Banner

Francis Maes & Piet De Volder

Opera - Achter de schermen van de emotie

8.0
Frida Dewitte - 05 juli 2012

Velen beschouwen opera als een hopeloos hermetisch genre. Zeker het jonge publiek associeert de plek al te vaak met verveling, overdreven pathos tot je reinste smakeloosheid. Wie vaker de oversteek maakt naar de Vlaamse Opera of De Munt, begrijpt echter dat opera over het algemeen verkeerd begrepen wordt. Francis Maes, professor musicologie aan de Universiteit van Gent, en Piet De Volder, sedert 1994 als dramaturg werkzaam bij de Vlaamse Opera, verzorgden samen een piekfijn boek om de heersende misvattingen te ontkrachten. Een pareltje.

Als men aan de gemiddelde operaliefhebber vraagt waarom hij of zij zo verzot is op het genre, zal niet zelden het antwoord uit de bus komen dat het een constellatie is die heel ontroerend werkt. Inderdaad kan men de opera, voortgekomen uit het traditionele toneel, zien als een voorbode op wat Hollywood zoveel eeuwen later zou beginnen: trieste muziek onder sterfscènes kleven of triomfantelijke onder huwelijksfestijnen, en op die manier een emotie uitvergroten. Het operagenre onderscheidt zich echter door de oneindige variatie en diepgang die de componisten onderbrachten in hun variaties op telkens hetzelfde thema. Inderdaad, hoeveel operaplots vallen te herleiden tot gefnuikte liefdes die uiteindelijk met een dood worden bezegeld? Daarnaast zijn er ook komedies genoeg, waarin de misverstanden bijna soap-gewijs welig tieren. Waar de filmindustrie van vandaag dan al te vaak de neiging heeft om muzikaal bij te kleuren met altijd maar weer dezelfde effecten, stelt de operacomponist zijn partituur op het voorplan. Men krijgt op die manier zowat de inverse van een filmervaring, waarin de score duidelijk onder het beeld wordt gekleefd. Opera vereist dat de toeschouwer bereid is in de eerste plaats ook (of vooral!) luisteraar te zijn, wat niet altijd een gemakkelijk evenwicht is. De verveling en het indommelen waar sommigen van getuigen, zou eigenlijk een uitloper moeten zijn van totale verzadiging, of helemaal niet mogen bestaan. Niets is immers minder vervelend dan opera: daar waar muziek, vorm en verhaal elkaar in quasi gelijke mate bezwangeren.

Met de uitgave Opera -- Achter de schermen van de emotie hebben de twee eminente auteurs echter niet geprobeerd een verkoopspraatje voor hun geliefkoosde medium in boekvorm te gieten. Het opzet van het boek is immers, ook voor diegenen die zich als ingewijden beschouwen, erg interessant. Niet de emotie, maar het denken dat toegang verschaft tot de emotie is wat Maes en De Volder met hun gezamenlijke publicatie hebben willen uitdiepen. De vaak gelijklopende verhaallijnen van diverse opera’s laten inderdaad toe dat de toeschouwer veel nadenkt bij wat er getoond wordt. Anders dan om spanning, draait opera om de esthetiek van het proces: de uitkomst staat meestal al vooraf in de synopsis te lezen, of laat zich al van kilometers ver voorspellen. Ook daarom dommelen sommigen in, wat in feite vooral te maken heeft met een gebrek aan innerlijke bereidheid om de vorm aan een groter denkkader te toetsen. Dramaturg zijn in een operacontext lijkt precies daarom een erg dankbaar beroep: telkens moet men met een hele traditie aan de slag en moet er, vanuit een kennis van de opvoeringspraxis, iets toegevoegd worden aan het klassieke verhaal -- liefst met verwijzingen naar de actualiteit, waarmee dan geponeerd wordt dat opera in geen geval een verouderd genre is. Dat klopt ook, want precies door uitsluitend met universele emoties (noem het menselijke essenties) aan de slag te gaan, bewijst de opera telkens opnieuw dat hij onmogelijk verouderen kan. Zijn relevantie ligt besloten in datgene waar het bijna altijd over gaat: menselijke tragedie.

Wat heeft Opera -- Achter de schermen van de emotie als boek te betekenen, zou men zich kunnen afvragen. Moet men opera niet vooral vanuit de rode pluchen zetel ervaren? Absoluut, maar de auteurs schreven met deze uitgave een uitstekend handvat om opera beter te leren plaatsen, of anders te bezien. Schijnbare ongerijmdheden vallen op hun plaats, nooit opgeloste vragen krijgt de lezer plots beantwoord. Dit overigens met een brede kijk: ook over operakritiek tot zelfs decor werd hier heel wat opgenomen. Volledig is deze uitgave zeker niet, maar mooi is dan weer wel dat ze ongeveer leest als een Belgische operageschiedenis van de laatste dertig jaar. Zo komt Ivo Van Hove’s Ring-cyclus voorbij (wanneer zien we die mijlpaal nog eens terug in Gent of Antwerpen?), alsook Robert Carsens ‘Katia Kabanova’ -- om maar twee recente meesterwerken te noemen. Uitgeverij Lannoo zorgde bovendien voor een prachtige uitgave, mooi geïllustreerd en met een aangename, inspirerende letter. Voor operaliefhebbers is dit boek, waar het enthousiasme en de kennis vanaf druipen, dan ook een stukje hemel. Een boek om dagen, maanden en jaren te koesteren.

E-mailadres Afdrukken