans wat zijn grootvader nooit kon. De man zag immers zijn grote liefde sterven en met haar stierf ook zijn eigen vermogen tot geluk, of tot taal. De amateur-schilder bleef werken, maar de auteur die Urbain Martien was, vond geen woorden meer na het heengaan van die jonge aanbedene. De reconstructie die Hertmans op touw zet, is eigenlijk een verderzetting van de taak die zijn grootvader nooit kon volbrengen. Tegelijk is het voor Hertmans een onderzoek naar de genetica van zijn eigen kunstenaarschap, naar de kiem die hem vandaag vrucht doet dragen.

Bleek Hertmans de voorbije decennia in de eerste plaats een erudiet en genuanceerd essayist van de hoogste orde, dan bewijst hij met Oorlog en terpentijn dat hij – voor wie daar nog aan twijfelde – ook een uitnemend verteller is, los van de intellectuele beschouwingen waar hij zich niet zelden aan heeft gewaagd. Toch staat dit boek nooit lijnrecht tegenover wat de man in het verleden publiceerde – ook deze roman bevat de nodige filosofisch getinte uitwijdingen. Bovenal is Oorlog en terpentijn een grandioze synthese van de literatuur die Hertmans sedert zijn debuut in ’81, het jaar waarin zijn grootvader overigens zijn laatste adem uitblies en de schrijversfakkel spreekwoordelijk doorgaf aan zijn kleinzoon, bij elkaar bracht. Schilderachtig is het eerste deel, waarin Hertmans met een fijnbesnaard kruidenarsenaal een Gent uit de inkt laat oprijzen dat authentiek smaakt, ja zelfs ruikt. De toon versombert wanneer de Eerste Wereldoorlog op de voorgrond treedt. Niet alleen beschrijft Hertmans de acute shell shock waarmee een getraumatiseerd Vlaanderen moet zien om te kunnen gaan, verderop vist hij de scherven op die nog jarenlang voor pijnscheuten zorgen. Een Wapenstilstand kan geen oorlog beëindigen: als er geen leven overblijft om naar terug te keren, is een dergelijk akkoord misschien maar het begin van veel ellende? Hertmans restitueert wat zijn grootvader toekwam, door met de grootste tederheid diens levensmateriaal te benaderen. Hij is zorgzaam, nooit terughoudend: hij durft te benoemen wat benoemd moet worden. Oorlog en terpentijn is geen romantische feel good, wel een pakkende restauratie waarin een historisch en een persoonlijk perspectief virtuoos samenkomen. Hertmans zet uiteen, Hertmans stelt vragen, Hertmans plaatst kanttekeningen. Dit is Hertmans grand cru, en allicht het boek van het jaar.

E-mailadres Afdrukken