Banner

Ian McEwan

Eerste liefde

Andreas Delanoye - 23 maart 2012

Wie de Britse succesauteur Ian McEwan wil leren kennen, begint best niet bij Eerste liefde. Deze verzameling verhalen werd geselecteerd uit de eerste twee boeken van de schrijver, daterend van ruim dertig jaar geleden. Ook al blijkt hij zijn ambacht reeds perfect te beheersen, toch kan na lezing van de rijpere McEwan besloten worden dat zijn eerste verhalen het niveau van vaardige vingeroefeningen niet ontstijgen.

Naar elk nieuw boek van Ian McEwan wordt reikhalzend uitgekeken. Hij is niet voor niets een van de belangrijkste schrijvers van het moment. Zijn fenomenale stijl stelt hij ten dienste van genuanceerde verhalen waarin steeds de psychologische diepgang opvalt. Ook maatschappijkritiek en humor schuwt hij hierin niet, wat zijn boeken in brede kring geliefd maakt. Zo waren er de laatste jaren Solar, over de opwarming van de aarde, dat vooral als een heel grappig boek zal onthouden worden, en Aan Chesil Beach dat een fijnzinnig portret bevat van twee jonge mensen die gevangen zitten in een bekrompen seksuele moraal. Van dit laatste boek zal binnenkort een verfilming verschijnen en het is niet de eerste keer dat dit met werk van McEwan gebeurt, met dank aan zijn sterke plots en universele karaktertekening.

De meest prestigieuze prijs die McEwan tot nu toe in de wacht sleepte, is de Man Booker Prize die hij in 1998 ontving voor het prachtig kleinood Amsterdam dat hoewel verpakt als een initieel grappig en dan spannend boek, vooral ook donkere morele dilemma’s presenteert. Ruim twintig jaar daarvoor had hij echter al een andere prijs op zijn naam staan, namelijk de Somerset Maugham Award, een jaarlijkse prijs voor een Britse auteur onder de 35 jaar. Die kreeg hij voor zijn debuut De laatste dag van de zomer en het is uit deze verhalenbundel, alsook uit de daaropvolgende Tussen de lakens dat er nu een selectie verhalen gebundeld is onder de titel Eerste liefde. Het klopt voor de technische kant van de zaak dat McEwan in deze verhalen bewijst een voortreffelijk stilist te zijn. Inhoudelijk blijkt hij toen echter een stuk minder overtuigend dan nu hij de zestig voorbij is.

Hoewel sfeer en verteltrant meestal goed zitten, is het de groteske en wat brutale ondertoon die afdoet aan de kwaliteit. Men mag over broeierige onderwerpen schrijven, maar liefst niet op onsmakelijke wijze. Dit laatste hangt in sommige verhalen samen met de absurditeit bij welke gratie vaak de verhaaltwist bestaat. Op andere momenten slaagt McEwan er weliswaar in op intense wijze over relationele dysfunctie of ontspoorde seksualiteit te schrijven, maar zelden is dit echt verlichtend en blijvend. Op die manier ontstaat het beeld van vingeroefeningen. Zelfs dan produceert een auteur van het formaat van McEwan echter nog aangename lectuur, hoewel met een kleinere poëtische en psychofilosofische waarde dan we van hem gewoon zijn. Ook al was het misschien Ian McEwans eerste liefde, zijn kortverhalen onthouden we niet als een meerwaarde in het genre of een niet te missen component van zijn oeuvre.

E-mailadres Afdrukken