Banner

Philip Roth

Het complot tegen Amerika

Myriam Vreven - 20 december 2004

"Ik hou niet van boeken, […] ik raak ervan in de war", zei Heny Ford begin vorige eeuw. Mocht de bekende autoconstructuur de nieuwste roman van Philip Roth Het complot tegen Amerika in handen hebben gekregen, had hij het waarschijnlijk op de grond gekeild en vertrappeld. Zo zou hij onmiddellijk bewezen hebben dat de meest verlichte zakenlui niet noodzakelijk de meest verlichte denkers of literatuurliefhebbers zijn.

Dat Het complot tegen Amerika een verwarrend boek is, is een understatement. Niet zozeer omdat je de titel eerder op de cover van een derderangsdetective verwacht, maar vooral omdat het een loopje neemt met de geschiedenis. De basisgedachte van de roman is de volgende: stel dat niet de democraat Franklin Delano Roosevelt, maar de anti-semitische luchtvaartheld Charles A. Lindbergh tot tweeëndertigste president van de USA zou zijn verkozen. Wat zou er dan zijn gebeurd zijn?

"Oh neen, weer zo’n uit de lucht gegrepen, fantaisistisch verhaal" hoor ik u al denken. Maar, Philip Roth (1933), winnaar van de Pulitzer Prize, zou niet tot Amerika’s grootste schrijvers worden gerekend, mocht hij niet aan de hand van dit banale procédé een meesterwerk hebben gecreëerd. De lezer ziet het Amerika van de jaren veertig immers door de ogen van de achtjarige Jood Philip Roth.

Feit en fictie raken meteen verstrengeld: auteur en personage groei(d)en op in een soortgelijke wereld. Maar, wat de auteur werkelijk beleefde kan onmogelijk zijn wat het personage beschrijft. Je kan je echter wel inbeelden dat de auteur, op basis van doemscenario’s die hij als kind hoorde, de wereld van het personage in zijn fantasiewereld als "mogelijke wereld" construeerde. Of, filosofischer omschreven: "De terreur van het onvoorziene is wat de geschiedwetenschap verbergt […]." Wat is verbeelding anders dan doorbomen op vragen die beginnen met "stel dat" en "wat als"?

"In deze herinneringen regeert de angst, een voortdurende angst" : zo opent Roth zijn roman. Dat gevoel overheerst ook bij vele andere "bange, paranoïde gettojoden". Hoe is het mogelijk dat de Verenigde Staten, per definitie een land van immigranten, verplichte kampen organiseren waar jongeren zich de zogenaamde Leitkultur eigen kunnen maken? De Arbeit macht frei-rethoriek is niet zo gek verschillend. De vader van Philip verpersoonlijkt de spanning tussen de Amerikaanse principes en de rauwe "werkelijkheid". Wanneer Herman Roth met zijn gezin een bezoek brengt aan de monumenten van de Amerikaanse democratie in Washington D.C. om zich ervan te vergewissen dat er niets is veranderd, wordt hij meermaals met racistische uitlatingen geconfronteerd. Wanneer, enkele hoofdstukken later, een Michael Moore-achtige verschijning wordt doodgeschoten vanuit een gerechtsgebouw is het hek helemaal van de dam.

Op dat ogenblik schakelt de auteur over van een beschrijvende stijl, waarin Philip en zijn ervaringswereld centraal staan, naar een soort van logboek. Aan een sneltempo krijgt de lezer een reeks van "feiten en gebeurtenissen" over zich heen gestort. De illusie wordt ten top gedreven. Het zijn ook net deze bladzijden die het best als palimpsest gelezen kunnen worden: anti-semitisme, complottheorieën, Amerikaanse verkiezingsstrijd, schendingen van oorlogsrecht, interventionisme, isolationisme. Zoals de boekentrailer op de website van de uitgeverij Meulenhoff zegt: "1940. […] Kunnen de leiders die we vandaag kiezen morgen onze levens veranderen? 2004".

Heb je na het lezen van deze recensie schrik gekregen voor een overdosis politiek, geschiedenis en desinformatie? Vrees niet, achterin het boek vind je een uitgebreid naschrift waarin de ware toedracht van de feiten uit de doeken wordt gedaan. Bovendien is het boek gekruid met hilarische passages, literaire beschrijvingen voor fijnproevers en een spanningsboog waardoor de lezer tot en met de 391ste bladzijde aan Het complot wordt gekluisterd. Slotsom: een "best of 2004" ligt in de boekhandel!

E-mailadres Afdrukken