Banner

Bernlef

Onbewaakt ogenblik

7.5
Hildegart Maertens - 28 maart 2013

Alsof de duivel er mee gemoeid is, wordt Bernlef een paar maanden voor zijn dood door zijn uitgever gevraagd zijn memoires te schrijven. Hij neemt de opdracht min of meer schoorvoetend aan, maar beklaagt het zich. Hoe memoires schrijven als je er geen hebt? Zoals de groten dat doen, lukt het ook Bernlef om van mist magie te maken.

Een mens zonder verleden? Met uitzondering van een aangespoelde pianoman die de wereldpers haalt, bestaat die niet. En zelfs die bewuste pianoman, was die eigenlijk niet een en al verleden? Het enige wat hij deed was immers piano spelen, iets wat hij eerder ergens had opgepikt. Anders wordt het niet wanneer men ouder wordt en op het punt staat de pijp aan Maarten te geven.

Steeds voller zit dat hoofd met sporen uit tijden van weleer, en hoe meer men op papier zet, hoe meer dat ruikt naar iets dat misschien al een oeuvre lang lag te broeden. Toch wordt het precies dan mogelijk om klaar te zien in alle resterende flarden. Wat is nu precies belangrijk geweest? Wat van betekenis om aan de lezer mee te geven? “Hersenschimmen” was het enige dat nog overbleef, en toch was Bernlef alles behalve dementerend geworden. Alleen voelde hij zich niet langer opgewassen tegen de klus om orde te scheppen in de chaos. Wie is een mens om zijn eigen leven literair te beginnen reduceren?

Bernlef dacht dat hij het niet kon. Betekent dit dat Onbewaakt ogenblik een miskleun is? Absoluut niet. Precies omwille van alle twijfel loopt heel herkenbare twijfel als een rode draad doorheen het boek. Omdat J. Bernlef, voluit Hendrik Jan Marsman, juist het gevoel had laten varen dat hij in deze memoires iets literair moest verwezenlijken, doet hij dat, op een heel spontane manier.

Niet dat Onbewaakt ogenblik overloopt van de stilistische vondsten of de heldere inzichten zoals die af en toe in ’s mans poëzie te vinden zijn, maar dienen boeken uiteindelijk daar om te draaien? Of was het de eerste mens die ooit de pen ter hand nam het er om te doen de ander te ontroeren, de lezer iets mee te geven en uiteindelijk een stuk van de eigen demonen van zich af te drijven?

Zonder rechtstreeks voelbaar therapeutisch effect, lijkt dat wel de inherente opgave die Bernlef zich met dit boek op de hals haalt: wat geweest is een plaats geven, een proces dat een zekere stilstand vereist, zodanig dat een balans kan worden opgemaakt. Dat klinkt echter meer zwaarwichtig dan de realiteit toelaat: het verleden zodanig neerschrijven dat het als het ware zin krijgt, allicht is niets moeilijker, maar de auteur lijkt er op de een of de andere manier in te slagen.

Deze woorden klinken misschien wat stuurloos en al te abstract voor een boek dat uiteindelijk tot een soort pure menselijkheid te herleiden valt. Zo is deze reeks herinneringen onmiskenbaar een eerbetoon aan de vrouw die Bernlef graag kon zien zoals hij was. Iemand van wie hij dingen opstak, die hem leerde met de wereld om te gaan, die hem aanvulde, troostte of bedacht maakte op de schoonheid om hen heen.

Dat alle grootsheid in wat mensen voor elkaar kunnen betekenen precies schuilgaat in de kleinste dingen, vindt Bernlef met Onbewaakt ogenblik niet uit. Wel zijn het dit soort evidenties die op een onbewaakt ogenblik hun weg vinden naar het papier. En eenmaal ze daar vereeuwigd staan, dan pas wordt een mens nog eens herinnerd aan hoe essentieel dit alles is.

Maakt dat dit boek tot dé aankoop voor iemand die maar vijf boeken op een jaar leest? Waarschijnlijk niet. Maar nu de lente nog schijnbaar op zich laat wachten, wordt het hart wat minder koud dankzij Bernlefs warme woordenvloed.

E-mailadres Afdrukken