Banner

Haruki Murakami

Slaap

Jurgen Boel - 20 januari 2012

Een van de meest vreemde en zeldzame ziektes is ongetwijfeld Fatal Familial Insomnia, waarvan de lijders steeds meer te lijden hebben van slapeloosheid tot ze finaal van uitputting in een coma wegzinken en overlijden. Een van de redenen dat de ziekte zo tot de verbeelding spreekt, is dat ze naast het feit dat ze zo zeldzaam is ook een belangrijke vraag oproept: waarom slapen we?

In de literatuur en film werkt slapeloosheid vaak tot de verbeelding getuige onder meer The Machinist (met een dodelijk vermoeide en graatmagere Christian Bale) en Slaap! van Annelies Verbeke. Ook Haruki Murakami liet zich door het thema verleiden met het kortverhaal Slaap dat meer dan twintig jaar na zijn eerste verschijnen (1990) nu ook in het Nederlands verkrijgbaar is. Het kortverhaal, dat in de Engelstalige versie mee opgenomen is in de bundel De olifant verdwijnt, herbergt alle typische stijlkenmerken van Murakami’s bekendste werken waarbij het mondaine en het surreële onmerkbaar in elkaar overvloeien en het alledaagse uitvoerig beschreven wordt .

Het hoofdpersonage, is zoals in vele verhalen van Murakami, een weinig opvallend personage van circa dertig jaar wiens leven tot op heden eerder onopvallend voorbijgegaan is. De jonge vrouw, die naamloos blijft, is (schijnbaar?) gelukkig getrouwd en bereddert het huishouden terwijl haar man zijn praktijk als tandarts verder uitbouwt en hun zoontje op school zit. Los van haar opmerking dat ze al zeventien dagen niet meer geslapen heeft maar dit zelf niet interpreteert als slapeloosheid, gebeurt er aanvankelijk weinig. De alledaagse sleur wordt nauwelijks onderbroken, zij het dat de vrouw op de eerste slapeloze nacht een vreemde nachtmerrie heeft die beangstigend reëel aanvoelt.

In kenmerkende Murakamistijl wordt de droom niet alleen nergens geduid maar lijkt hij ook volkomen los te staan van de rest van het verhaal. Na de “droomsequens” start weliswaar de slapeloosheid van de vrouw maar naar de oude man die in de droom opduikt noch zijn gedrag wordt verderop in het verhaal ook maar enigszins gehint. Wat zijn doel of rol ook moge zijn, Murakami maakt die alvast niet duidelijk. De wat vreemde sequentie is zelfs tot het verontrustende einde de enige maal dat er ook maar iets gebeurt dat verstorend werkt. In de volgende pagina’s en hoofdstukken leert het hoofdpersonage steeds meer hoe ze haar dagen en nachten dient te vullen met wat vooral banale handelingen zijn (zo start ze opnieuw met lezen ’s nachts).

Het intrigerende van het verhaal zit dan ook in de manier waarop Murakami de alledaagsheid van slapeloosheid tekent: er gebeuren plots geen vreemde dingen noch ontwikkelt de vrouw een boeiend tweede leven of onvermoede krachten en inzichten. Bijna voor de hand liggend bouwt ze haar nachtleven uit alsof het haar dagleven is, hoogstens merk je dat ze iets bewuster in het leven staat en zich vragen begint te stellen bij de voorspelbaarheid van het bestaan van alledag maar ze zoekt het gevaar niet op noch gooit ze opeens radicaal het roer om. Het enige wat echt verandert, is zoals gezegd de manier waarop ze naar het leven kijkt en de vraag wat deze vreemde vorm van slapeloosheid kan betekenen.

Het onverwachte en niet afgesloten einde creëert net daardoor een ontregelend effect. Er wordt een spanning en dreiging opgebouwd maar er is geen duidelijkheid rond wat er na de laatste pagina zal gebeuren noch in welke mate het hier om een ingebeelde, een reële of een bovennatuurlijke gebeurtenis gaat. Murakami laat de lezer net zoals zijn hoofdpersonage in het ongewisse over wat er gebeuren zal. De angst en onzekerheid die haar in de laatste lijnen overvalt, worden zo geprojecteerd op de lezer die na het alledaagse en banale van de vorige pagina’s zich geconfronteerd ziet met het onbekende en daar evenmin een antwoord op heeft. Het is die finale ontknoping, al even typisch voor Murakami’s werk, die Slaap zijn afzonderlijke publicatie rechtvaardigt.

Dat het kortverhaal bovendien aangevuld wordt met op zichzelf staande maar volledig in het verhaal opgaande illustraties van Kat Menschik vormt een onmiskenbare meerwaarde voor de uitgave. In de door zwart, wit en een metaalachtig grijs gedomineerde tekeningen lijken de obsessies van Murakami een nieuwe vorm gekregen hebben die hoewel ze bijna nergens rechtstreeks naar het verhaal verwijzen treffend de veranderingen in het hoofdpersonage verbeelden. De combinatie van Menschik en Murakami verleent aan Slaap een meerwaarde die het verhaal op zich nooit zou behalen en tilt het zo op naar het ereschavot. Onmisbaar in het oeuvre van Murakami is Slaap niet maar deze uitgave komt toch dicht in de buurt ervan.

E-mailadres Afdrukken