Banner

Paul Claes

C – Honderd notities van een alleslezer

6.0
Frida Dewitte - 26 juni 2012

Zijn honderdste uitgave is dit inmiddels. Veel schrijvers halen nooit dat aantal, maar als vertaler, dichter en essayist kan men de kaap iets vlotter bereiken. Ter gelegenheid van deze speciale verjaardag, liet Claes honderd notities bundelen, kleine opschriften rondom diverse literatuur. Het resultaat noemt de man zelf een “curiositeitenkabinet”, en inderdaad blijkt dat een uitstekende typering van dit boek.

alt

Lezen is voor Claes als ademen. Wat C onder andere duidelijk maakt, is dat deze man immens veel literatuur achter de kiezen heeft. Hij kan dan ook over diverse onderwerpen uitweiden, die zich bijlange niet beperken tot de strikte canon. Dat is een surplus van deze uitgave, waarin het behalve over bijvoorbeeld Joyce, Borges, Claus of Rilke, ook over de strip mag gaan, of, God behoede, over de recensenten. Claes’ notities zijn vaak absoluut niet gericht op de sérieux: hij glimlacht zich af en toe een weg doorheen de wereldliteratuur of –poëzie en doet dat met zoveel verfijnde precisie, dat de lezer geneigd is het NRC Handelsblad gelijk te geven als het schrijft dat Paul Claes “met gemak de meest virtuoze schrijver van ons taalgebied is”. En toch is C niet het meest ideale boekje om dat te bewijzen. De op zich al gefragmenteerde vorm, waarin bepaalde bijdrages zich zelfs beperken tot commentaren op citaten of absurde vraagtekens bij bepaalde literatuur, wordt binnen bepaalde kapittels nog verder in stukken gekapt. Dat bevordert de leeservaring niet echt, en de vraag is eigenlijk op welke manier de lezer tot C moet komen. De honderd hoofdstukken zijn boeiend en humoristisch genoeg, maar ze in een geut lezen, loont niet echt. Eerder lijkt het literatuur voor het slapen gaan, waarbij bepaalde vraagtekens of uitroeptekens die Claes plaatst bij de overgeleverde literatuur, nog even kunnen nazinderen. Anderzijds zijn er dan weer bijdrages die de lezer van nature weinig zullen boeien: wie niets heeft met het genre van de strip, of wie de Vlaamse literatuur van weleer geen kans (meer) wil geven, zal bepaalde kleine essays ongelezen laten.

Op zich hoeft het selectief lezen geen probleem te zijn: C is geen coherente verzameling ideeën en wil dat ook niet zijn. Toch zegt het iets over de selectie en de vorm: dat de stukken niet allemaal evenzeer intrigeren, is toch tot op zekere hoogte een minpunt. De oplijsting van de “carissimae coniugi” – alle uitgaven waar Claes voor verantwoordelijk is – is een voorbeeld van de soms te prominente eenvoud waarmee De Bezige Bij hier en daar de bladzijden vult. Dat wordt echter goed gemaakt met de bijdrages waarin Claes zijn licht laat schijnen op doorgaans als minder toegankelijk beschouwde materie. Over Rilke of Borges, of over de metier van het vertalen, schrijft de man met een ontzagwekkende eruditie, in een weliswaar toegankelijke taal die onontgonnen werelden openbaart voor veel lezers. Als vertaler is dat ook het voornaamste wat Claes tot op heden bereikt heeft: fantastische poëzie in het Nederlands aanschouwelijk maken voor een publiek dat de vreemde talen niet perfect meester is. Om kort te gaan heeft C – Honderd notities van een alleslezer zeker zijn gebreken, maar er staat ook enorm veel interessant materiaal in. Voor een namiddag leesplezier, of om met mondjesmaat te proeven: men kan dit boek elk op zijn of haar eigen tempo benaderen. Of het dan weer een goed idee is om al Claes’ notities (in totaal veertien schriften) gebundeld uit te geven – iets waar de auteur stiekem op hoopt – laten we na het lezen van C echter liever in het midden.

E-mailadres Afdrukken