Banner

Elvis Peeters

Oradour

8.5
Hildegart Maertens - 02 mei 2013

Altijd feest wanneer uitgeverij Voetnoot weer een reeks novelles op de wereld loslaat. Recent verscheen de vierde drieling in hun prachtige Belgica-reeks, waarin bekende en minder bekende Belgische auteurs het woord krijgen. Geen tweedeling in Vlaamse en Franstalige schrijvers want wat is nu die taalgrens die dwars door straten, pleinen en café’s loopt en van ons heus geen andere mensen maakt.

Onder de laatste drie boekjes die het licht zagen, is Elvis Peeters allicht de bekendste naam. Vorig jaar stond hij nog met Dinsdag in de shortlist voor de AKO Literatuurprijs 2012. Hij werd niet bekroond voor zijn ontroerend relaas over een 76-jarige man die zijn leven overloopt: een keuze die sommigen de verzamelde jury niet in dank afnamen. De gevoelige toon die Peeters toen hanteerde, weliswaar zonder de kwalen van de tijd te verdoezelen, past niet echt bij de rockallures die de schrijver nog steeds aankleven. Hij deed mee aan Humo’s Rock Rally en toonde zich daar niet onverdienstelijk als songwriter. Ondertussen ontwikkelde Peeters zich tevens tot een respectabel dichter en hield hij zich zelfs bezig met kinderliteratuur. “Van alle markten thuis” zou op de flap van zijn debuut De ontelbaren kunnen gestaan hebben. Met die vertelling over de vluchtelingenproblematiek haalde hij de shortlist van de Libris Literatuurprijs, eveneens een nominatie die de man (nog) niet kon verzilveren. Elvis Peeters is trouwens een pseudoniem: de mens achter de naam is eigenlijk een samenwerking tussen man en vrouw, die uit de schijnwerpers willen blijven om hun leven van alledag ongestoord te kunnen leiden.

Literatuur over de Tweede Wereldoorlog, in het lang en het breed of juist erg kort, is er genoeg, maar met Oradour wordt nog een kleinood aan de reeds enorme stapel toegevoegd. Ondanks zijn kleine afmetingen is het een novelle met een niet te overschatten soortelijk gewicht. Hoe spreken mensen over een gruwelijk feit zoals datgene dat het Franse dorp Oradour-sur-Glane, vlakbij Limoges, op 10 juni 1944 in een spookstad veranderde? Qua horror moet wat dit dorpje is overkomen niet onderdoen voor de gruwelen waaraan de Syrische bevolking momenteel ten prooi valt. Het dorp werd op een etmaal tijd van de wereld afgesloten, ingesloten en in brand gestoken. In een mum van tijd werd een doorsnee agglomeratie een spookdorp, dat 642 lijken telde, waarvan maar liefst 207 kinderen. Slechts 6 personen overleefden de genocide. De ruïnes zijn in het Franse landschap intact gebleven, als stille getuige van wat de mens met ongebreideld geweld zoal kan aanrichten. Hoe troostelozer de setting, hoe interessanter om er een verhaal in te laten plaatsgrijpen. Denk aan Marguerite Duras’ fenomenale scenario voor Hiroshima mon amour: kan op een plaats met een dergelijke geschiedenis en met zovele littekens nog iets aarden als integriteit? Met die film heeft Peeters’ verhaal alvast gemeen dat man en vrouw erg mysterieus tot elkaar komen. Wat er in de mannelijke ik-figuur zoal omgaat is relatief duidelijk, maar de vrouw blijft -- zoals in zoveel literatuur natuurlijk -- een vraagteken. Zij beweegt zich met immens verdriet door het dorp, maar naar wie of wat of waar gaan haar trieste gedachten eigenlijk precies uit? Die mysteries staan niet in de weg dat man en vrouw samen een nacht kunnen doorbrengen: niet volgens de geijkte erogene formules maar erg sober zet Peeters dit alles op papier.

Meer dan een novelle lijkt Oradour een situatieschets, een menselijke plausibiliteit die Peeters via de literatuur wilde onderzoeken. Toch blijft dit pareltje niet hangen in louter een sfeer: er lijkt immers geraakt te worden aan het meest doortastende dat een bestaan ooit kent. Wanneer slaat chemie om in meer, kan een omstandigheid of een plek die chemie voeden en wat betekent verwantschap nu eigenlijk, in de kale setting van een dakloos dorp? Veel materie met weinig woorden: alweer een ontdekking onder de Belgica’s.

E-mailadres Afdrukken