Banner

Brigitte Minne

De Kleine Panamarenko

7.5
Frida Dewitte - 09 mei 2013

Op alles staat een leeftijd. Niet in het minst op kunst, zo wordt wel eens gedacht. Maar wie als kind niet tijdig prikkels krijgt aangereikt, getuigt op latere leeftijd nooit de kans te hebben gehad zich binnen de wereld van de schone kunsten te kunnen ontplooien, tot grote scha en schande van het betrokken ouderpaar. Een oplossing dient zich aan onder de vorm van kunstboeken, gemaakt, gedrukt en geschreven op maat van een jonger publiek.

De tijd waarin kunstcatalogi zijn opgesteld in een jargon waar het lekenpubliek helemaal niet vertrouwd mee is, is nog lang niet voorbij. Ofwel richten publicisten zich dan tot de grote massa met vereenvoudigde boeken genre ‘een inleiding tot …’, ofwel gaan uitgeverijen gewoon door met de druk van vaak peperdure boeken in beperkte oplages. Dat het ook anders kan, staat vast. In de realiteit blijft het speelveld tussen beide extremen echter vaak opvallend leeg: alsof er geen publiek is dat zit te wachten op catalogi op niveau, opgesteld door mensen die bereid zijn zich niet meteen in de meest hoogdravende, abstracte of zweverige inhoudelijke escapades te verliezen. Wat Uitgeverij De Eenhoorn wil doen met haar reeks “De Kleine”, waarin de jeugd van vooraanstaande kunstenaars onder de aandacht wordt gebracht, lijkt op het eerste gezicht niets te maken te hebben met het beschreven hiaat in de kunstmarkt. Toch beoogt dit boek een groter publiek dan alleen de jongste lezers: zoals in alle goede kinder- of jeugdliteratuur schrijft auteur Brigitte Minne op zo’n manier dat wie het boek op oudere leeftijd ter hand neemt, er even veel (of zelfs nog meer) aan heeft als de jongere, die evenzeer geïnspireerd wordt, maar op een fundamenteel andere manier.

In ieder geval is het een boeiende vondst om een jonger publiek warm te maken voor kunst via het idee dat ook de kunstenaar met al zijn complexe ideeën ooit een kleine jongen was die met nieuwsgierigheid naar de werkelijkheid keek. Wordt een kunstenaar zelfs niet op dat moment geboren: voor de puberteit, wanneer kinderen doorgaans wordt geleerd verklaringen voor waar te aanzien en ze niet meer in vraag te stellen? Zoals grote wetenschappers in wezen gewoon kinderen zijn die aan een boom durven te schudden en daaraan een aantal wetten ontlenen die ze naar zichzelf noemen – Isaac Newton, iemand? – zo zijn misschien ook kunstenaars tegendraadse geesten die schoon schip durven te maken met de gebruikelijke dogma’s die de toestand van leven en kunst omgeven, die academische gebruiken die elk creatief brein monddood maken naar de prullenbak verwijzen en opnieuw vanuit een vacuüm durven te vertrekken. Een kunstenaarsgetuigenis waarin iets dergelijks doorschemert, schreef Paul De Moor een aantal jaar geleden al over Luc Tuymans: het nog steeds diep ontroerende Schilderen op ijs. Minder poëtisch, meer biografisch, al bij al toegankelijker en bovendien erg grappig is hoe Brigitte Minne zich over de prille levensjaren en bijhorende quasi infantiele leefwereld van Panamarenko heeft gebogen. Een dankbaar onderwerp: de geest van deze knutselende duizendpoot is er altijd een geweest met ondeugende, kinderlijk scherpe kantjes. Meer dan het oeuvre, dat men voelt ontstaan door de fascinatie van de kleine Henri Van Herwegen voor al wat vliegen kan, durft Minne ook een beeld op te hangen van de minder fraaie toestand waarin het genie opgroeide. De schaarste in de oorlogstijd schetst de schrijfster met veel tederheid, en uit haar vermogen om heel natuurlijke fijne anekdotes op te rakelen voelt de lezer dat ze inderdaad urenlang met de kunstenaar moet hebben gesproken om tot dit sterk persoonlijk getint relaas te kunnen komen.

Tekeningen en foto’s van Panamarenko’s werk wisselen elkaar af: behalve de schets laat Minne ook de uiteindelijke voldragen vrucht van een artistiek scheppingsproces zien. Haar vlotte tekst, waar men door de lichte, aangename toon vlot doorheen kan, dringt zich nooit op aan de feitelijke creaties. De fantasieën waaraan Minne zich heel gemoedelijk ten prooi laat vallen, passen overigens perfect bij Panamarenko’s figuur en maken het lezen nog aantrekkelijker. Waar Paul De Moors boekje een nieuwe wereld achter de werken openbaarde, is de inhoudelijke verdieping hier niet de grootste verdienste. Spelenderwijs fietst “De Kleine” door een wereld waarin creativiteit te weinig tot uiting kan komen. Dus baant Panamarenko, en Brigitte Minne met hem, zichzelf een weg naar het publiek. Toeschouwer en lezer kunnen het duo daar alleen maar dankbaar om zijn.

E-mailadres Afdrukken