Banner

Theodore Dalrymple

Andermans rotzooi

6.0
Jurgen Boel - 11 januari 2013

Hoewel Theodore Dalrymple, psychiater in rust, in eigen land al langer bekend is als conservatief denker en cultuurpessimist, is zijn ster hier pas beginnen rijzen sinds Bart De Wever zijn naam liet vallen en hem onrechtstreeks mee aan een column in De Standaard hielp. Dalrymples columns ontbreekt het vaak aan nuance of diepgang, een euvel dat in zijn boeken gelukkig minder aanwezig was.

De nadruk mag duidelijk op “was” liggen, want ook al toonde Dalrymple zich in zijn boeken in de eerste plaats een negatieve zeur die in de eerste plaats de teloorgang van waarden en normen bezong alsook een “hangmattenwelzijn” aanklaagde (in zekere zin net zoals de linkse denker Hans Achterhuis deed in De markt van welzijn en geluk), wist hij wel de vinger op de zere wonde te leggen. Dat nuancering en perspectiefwisselingen daarbij als eerste sneuvelden was en is uiteraard jammer, maar als luis in de pels was het verfrissend om ook Dalrymples boeken te raadplegen.

Het korte essay Andermans rotzooi haalt helaas nergens het niveau van diens vorig werk en blijft jammerlijk steken in de platitudes en grove veralgemeningen die ook zijn columns sieren. De rode draad waaraan Dalrymple zijn cultuurpessimistisch betoog aan ophangt, is ditmaal het gegeven zwerfvuil dat in Groot-Britannië althans volgens de auteur nog meer dan elders de straten en wegen bezoedelt. Zwerfvuil is echter niet alleen het probleem van de lagere klasse, ook hogeropgeleiden maken zich schuldig aan vervuiling, en in essentie om dezelfde reden. Onze maatschappij is immers steeds meer gericht geworden op instant-bevrediging en het centraal stellen van het individu en diens recht op authenticiteit.

Dalrymple doet er meerdere pagina’s en hoofdstukken over om de essentie van zijn betoog te onderbouwen. Meermaals grijpt hij daarbij terug naar een ander en beheerster Groot-Brittannië waarbij het belang van goede manieren en formele omgangsvormen duidelijk verband houden met een betere maatschappij dan de verloederde staat waarin wij ons nu bevinden. Een van de grote horreurs van deze tijden blijkt zowaar het op straat eten te zijn, een schandelijk gedrag waar Dalrymple meermaals naar verwijst en die een van doornen in zijn zij blijkt te zijn. Uiteraard is het de brave mans goed recht zich hier aan te ergeren maar de manier waarop hij het binnen zijn betoog een prominente plaats geeft, is haast lachwekkend zelfs al brengt hij het aan als puur symptomatisch voor de maatschappelijke verschuiving(en).

Hoewel Andermans rotzooi enkele interessante (bij)gedachten en reflecties bevat, onder andere over het staatsapparaat, Britten op vakantie en de nieuwe atheïsten die zich als helden op pantoffels gedragen, blijft het lang uitgevallen essay toch te simplistisch om lang te boeien. Dalrymple heeft nooit een blad voor de mond genomen en durft een afwijkende mening te verkondigen, wat steeds zijn kracht was. In andere werken neemt hij echter ook de moeite zijn gedachtengang steviger te onderbouwen en vormen zijn verwijzingen naar literatuur, filosofen en dies meer geen loutere autoriteitsargumenten. Theodore Dalrymple sleept al lang het imago van oude zeur mee, een stigma dat zijn ouder werk -- althans ten dele -- kon ontkrachten, maar dat Andermans rotzooi veeleer lijkt te bevestigen.

E-mailadres Afdrukken