Banner

Jan Bleyen

Doodgeboren, een mondelinge geschiedenis van rouw

6.0
Hildegart Maertens - 20 juli 2012

Jan Bleyen doceert geschiedenis aan de KULeuven. Als historicus gaat zijn interesse echter vooral uit naar de antropologie en haar raakvlakken met de psychologie. Vanuit die interesse onderzoekt Bleyen in dit boek op intieme wijze wat het betekent om een doodgeboren kind te krijgen. Een van de meest sentimentele thema’s uit de wereldliteratuur wordt op die manier op een wetenschappelijke, zakelijke wijze benaderd.

Kinderen die dood geboren worden: het is een kwaal van alle tijden. Wat Bleyen doet, is het immens grote verschil onderzoeken tussen hoe men er vroeger en vandaag mee omgaaltat. Om nogal kort door de bocht te gaan, ziet Bleyen bijvoorbeeld veel beterschap in de manier waarop de ouder-slachtoffers worden opgevangen. Over het geheel gesproken is de problematiek ook duidelijk meer bespreekbaar geworden, hoewel de huidige wetgeving het nog altijd niet eenvoudig maakt om het lijden van vader en moeder een maatschappelijke plaats te geven. Bleyen neemt zijn tijd om het contrast vroeger-nu duidelijk uit te werken. Hij rakelt verhalen op over ouders die hun kind na geboorte niet meer te zien kregen. Het lichaampje werd vaak ook weggemoffeld, alsof de ouders er verder geen aanspraak meer op mochten doen. Het menselijke probleem werd vroeger teveel binnen een medisch kader gehouden, waardoor het leed amper kon gekanaliseerd worden. Ook nu nog is de gedachte dat er massagraven met kinderlijkjes bestaan, een hallucinante gedachte. De vraag is echter of het tij tegenwoordig niet te veel gekeerd is. Van het medische schouderophalen jegens emotionaliteit veertig jaar geleden, worden de ouders nu enorm betutteld en bemoederd. Is dat dan weer een goede tendens? Bleyen meent allicht van wel, maar de lezer heeft toch zijn twijfels…

De veranderingen die er zijn gekomen, ten goede, bestaan er onder andere in dat vaders en moeders tegenwoordig hun kind echt mogen vastnemen, ook als het levensloos geboren werd. Dit is, in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, niet traumatisch; wel laat het een waardig afscheid toe. Daarnaast voorziet de wet ook een naam voor een zwangerschap die langer heeft geduurd dan 180 dagen (eerste dag is de dag van de conceptie). Ook de familie mag actief deelnemen aan het rouwproces, alsook de hulpverleners, die hun kwetsbaarheid mogen tonen en mogen deelnemen aan de dialoog met de ouders. Bleyen weet dat allemaal omdat hij zelf met ouders ging praten. Via een advertentie krijg hij heel wat respons, waarbij mensen die vroeger en nu een kind verloren, allebei van zich lieten horen. Dit liet de auteur toe om het heden heel zorgvuldig af te wegen tegenover het verleden. Een opvallende, maar niet onlogische, vaststelling, is dat vaker moeders reageerden dan vaders. Die laatsten hebben immers nooit een echte band kunnen opbouwen met het kind, simpelweg omdat ze hun existentie nooit zintuiglijk hebben gevoeld: alle “contact” (als dat er al was tenminste) verliep via de moeder.

Van een boek dat zo werd opgehemeld door de landelijke pers, verwacht men uiteraard meer dan een herkauwen van het cliché dat “erover praten” de ultieme weg naar verwerking is. Vanuit zijn grote belezenheid ter zake, beschrijft Bleyen het rouwproces als het doorlopen van een aantal stadia op weg naar de reconstructie van het eigen geluk. Doodgeboren is dan ook meer een analytisch dan een therapeutisch boek, wat het voor een breder publiek toegankelijk maakt. Ook de vorm, waarin dagboekfragmenten worden afgewisseld met stukken verhaal en poëzie, wil het de modale lezer zo aangenaam mogelijk maken. Dat neemt echter niet weg dat Bleyen vaak in herhaling valt, en dat het boek te weinig nieuwe inzichten bevat voor wie persoonlijk nooit met dit probleem te kampen heeft gehad. Een mild positieve beoordeling is hier dan ook op zijn plaats.

E-mailadres Afdrukken