Banner

György Konrád

Zonsverduistering

Myriam Vreven - 15 september 2004

Op 1 mei 2004 werd Hongarije lid van de Europese Unie. Hongaren poetsen weldra zonder enig probleem onze huizen. De Belgen, open-minded als we zijn, ontdekken de geneugten van Hongaarse wijnen. Dat was decennialang wel anders. In Zonsverduistering schetst de Hongaars-Joodse schrijver György Konrád een beeld van de vijftig jaar die aan dat Europese broederschap voorafgingen. Kortom, hij laat ons even gluren achter het gordijn.

György Konrád (1933) is een grote naam in de Hongaarse en Europese letterkunde. Hij was voorzitter van de internationale schrijversorganisatie PEN die o.a. tegen allerhande vormen van censuur strijdt, hij won de prestigieuze Karel de Groteprijs voor zijn bijdrage aan de éénwording van Europa en de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel.

Politiek en literatuur zijn duidelijk twee dominante thema’s in Konrád’s levensverhaal. "Alles wat belangrijk is, komt voort uit de beslissing die ik in mijn puberteit heb genomen: dat ik schrijver wilde worden. […] Mijn leven? Ik ben geboren in 1933, ik was zes jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. […] Ik was twaalf toen ik het nationaal-socialisme overleefd bleek te hebben. Ik was vijftien in het jaar van de krachtdadige invoering van het communisme, werd daarna met het regime ieder jaar ouder, en was zesenvijftig toen het eindelijk de geest gaf." Stof genoeg om over te schrijven dus.

Zonsverduistering is eigenlijk het vervolg op Geluk (2002), Konráds eerste biografische roman waarin hij herinneringen aan de jodenvervolging en de naoorlogse jaren optekende. Hoe gruwelijk de feiten ook mogen zijn, toch vervalt Konrád nooit in klaagzangen of nostalgisch gemijmer over de enkele zorgeloze momenten die hij beleefde. Integendeel, in Zonsverduistering wordt duidelijk hoe Konrád tijdens zijn leven altijd voor het niet-evidente alternatief heeft gekozen. Ook al krijgt hij bijvoorbeeld verschillende keren de mogelijkheid om te emigreren naar Israël of een ander westers land, toch verkoos hij steeds in Hongarije te blijven.

"Maar waarom klampte ik me […] zo vast aan het vaderland?" vraagt Konrád zich af. Konráds levensfilosofie biedt mogelijk een antwoord. Het is opmerkelijk hoe verknocht de auteur is aan het hier en nu. "Ik hou van wat er is, met zijn geluk en ongeluk en al. […] Zowel het religieuze hiernamaals als de communistische, of om het even welke andere bedachte toekomstutopie, heeft me verrast door het simplisme van hun begrippen. […] De exaltatie van de toekomst houdt een door het slijk halen van het heden in. In plaats van een middelmatig verblijf alhier verlang ik niet een radicaal, in al zijn elementen ander iets, want ik geloof niet dat zoiets kan bestaan."

Konrád ontvluchtte zijn omgeving niet, maar legde zich er evenmin bij neer. Met zijn scherpe pen schreef hij verschillende andere kritische boeken. Jarenlang was hij "een verboden iemand […], van wie de naam niet in het openbaar genoemd mocht worden", een auteur van samizdatliteratuur (ondergrondse literatuur). De dissident besefte al heel vroeg dat "op lange termijn tegenover de overmacht van de pantservoertuigen de macht van het woord bepalend was".

Niet alleen in die stille, antiheroïsche strijd, maar ook in zijn liefde voor de vrouw — de auteur is driemaal gehuwd —, zijn vele kinderen en zijn fantastische humor en ironie komen zijn levenslust en -drift naar boven. Op het einde van de roman komt de afrekening. "Kijk, ergens is een eind aan gekomen. […] Langzamerhand moeten we de nota regelen, de ober komt eraan. ’Ik heb een twintigste eeuw gehad,’ zeg ik. De ober staat te wachten. Ik begrijp niet waarop. […] ’En het tweede millennium?’ vraagt hij. ’Moet ik dat ook regelen?’ ’Wie anders?’ ’Nou goed, zet u het er maar bij.’" Uitkijken naar Konráds volgende boek dus.

Woensdag 13 oktober is György Konrád in het kader van Antwerpen Wereldboekenstad 2004 te gast in het Wereldculturencentrum Zuidpershuis. Hij wordt geïnterviewd door Jean-Pierre Rondas en Hilde Uitterlinden leest voor uit zijn werk.

E-mailadres Afdrukken