Banner

Karl Ove Knausgård

Liefde

6.0
Hildegart Maertens - 03 januari 2013

Wie durft? Zes kleppers schrijven over je eigen leven en die titels bundelen onder de noemer Mijn strijd, in het Noors tevens het equivalent voor Mijn kamp. Nog voor iemand een letter gelezen had, was dit monsterproject van de hand van Karl Ove Knausgård al omstreden materiaal, en nu de eerste delen in het Nederlands aan het verschijnen zijn, blijkt dat ook hier het publiek uiteen wijkt in voor- en tegenstanders.

Men kan op beide oren slapen: met nazi-Duitsland heeft Knausgård niets van doen. De titel van zijn boekenreeks is alleen bedoeld als “eye catcher”, hoewel het geen burgerlijke romannetjes zijn die bedoeld zijn om huisvrouwen op leeftijd in te pakken. De auteur heeft er immers een bewogen leven opzitten en verbloemt ook helemaal niets van hoe hij als kind leefde. Het mooie eerste deel, dat luisterde naar de veelbetekenende titel Vader, zat volgestouwd met onvergetelijke scènes. Zo gingen de gebroeders Knausgard naar het huis van hun overleden vader, waar ze ontelbare lege drankflessen aantroffen, wat de schrijver dan ook weergeeft in een hoofdstuk dat zich op het netvlies vast brandt. Eerlijkheid is nog altijd het handelsmerk van Knausgard, ook wanneer hij schrijft over zijn eigen liefdesleven in het met rode letters op de kaft afgedrukte Liefde. Centraal staat de strijd die een ambitieuze jongeling voert met zijn gezinsleven, dat hem niet geheel onbevredigd achterlaat maar waarvan hij beseft dat het wreekt met zijn gedroomde toekomst als auteur. De spanningen die dat zowel intern als extern oplevert, smeert Knausgard over ettelijke pagina’s uit.

Uiteraard is dat ook een charme van Knausgards pen: zijn zesdelige reeks betrekt de literatuur als kunstvorm rechtstreeks op het alledaagse, kortom de discrepantie tussen het leven zelf en cultuurbeleving voelt de lezer als het ware vervagen. Het probleem met het karakter Knausgard is echter dat het zodanig exemplarisch is voor “een mens” dat veel van het beschrevene op het banale afstevent. Zo opent de schrijver zijn boek met de beschrijving van een gezin dat zich op een verjaardagsfeestje bevindt. Heel herkenbaar en zelfs grappig zijn de typische onderlinge verhoudingen en verlangens in deze modale familie, waarbij Knausgard erin slaagt om met een paar raak geformuleerde zinnen meteen een resem personages te typeren. Anderzijds balanceert Liefde voortdurend op diezelfde koord tussen kunst en kitsch, of tragische herkenbaarheid versus cliché. De vlucht naar Zweden die Knausgard naar aanleiding van een relatiebreuk onderneemt, is zonder meer een crisismoment binnen het boek. Hoewel dit geslaagd overkomt en tot op zekere hoogte zelfs op empathie van de lezer kan rekenen, blijft het idee hangen dat wat in Liefde wordt verteld, eigenlijk geen vuistdikke roman waard was. Wat Mijn strijd belooft te zijn, wordt het dus in extenso: een karikatuur op het bestaan van de kleine mens, met al zijn ups en natuurlijk ook – iets breder uitgesmeerd zelfs – de downs.

De voornaamste vraag die na Liefde blijft hangen: wat nu nog vier delen lang? Begin 2013 komt het derde deel Zoon uit – over zijn eigen kinderjaren. Aan de hand van dit boek, waarin de beslommeringen over kinderen en liefdes naar de saaie kant neigen, valt af te wachten of deel drie iets wezenlijks te bieden zal hebben. Liefde blijft vooral hangen omwille van zijn vlotheid. Maar Vader wordt hiermee in geen geval geëvenaard.

E-mailadres Afdrukken