Banner

Wouter Deprez & Randall Casaer

De hond is een beetje kapot

Frida Dewitte - 25 januari 2012

Komt er inmiddels al wat sleet op de formule? Met De hond is een beetje kapot is cabaretier en humorist Wouter Deprez immers al toe aan zijn derde boek met brieven aan zijn kersverse zoon, opnieuw in tandem met tekenaar Randall Casaer. Alweer een geslaagde weergave van pril vaderschap, of toch een al te gretig uitgemolken concept waarop de lezer stilaan uitgekeken geraakt?

Het antwoord mag duidelijk zijn: Deprez heeft er weer iets erg moois van gemaakt. Zijn zoon groeit uiteraard op, en de brieven evolueren dus over de delen heen steeds meer. “Zoon”, zoals het centrale personage in dit boek consequent wordt genoemd, ooit een niets begrijpende baby, is inmiddels een dwarse kleuter, wiens eerste bezoek aan de school bijvoorbeeld een glorierijk hoofdstukje vormt in dit boek. Het kind wordt mondiger en Deprez’ houding verandert ook: het vertederende vaderschap uit de vorige delen ruimt hier plaats voor blijken van vermoeidheid, zij het telkens met een zweem van humor en natuurlijk liefde. Amusant is dus (alweer!) het kernwoord bij deze prachtige uitgave van Uitgeverij De Eenhoorn, die onlangs overigens een schitterende geïllustreerde versie van Maeterlincks De blauwe vogel op de markt bracht. Amusant en sympathiek is echter nog geen synoniem voor cruciaal. En inderdaad, men zal Deprez zelf nooit horen beweren dat hij literatuur schrijft waar volledig lezend Vlaanderen van zou moeten proeven. De boekenreeks lijkt zich vooral te richten op jonge koppels, die zich ongetwijfeld zullen herkennen in wat er beschreven wordt.

De cruciale tekeningen van Randall Casaer, die moeten compenseren voor de redelijk volwassen lading van de brieven, vormen dan de brug naar het jongere publiek. Bij Casaer echter geen brave illustraties als zoethoudertjes, maar wel heuse kunstwerkjes die een genot op zichzelf vormen. Wie het boek zomaar uit de kast neemt na het smakelijk te hebben uitgelezen, kan meteen weer genieten van de visuele fantasie en het ambachtelijke vernuft van iemand als Casaer. Zijn bijdrage aan dit boek is verrassend donker: niet alleen inhoudelijk, maar vooral puur vormelijk. Hij gebruikte grove tinten zwart en de atmosfeer van warmte verbreedt zich bijgevolg tot ijzingwekkende, bijna nachtmerrie-achtige taferelen. Een gedurfde zet, die echter zijn vruchten meer dan afwerpt. Uitgeverij De Eenhoorn is er trouwens in geslaagd om tekst en beeld nog dichter bij elkaar te brengen. Zo lijkt het hier simpelweg een boek te betreffen van één kunstenaar in plaats van twee: de tekeningen verschuiven mee over de pagina’s en kruipen soms bijna tussen de tekst, maar overstijgen tegelijk het zuiver illustratieve. Meer dan in de voorgaande twee delen is het namelijk zo dat de afbeeldingen een eigen verhaal vertellen, met dezelfde tedere emoties die Deprez hanteert in zijn tekst. Gespeelde dapperheid, diepmenselijke ontroering, overweldigende verbazing: Casaer steekt het er allemaal in en komt er moeiteloos mee weg. Dit derde deel is dus niet gewoon het herkauwen van een succesformule, maar een verder zoeken naar een intrigerende en inspirerende vorm voor een geestig, pretentieloos soort literatuur voor jong, en vooral oud.

De indrukken die De hond is een beetje kapot nalaat, zijn dus bovenal innemend en sympathiek. Het kunstige aspect voelt niet opgeblazen aan en het ontbreken van de typische pretenties is een aangenaam nevenverschijnsel van Deprez’ zelfrelativering. Bovendien heeft de auteur zichzelf ook stilistisch wat aangescherpt, waardoor ook die ontroering zich met dit deel vermeerderd ziet. In tandem met Randall Casaer blijft de “opgroei-reeks” van Wouter Deprez kortom een gegeven om met grote nieuwsgierigheid naar uit te zien. De frisse blik van de jonge vader, in pakkende maar vooral lichtvoetige teksten neergeschreven en opgefleurd met spitant tekenwerk: het is een concept waar men gerust nog een vervolg op mag bedenken!

E-mailadres Afdrukken