Banner

David Vann

Goat Mountain

7.0
Hildegart Maertens - 22 november 2013

De mens is een wreed dier. Het doodt niet alleen de meeste andere dieren die op deze planeet rondlopen, al dan niet voor recreatieve doeleinden, het doodt ook zijn eigen soort. Maakt ons dat tot de meest verderfelijke aller soorten? Of verdienen we mededogen, alleen al omdat ons bewustzijn ons in staat stelt mededogend te zijn?

Internationaal brak David Vann door met Legende van een zelfmoord, een prachtig boek waarin een kind de zelfdoding van zijn eigen vader gade slaat. De auteur putte daarvoor uit zijn eigen ervaringen. Interessant is niet alleen om te zien hoe hij die bijzonder naargeestige ervaring van zich af geschreven heeft in dat ene boek, maar ook hoe zijn voltallige oeuvre zich naderhand heeft ontwikkeld. Ook in Aarde en, zij het in mindere mate, in Caribou Island dringt het geweld zich aan de lezer op. Er lijkt bij Vann bijzonder weinig ruimte voor een positieve kijk op mensen: hij laat hen zo breekbaar zien als ze zijn, hij toont hoe ze zich aan elkaar vastklampen tegen beter weten in, maar hij laat niet na te tonen wat er gebeurt wanneer het tot een breuk komt. Een scheurtje verwordt bij Vann tot een heuse kloof, een kleine barst doet het glas keer op keer volledig barsten. De Amerikaanse auteur houdt de spaanders niet heel, maar klooft zijn karakters en de relaties die ze met elkaar aangaan af tot op het bot. Wat overblijft, als er al iets overblijft, zijn afgepeuzelde levens, restanten van een idylle, herinneringen aan tijden die nog ongeschonden waren. Voor de lezer is een boek van Vann dan ook een soort traumatische ervaring. Zeker was dat het geval bij Legende van een zelfmoord: weten dat dit echt gebeurd is, maakt het zo ongelofelijk beschrevene ijzingwekkend krachtig. Aan de intensiteit van zijn debuutroman kon Vann naderhand niet meer tippen. Toch is de man een oeuvre aan het schrijven waaraan men als lezer verslingerd raakt. Vann doet immers geen concessies, hij duwt de lezer een thematiek echt in het aangezicht. Ook in Goat Mountain, genoemd naar de plek waar de belangrijkste gebeurtenis uit het leven van de betrokken personages zich afspeelt, ontsnapt de lezer niet aan de vragen waar Vann mee zit.

Het noorden van Californië, het gezegende jaar 1978. Het begintafereel van dit boek lijkt bijna vredig. Een jongen zal onder het toeziend oog van zijn vader en grootvader ingewijd worden in de kunst van het jagen, en zal daarmee man onder de mannen worden. Was het echter maar zo eenvoudig! Tijdens het jagen ontdekt de vader een stroper, die hij zijn zoon door het vizier laat zien. Het onvermijdelijke gebeurt en plots ziet een leven er helemaal anders uit. Van het ene op het andere moment zijn er schuldvragen. De gebeurtenis laat bovendien een bijna instinctieve menselijke dimensie naar boven komen. Houden mensen in een situatie als deze op mensen te zijn? Wordt het mens een dier? En waar is dan het mededogen? Vann vreest de absurdistisch getinte dialogen niet en laat zijn karakters moreel totaal uit de pas lopen. Moeten er nog meer doden vallen, kwestie van de rekening te vereffen? Een pasklaar antwoord is er natuurlijk niet, alleen is duidelijk dat de situatie niet kan blijven zoals ze is. Het probleemoplossend vermogen van de personages lijkt echter niet in verbinding te staan met hun gezond verstand, of althans, een naturalistische denkpiste interesseert Vann niet. Zijn figuren worden representanten van een meedogenloze aard waarvan de lezer zich afvraagt of die echt in de mens schuilgaat. En op die manier wordt Goat Mountain weer een boek dat aan de ribben kleeft, dat zich onopgemerkt vastzet op de ruggengraat en er dan onverhoeds als een siddering doorheen trekt. Bovendien beschrijft Vann dat alles met het dromerige, bijna delirante proza dat hem kenmerkt, in een tempo dat de lezer bijna de adem ontneemt – het ritme is nooit te snel--, maar precies gepast om de onschuldige die dit verhaal tot zich neemt volledig te doordringen van de wreedheid en de ruwheid van het hele gebeuren. Of Vanns Goat Mountain daarom een boek is dat wekenlang zal bijblijven, is een andere zaak. Vann drijft zijn experiment zodanig ver, dat het altijd vrij ver van het bed van de lezer afblijft. Hoe dicht de auteur die taferelen ook haalt via zijn taal, inhoudelijk blijven ze enigszins wazig. Is dat een sterkte of een zwakte? Ieder dient dat allicht voor zichzelf uit te maken.

E-mailadres Afdrukken