Banner

Tom Holland

Het vierde beest

Jurgen Boel - 06 september 2012
alt

Hoe vaak wordt in bepaalde intellectuele kringen niet beweerd dat de Islam nood heeft aan een verlichting? En in welke extremistische middens weergalmt de stelling niet dat men terug moet keren naar de tijd van de profeet en de gloriedagen van de islam? Beide partijen lijken alvast een gemeenschappelijke grond te hebben: een totaal vertekend beeld en niet-accurate kennis van de ontstaansgeschiedenis van de godsdienst in kwestie.

Historicus Tom Holland, die zich eerder al vast beet in het Romeinse (Rubicon) en het Perzische Rijk (Perzisch vuur), sluit met Het vierde beest. God, de strijd om de wereldmacht en het einde van de oudheid zijn trilogie over de grote rijken uit de oudheid af. In het boek onderzoekt Holland hoe de islam ontstond als nieuwe wereldreligie en zich afzette tegen de bestaande rijken en heersende godsdiensten (het christendom en judaïsme maar net zo goed het zoroastrisme). Een goed begrip van de islam vereist aldus Holland dus eveneens een heldere kijk op de twee wereldrijken die voorafgingen aan de opkomst van de Arabieren alsook van de toen heersende wereldopvattingen.

Opvallend is dat doorheen de verschillende rijken het idee overheerste dat alles door god voorbestemd was: Romeinse keizers leefden bij gratie van de Christelijke god (we spreken hier immers over de late oudheid en het Oostromeinse rijk) terwijl de Perzen hun zoroastrische invulling als de enige waarheid zagen. Toch gaat het te ver te stellen dat het hier louter om godsdienstoorlogen ging: gebiedsuitbreidingen en de drang om de gekende wereld te beheersen waren veeleer een drijfveer dan het verlangen de godsdienst uit te dragen. De wisselende allianties en verdragen vormen daar een voorbeeld van, de interne strijden en soms zelfs wisselende geloofsovertuigingen (in het bijzonder binnen Perzië) een ander.

Al even intrigerend is de stelling van Holland dat de Islam zoals die gekend en beleden wordt, pas een tweetal eeuwen na Mohammeds dood echt vorm gekregen heeft. Verschillende overleveringen, al dan niet in de Hadith opgenomen, kunnen niet teruggevoerd worden naar Mohammed noch zijn rechtstreekse volgelingen en vertrouwelingen, terwijl ook bij het ontstaan van de Koran vragen gesteld kunnen worden. Al even opmerkelijk is te lezen dat een aantal rituelen sterke gelijkenissen tonen met onder andere zoroastrische, christelijke of zelfs Griekse gebruiken en dat de vraag gesteld mag worden in hoeverre Mohammed (of iemand anders) geen leentjebuur gespeeld heeft in plaats van goddelijk geïnspireerd te zijn.

Het is geen populaire boodschap die Holland neerpent en de kritieken op zijn werk zijn dan ook niet van de lucht. Enerzijds wordt hij als een verdoken islamofoob afgeschilderd, anderzijds wordt zijn werk in vraag gesteld onder het mom dat hij onder andere het Arabisch niet beheerst en dus van secundaire bronnen afhankelijk is. Critici die met dergelijke argumenten goochelen gaan evenwel voorbij aan de rijkdom van Hollands werk (om nog maar te zwijgen over het feit dat ze zich op een enkel facet van het werk focussen) en negeren doelbewust de “positieve” elementen in Hollands boek: zo maakt hij duidelijk dat in de eerste eeuwen na de dood van Mohammed de overleveringen met een kritische blik bekeken werden en het merendeel ervan als onecht verworpen werd.

Het vierde beest maakt geen brandhout van de islam noch is het een aanval op de religie op zich, maar het zet wel kritische kanttekeningen bij bepaalde aannames net zoals dit eerder en intensiever bij het christendom gebeurde. Bovendien, en belangrijker, schetst Holland een beeld van een tijdperk waar verschillende rijken en godsdiensten niet enkel elkaar bevochten maar ook interne geschillen dienden uit te vechten. De eerste eeuwen na Christus vormden een lappendeken van allianties, overtuigingen en wisselende machtsblokken die het einde van een tijdperk inluidden. Het maakt van Het vierde beest geen gemakkelijke literatuur maar mede dankzij Hollands vloeiende pen wel een boeiend werk met een boodschap die tot nadenken stemt. Of Hollands stelling(en) correct zijn, zal verder onderzoek moeten uitwijzen, maar prikkelend en kritisch is het in ieder geval.

E-mailadres Afdrukken