Banner

Thomas Mann

De toverberg

10.0
Andreas Delanoye - 01 februari 2013

Er zijn zo van die boeken waarmee de lezer in perfecte harmonie kan toeven. Soms steekt een gedateerde vertaling echter een stokje voor het volmaakte leesplezier. Zo’n boek is De toverberg van Thomas Mann. Een nieuwe vertaling van Hans Driessen is dan ook een goede reden om het meesterwerk (opnieuw) ter hand te nemen.

De allergrootste boeken duiken steeds opnieuw op. Is het niet in een nieuw kleedje of in een nieuwe reeks, dan wel in een nieuwe vertaling. Van Thomas Mann vraagt men zich soms af welke zijn beste roman is, maar in feite steekt zijn gehele oeuvre boven dat van andere schrijvers uit. Zijn persoonlijke geschiedenis krijgt vorm in zijn in de negentiende eeuw gewortelde debuut Buddenbrooks, en zijn laatste grote werk van een magistrale synthetische kracht, Doktor Faustus, omvat de periode tot en met de Tweede Wereldoorlog. Hiertussen bevinden zich zijn magnum opus Jozef en zijn broers en het onvolprezen De toverberg dat in 1924 verscheen. Dit laatste boek behelst een ankerpunt in de Europese geschiedenis: de laatste adem van het tijdperk voor de Eerste Wereldoorlog. Maar het gaat ook over zoveel meer: van bespiegeling over de tijd, over het botsen van ideologieën, tot de ontwikkeling van het individu dat de volheid van het leven moet aanvaarden. De toverberg is hiermee een van de rijkste boeken uit de wereldliteratuur.

Centraal staat de jongeling Hans Castorp, een onvergetelijk schertsachtig figuur dat je na de lectuur nooit meer loslaat. Hij gaat zijn neef opzoeken in een Zwitsers sanatorium, en is van plan om er slechts een week te blijven. Tot er ook bij hem een diagnose wordt gesteld. De eerste helft van De toverberg bevat dit verhalende element, geschreven met de epische adem die we van Mann gewoon zijn. Hij beschrijft er de meest bijzondere figuren met zijn gekende zin voor detail en absurditeit. Ook een intrigerende vrouw passeert de revue, genoeg voer voor een liefdesgeschiedenis. Als Nafta en Settembrini opduiken krijgt het boek een andere toon. Dan is het minder de epiek, dan wel de enorme eruditie van de auteur die de bewondering van de lezer zal opwekken. Een grotere tegenstelling tussen de verlichtingsideeën van Settembrini en de reactionaire radicaliteit van Nafta is nauwelijks denkbaar. In lange twistgesprekken leggen ze elkaar het vuur aan de schenen, met een weinig geïnteresseerde Hans Castorp aan hun zij. Als er al lezers afhaken, dan is het op deze doorwrochte discussies, maar laat niemand zich daardoor afschrikken! Thomas Manns gevoel voor ironie maken het naast een bloedserieus tegelijk een dolkomisch boek. Deze lichtzinnigheid zit hem vaak in de details, in karakteriseringen en vreemd genoeg ook in de beschrijvingen van ziekteprocessen.

Een vorige vertaling van De toverberg dateert van 1975. Pe Hawinkels veroorloofde zich daarin nogal wat vrijheden in wat toen bekendstond als creatief vertalen. Dat Hans Driessen zich nu dichter bij de brontekst wil houden is een zegen. Driessens reputatie als vertaler van het werk van Schopenhauer, Nietzsche en Sloterdijk wordt volledig weerspiegeld in deze nieuwe Toverberg. Misschien is het ook niet toevallig dat hij Thomas Mann ter hand nam, die zich filosofisch het meest door Schopenhauer en Nietzsche liet inspireren. Daarnaast zijn de drie genoemde filosofen ook grote schrijvers, wat eveneens in een rechte lijn naar Thomas Mann voert. Hoe dan ook zal de dankbaarheid van de vele lezers groot zijn bij de verstilde vreugde die wordt opgewekt door de onontkoombare vertelkracht, de humor en het inzicht in dit boek. De toverberg lezen is leven, alleen met de woorden, in een unieke en gelukkig makende vlucht uit de tijd.

E-mailadres Afdrukken