Banner

Bas Haring

Plastic Panda’s

John Cossement - 27 januari 2012

De zilverrug, reuzenpanda, condor, Siberische tijger of het tropische regenwoud; een lang leven lijken ze niet meer beschoren. Niet erg als bepaalde soorten uitsterven, vindt echter Bas Haring: we kunnen het goed met minder biodiversiteit stellen. De Nederlandse filosoof gooit met Plastic Panda’s een knuppel in het hoenderhok.

Bijna drie jaar geleden verscheen Harings essay Het aquarium van Walter Huijsmans waarbij zijn vragen en stellingen over de toekomstige natuur heel wat beroering wekten. Naar aanleiding van massa’s boze reacties werkte hij zijn ideeën verder uit in dit boek. Ook nu gaat Haring in tegen de bekommernissen van natuurbeschermers, waardoor sommigen beweren dat het boek immoreel is en bulkt van de onjuistheden, grove generalisaties en bizarre kronkels.

In het verleden wist de volksfilosoof met tv-programma’s als Stof of boeken als Kaas op een glasheldere manier wetenschap en filosofie uit te leggen. Opnieuw doet hij de lezer vanuit de verwondering van een schooljongen en met een kritische en zakelijke blik zelf nadenken en zet hij als een Socrates nuchter en gevat zekerheden en zwart-witdenken op losse schroeven. Haring neemt zijn tijd in tijden van instantmeningspuierij en dat doet deugd.

Al lezende hoor je Haring college geven. Hij gaat in dialoog en in de clinch met zijn lezer, hij legt zijn denkprocessen bloot, last intermezzo’s in en maakt leerrijke zijsprongetjes. De hoogleraar bedient zich van originele vergelijkingen en verbanden (bv.tussen heavy metal en diersoorten), zodat de lezer goed bij de les blijft. Hij neemt je mee op sleeptouw, voert al eens een schijnbeweging uit en stelt zijn eigen ideeën ter discussie, vult aan met recente wetenschappelijke gegevens en vermeldt wanneer hij wat kort door de bocht gaat. Bas Haring speelt advocaat van de duivel en ligt op een speelse en jongensachtige manier dwars.

Haring huldigt een epicuristische gedachte (de ervaring van het leven, het goed in je vel zitten en het voorkomen van pijn zijn voor hem van tel) en out zich als een voorstander van Jeremy Benthams utilitarisme (“ik voel me verantwoordelijk voor een zo mooi mogelijk leven voor zo veel mogelijk mensen en dieren”). Hij gaat daarbij uit van een menscentrisch standpunt en geeft ook aan dat de alomtegenwoordigheid van de mens een keerzijde heeft.

De huidige bevolkingsexplosie is in deze wereld een natuurfenomeen als een rattenplaag, maar Haring maakt er zich iets te makkelijk van af en ziet een toekomst met tien miljard als een gegeven. Zijn gedachtegang over (het taboe van) een globale geboortebeperking waartoe de mens met zijn ratio en draconische maatregelen perfect in staat zou moeten zijn, is uitermate slordig.

Haring schijnt te vergeten dat het huidige teveel aan mensen gepaard gaat met onnoemelijk leed: woningnood, werkloosheid, honger, overconsumptie, files, groeiende onverschilligheid en agressie, pandemieën en genocide. Hij maakt zich nogal vlug af van geboortebeperking en spreekt een van zijn uitgangspunten (“de aarde moet leefbaar blijven voor de mensen”) tegen. De strijd tegen overbevolking is een strijd tegen het lijden en kan bijgevolg het geluk aanzienlijk verhogen.

Waarom zouden er miljarden moeten bestaan van een graaigrage, geniepige en vaak ronduit wreedaardige diersoort die zichzelf continu overschat? Haring lijkt iets te optimistisch over de kunde van de menselijke soort en onderschat het kortetermijndenken van de mens. Het ziet er eerder naar uit dat de menselijke hybris een nieuwe massa-uitsterving op zijn kerfstok zal hebben.

Vaak is er geen speld tussen de argumenten te krijgen, een andere keer kan het wijsgerige tegenwerpingen regenen. Haring kan met zijn geuzenboek van speciecisme (discriminatie van dieren op basis van hun diersoort) beschuldigd worden. En wat te denken van mensapen (wier DNA bijna identiek is aandie van ons) of dolfijnen, die volgens denkers als Peter Singer en Floris van den Berg mensenrechten zouden moeten krijgen? Er mag niet vergeten worden dat het uitsterven van diersoorten altijd met lijden van individuele organismen gepaard gaat en gaat Haring niet te vlug voorbij aan bedreigingen als overbevissing? En heel misschien is, zonder dat we het weten, een bepaalde bedreigde plant- of diersoort (bv. de bij) net een belangrijk onderdeel voor het evenwicht of het voortbestaan van het ecosysteem zelf.

Haring schuwt dus de controverse niet. Fervente WWF-leden en vegetariërs among others zijn weinig opgezet met Plastic Panda’s, maar een niet-bioloog heeft met behulp van de filosofie vooropgezette meningen gesloopt en een best zinnig en uitdagend boek geschreven om het debat over de verloedering van het milieu aan te zwengelen. Zijn antropocentrische denken gaat weliswaar voorbij aan het feit dat de menselijke soort niet zo talrijk hoeft te zijn.

E-mailadres Afdrukken