Banner

Orhan Pamuk

De naïeve en de sentimentele romanschrijver

Frida Dewitte - 04 april 2012

Tot de Turkse schrijver Orhan Pamuk in 2006 de Nobelprijs voor Literatuur won, was hij in ons land niet bepaald een veelgelezen auteur. Met de belangrijkste onderscheiding in het literaire landschap op zak, ontstond er echter een grote interesse voor zijn oeuvre. Deze bundeling voordrachten met als thema "de roman" is een uitvloeisel van de recente publieke aandacht voor Pamuks figuur.

Recent verscheen nog een boek met lezingen van componist Igor Stravinsky, die hij eind de jaren ’30 gaf aan de befaamde universiteit van Harvard. Dit ter gelegenheid van de Charles Eliot Norton Lectures, dat jaar na jaar vooraanstaande kunstenaars uitnodigt om over hun professie te komen spreken. De klemtoon ligt daarbij dikwijls op "de poëzie van het woord", maar sedert Stravinsky weten we dat het genootschap ook over de grenzen van de gesproken taal heen kijkt. Paul Hindemith, Aaron Copland, John Cage, Leonard Bernstein, Luciano Berio en Daniel Barenboim zijn voorbeelden van musici die de laatste 80 jaar het woord kregen. Het aantal schrijvers is ook niet mis: Jorge Luis Borges, Czes?aw Mi?osz, Italo Calvino en Umberto Eco zijn slechts een paar namen uit een behoorlijk indrukwekkende lijst. Daarbij vond Orhan Pamuk in het academiejaar 2009-2010 dus aansluiting, met een reeks voordrachten, onder andere over hoe een lezer de literatuur percipieert, en hoe de schrijver zijn methode daarop afstemt.

De titel van zijn reeks lezingen, De naïeve en de sentimentele romanschrijver, ontleent Pamuk aan Friedrich Schiller, die in zijn essay Over naïeve en sentimentele poëzie (door Thomas Mann "het mooiste essay in het Duits genoemd") reeds een tweeledigheid schiep tussen de "naïeve" en de "sentimentele" schrijver. De naïeve auteur is diegene die zich volledig laat leiden door zijn intuïtie, die het schrijven als het verlengde van zijn natuur beschouwt en zich niet bewust is van de technieken die hij onderwijl gebruikt. De "sentimentele" schrijver moet men opvatten als iemand die veel meer bespiegelend te werk gaat en zich uitermate bewust is van het construct dat hij voor de lezer opwerpt. "Sentimenteel" ontstijgt hier dus de traditionele betekenis en wordt gebruikt in de context van iemand die de werkelijkheid op een gevoelsmatig "aarzelende" manier consumeert en weergeeft. Deze schrijver lijkt meer kwetsbaar, streeft naar authenticiteit in stijl en betekenis en laat zich niet zozeer meeslepen door de literatuur als medium in vergelijking met de naïeve schrijver. Deze opgeworpen tweeledigheid trekt Pamuk, in het eerste essay, door naar de lezer, die ofwel naïef kan zijn en de "werkelijkheid van de fictie" (een paradox waaraan de literatuur volgens Pamuk haar kracht ontleent) kortom niet in vraag stelt, ofwel "sentimenteel" kan lezen, wat betekent dat deze zich erg bewust is van stijlkenmerken en de manier waarop de inhoudelijke detailwerking is afgestemd op het grotere psychologische plaatje van de roman.

Pamuk doet over bijna 200 bladzijden tekst uiteraard meer dan alleen maar herkauwen wat Schiller reeds beschreef. De spreker ontwikkelt een hele resem interessante ideeën en verduidelijkt deze met een aardige greep uit de wereldliteratuur. Toch valt op dat Pamuk zich soms nogal laat meesleuren, wellicht ingegeven door een zin voor romantiek die de lezers van vandaag niet meer unaniem kenmerkt. Het "ruiken van een rivier" of het "voelen van de wind in het gelaat" zijn zaken die men niet noodzakelijk moet ervaren, zelfs al leest men regelmatig een roman (op intense wijze). Ook is Pamuk in zijn theoretische opsommingen niet altijd exhaustief, wat een zwakte is van dit uit de hand gelopen essay. Het voelt soms onvolledig tot wat ondoordacht aan, en het "uit de losse pols" spreken over literatuur is iets wat men misschien op audioband goed kan praten, maar op schrift heeft het iets van een definitief verlies. Toch is De naïeve en de sentimentele romanschrijver een tekst die veellezers met plezier tot zich zullen nemen. Zoals gezegd stijgen er een heel aantal waardevolle ideeën uit op, en bovendien ontwikkelt Pamuk zijn theorieën dusdanig natuurlijk of humoristisch, dat de essays behalve diepgravend (hoewel niet over de hele lijn) vooral ook amusant leesvoer zijn. Ideaal om op een verloren zondagnamiddag in de vroege lentezon te verorberen!

E-mailadres Afdrukken