Banner

James Joyce

Ulixes

Andreas Delanoye - 04 oktober 2012

Er is al veel stof opgewaaid over de nieuwe Ulysses-vertaling. Deze onderscheidt zich door zijn nieuwe titel Ulixes en het lef om van de conventionele vertalerspaden af te wijken. Dit is ook nodig voor wie in het Nederlands de muzikaal-poëtische boodschap van James Joyces meesterwerk uit 1922 wil ervaren. De inhoudelijke dimensie lijkt nog steeds veel beter toegankelijk in de vorige vertaling van Paul Claes en Mon Nys. Hoewel het een noodzakelijke aanvulling is op het universum van Ulysses zal het huzarenstukje van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes wellicht niet meer gelezen worden dan anders.

Het is een platitude dat Ulysses het meest niet gelezen boek onder de klassiekers is. Inderdaad is het Engels van Joyce heel complex en meerlagig. Bovendien zit het boek vol intertekstualiteit en zijn sommige passages ook met de achterliggende tekst niet volledig te begrijpen, passend in het concept van de stream of consciousness. Toch is het dankzij initiatieven als een nieuwe vertaling dat er opnieuw een enthousiasmerende wind waait die mensen aanzet het boek te lezen. Zij die de moeite doen, keren nimmer van een kale reis terug: het boek vormt een van de rijkste werelden die in taal besloten ligt. Is het niet omwille van de humor, de poëzie van de taal of de finesse van Joyces karaktertekening, dan wel omwille van de blijvend existentiële, moderne Odyssee die de dag van Bloom in Dublin vormt.

Op 16 juni, bij Joyce-liefhebbers een belangrijke feestdag, namelijk Bloomsday, verscheen de nieuwe vertaling van Ulysses. Vertalers van dienst zijn geen onbekenden: eerder waren ze al goed voor de Nederlandstalige uitgave van Finnegan’s Wake, Joyces laatste en minst toegankelijke boek. De twee noemden hun nieuwe vertaling Ulixes, omdat dat naar eigen zeggen klopt met de vertaaltraditie vanaf P.C. Hooft. Uiteraard is die keuze ook gestoeld op commerciële gronden, want zo onderscheidt het boek zich direct van de twee voorgaande vertalingen van John Vandenbergh uit 1969 en van Paul Claes en Mon Nys uit 1994.

Vier jaar hebben Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes aan de nieuwe vertaling gewerkt en naar eigen zeggen hebben ze slechts enkele frasen onveranderd gelaten. Het opzoekingswerk dat zij deden en de vondsten die zij kregen voor veel onvertaalbaar geachte hoofdstukken dwingt op z’n minst een groot respect af. Dat levert echter niet altijd het grootste leesgemak af. Voor Claes is de nieuwe vertaling veel te slordig, maar de nonchalance van de Nederlanders is een bewuste keuze ten voordele van de spreektaal en humor van Joyce. Bindervoet en Henkes verwijten Claes en Nys dan weer dat ze een saaie vertaling afleverden, die afbreuk doet aan het onderbuikgevoel bij Joyce. Wat hierbij wel opvalt, is het gebruik van veel Hollandse woorden en uitdrukkingen die bij ons in België minder gekend zijn. De Belgen zijn in veel opzichten dus universeler in hun woordgebruik dan hun Nederlandse collega’s. Algemeen vertalen Claes en Nys veel meer op begrip en dit komt de toegankelijkheid ten goede. Wie Ulysses als taalvuurwerk wil lezen, vloeiender en muzikaler, is beter af bij Bindervoet en Henkes.

Het was dus nodig dat deze nieuwe vertaling van een totaal tegengestelde orde er kwam, om het kosmisch bereik van Joyces oorspronkelijke tekst recht te doen varen. De verzorgde boekuitgave in de Perpetua-reeks noopt tot lezen: doe dit, als tweede lezing of samen met de vorige vertaling in een grote verwondering over Joyces universum.

E-mailadres Afdrukken