Banner

Kris Van Steenberge

Woesten

8.0
Hildegart Maertens - 15 november 2013

Geen mens is als een ander. Dat is: geen mens denkt, voelt en percipieert als een ander. Een verhaal vertellen is eigenlijk alle betrokken individuen aan het woord laten. Dat is in werkelijkheid het reconstrueren van een geschiedenis: niet één, maar álle perspectieven herstellen.

Zou Kris Van Steenberge schrijver geworden zijn als hij nooit het voorrecht had genoten zijn grootvader te kennen? Inmiddels is de auteur, die met Woesten zijn debuut afleverde, vijftig geworden en houdt hij er misschien zelf al kleinkinderen op na. De verhalen die deze meekrijgen van hun grootouders, blijven veel vaker hangen dan wat ouders hun kinderen op de mouw spelden. En wel omdat die vertelsels van opa en oma bijna zonder uitzondering lijken te dateren uit een ander tijdsgewricht, uit een tijd die alleen in verhalen kan bestaan.

Wat Van Steenberge van zijn grootvader te horen kreeg, schetst een beeld van de beklemmende atmosfeer van een vooroorlogs dorp aan het einde van de negentiende eeuw. Een smid brengt er een dochter voort die hij Elisabeth noemt. Zij geeft blijk van een bovengemiddelde intelligentie en interesse en wil niets liever dan ontsnappen uit het dorpwezen, dat ze -- nog voor ze die gedachten zo expliciet kan benoemen -- als te benauwend ervaart. Ze verstikken haar, inspireren niet, of toch niet zoals het kunstzinnige materiaal waarmee ze in aanraking komt dat doet. Het mag echter niet zijn: de Brusselse dokter Guillaume Duponselle -- inderdaad, een personage dat voor -- en achternaam behoeft -- besluit zijn zaad in haar te laten ontkiemen en acht maanden later komt een schreiende tweeling uit haar schoot. Een ongeschreven wet in romans zegt dat wanneer het noodlot toeslaat, het ook hard moet toeslaan. Is dat in het leven trouwens anders? Zoon Valentijn straalt, maar een tweeling komt nooit alleen. Elisabeths tweede kind is gedrochtelijk en vader Duponselle straft het door het zijn recht op een naam te ontzeggen. Hij die doorgaat als Nameloos wordt alzo geboren; hoe ongewenst hij is, blijkt alleen al uit zijn naam.

Niet zomaar speelt deze tragedie zich af in een West-Vlaams dorp. Woesten heet het en het ligt in de buurt van Ieper. De bewoners van het gehucht laten geen gelegenheid voorbij gaan om te roddelen over de tegenslagen die het gezin van “mijnheer docteur” teistert. Praten over andermans ellende is immers het beste middel om de eigen ellende te vergeten. Daarnaast hangt de Eerste Wereldoorlog als een dreigende wolk boven dit landelijke dorp. Wanneer ook de oorlogsterreur in vol ornaat toeslaat, lijkt Woesten apocalyptische dimensies aan te nemen. Gelukkig blijft Van Steenberges erg mooie proza troost bieden. De auteur laat zich in met humor, weet meer dan genoeg over spanningsopbouw en weet de informatieoverdracht uitstekend te doseren.

Dat Erik Vlaminck een zegje mag doen op de achterflap, is geen toeval: beide schrijvers hebben met elkaar gemeen dat ze een volkse mentaliteit, hoe amoreel en schunnig die bij momenten ook mag lijken, met enorm veel liefde op papier zetten. De oefening in nuance -- want wat is Van Steenberges spel met verschillende perspectieven anders dan dat? -- laat de schrijver overigens op geen enkel moment te lang aanslepen. Ook van herhaling is amper sprake: de verschuiving van waarnemer plaatst alle gebeurtenissen steeds in een andere emotionele context. Door hetgeen dat zich voltrekt door een ander menselijk kader te omgeven, is elke gebeurtenis of elke dialoog eigenlijk uniek. Niets keert terug, alles is anders -- “kunnen mensen elkaar ooit ten gronde kennen?” is een van de vragen waar Woesten uiteindelijk toe leidt. Meer dan een filosofische is dit echter een uitnemende “vertelroman”, kortom een waarin het verhaal belangrijker is dan de ideeën. Reden te meer om het Van Steenberge kwalijk te nemen dat hij zich tot een verschrikkelijke karikatuur laat verleiden. De wantoestanden van de kerk, die natuurlijk waargebeurd zijn, werden al overal breed uitgesmeerd en in dit verhaal, waarin broze mensen elkaar soms als wolven lijken te willen verscheuren zonder dat de lezer gaat geloven dat ze diep vanbinnen “slecht” zijn, is het priesterlijke element van het goede teveel. Verder is Woesten een feilloos debuut. Hopelijk heeft Van Steenberge nog meer praatgrage familieleden rondlopen, want als hun aanwezigheid boeken van dit niveau oplevert …

E-mailadres Afdrukken