Banner

Els Snick

Waar het me slecht gaat is mijn vaderland. Joseph Roth in Nederland en België

8.0
Andreas Delanoye - 26 april 2013

De voorbije jaren verscheen bij uitgeverij Atlas een mooie reeks met werk van Joseph Roth. Wie is toch deze Oostenrijkse schrijver uit de eerste helft van de twintigste eeuw? Meer dan alleen op deze vraag een antwoord te formuleren, biedt Els Snick de lezer een boeiend beeld van de literaire en uitgeverswereld in Nederland en België tijdens de jaren dertig.

alt

Het leven van Joseph Roth (1894-1939) leest allesbehalve als een solide schrijversbestaan. Ontheemd en altijd onderweg. Als jood dwepend met het katholicisme. Oorspronkelijk links georiënteerd, evoluerend tot een rasechte monarchist. Zwaar alcoholverslaafd uit de Eerste Wereldoorlog gekomen, bestendigd door een ongelukkig huwelijk en de vanaf de jaren dertig immer financiële nood, zal hij aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog totaal verpauperd sterven aan de gevolgen van een delirium.

In de jaren twintig klimt Joseph Roth op tot een succesvol journalist. Hij reist veel rond, verblijft in luxehotels en meet zich een dure levensstijl aan. Zijn eerste romans, waaronder Zipper en zijn vader en Rechts en links worden lovend onthaald. Ook trouwt hij met Friederike Reichler, maar hun huwelijksgeluk zal door haar geestesziekte van korte duur zijn. Ze wordt snel opgenomen in ziekenhuizen en zal Roth zijn hele leven moreel (en financieel) bezwaren. Met andere vrouwen (Maria Gilles, Pélichy, Andrea Manga Bell, Irmgard Keun) zou zich ook nooit een standvastige relatie ontwikkelen. Vlak voor de jaren dertig speelt zich in Roths leven een idyllische periode af in het zuidelijke Antibes. In het bijzijn van zijn goede vriend Stefan Zweig, waarmee hij zijn hele leven een rijke correspondentie wisselde, kwam hij tot rust. Wanneer daarna in Duitsland het publicatieverbod opgang maakt en schrijvers hun boeken elders moeten zien uitgegeven te krijgen, heeft Roth zijn twee grootste meesterwerken al geschreven: Job en Radetzkymars. Deze titels maken hem op slag beroemd.

Emigrantenauteurs uit Duitsland kunnen in Nederland terecht bij de zogenaamde exiluitgeverijen. Het belang van uitgeverij Allert de Lange en Querido Verlag kan in de cruciale periode voor de Tweede Wereldoorlog nauwelijks overschat worden. Joseph Roth sloot contracten af met beide uitgeverijen en probeerde daar met behulp van zijn sterstatus het maximum uit te halen. Deze contracten vormden vanaf 1933 het begin van frequente verblijven in Amsterdam en het uitbouwen van een belangrijke kenniskring. Els Snick biedt hier een uiterst boeiend beeld van de uitgeverswereld in de vooroorlogse jaren. Dat de situatie in België hier minder ter sprake komt, komt door de minder eenduidige politieke situatie: waar er in Nederland een eensgezinde antifascistische sfeer heerste, was dit in België veel complexer.

Roths wereld verwordt de volgende jaren echter meer en meer tot een tranendal. Financieel en emotioneel aan de grond, leest zijn briefwisseling als een groot geweeklaag. Zeker als zijn nieuwe romans zoals Der Antichrist en Tarabas minder goed onthaald worden en zijn succes begint te tanen, slaat de ellende toe. Het is in deze periode, in de zomer van 1936, dat Roth met Stefan Zweig in Oostende verblijft. Het is een tot de verbeelding sprekend momentum in de geschiedenis, door Els Snick op fantastische wijze gebruikt om haar boek mee te openen. Ook de periode waarin Roth in Amsterdam woont, welke contacten hij legt met belangrijke figuren, hoe zijn verblijf de roman Biecht van een moordenaar beïnvloedt, het behoort tot de interessantste pagina’s van dit boek. Niet veel later zal Roth nog contracten afsluiten met een derde uitgeverij in Nederland, De Gemeenschap, in handen van Henri Nelissen. De steeds uitgestelde publicatie van de twee beloofde romans, De Kapucijner Crypte en Het sprookje van de 1002e nacht, en Roths financiële besognes lezen als een soap. De laatste jaren van zijn leven verbleef Roth vooral in Parijs, zich inzettend voor Oostenrijk en vanaf 1938 voor de hulp aan vluchtelingen.

Els Snick schreef Waar het me slecht gaat is mijn vaderland als verlengstuk van haar doctoraat. Niemand mag zich echter laten afschrikken door deze academische achtergrond of de specifieke ondertitel. Voor een groot lezerspubliek is dit boek namelijk te genieten als een beknopte biografie, geschreven met een grote levendigheid en empathie. Het belang van Nederland en België is uiteraard manifest aanwezig, maar onontbeerlijk in Roths verhaal. Hoewel er soms net dat iets te veel belang wordt gehecht aan wat welke krant op welk moment schreef, kenmerkt het boek zich voornamelijk door goed gedoseerde zin voor detail. Snick laat Roth veel zelf aan het woord en citeert duchtig uit brieven, interviews en romans. Van de afzonderlijke romans wordt kort de inhoud geschetst, de invloeden uit Roths leven aangehaald en de receptie in de pers besproken. Echt diep gaat Snick hier verder niet op in. Waar het me slecht gaat is mijn vaderland breekt echter wel op weergaloze wijze een lans voor het werk van Joseph Roth. Dit vlot geschreven boek lezen, is verlangen om dit werk aan te vatten.

E-mailadres Afdrukken