Banner

Anton Van Hooff

Athene

Jurgen Boel - 13 januari 2012

Fik Meijer heeft zowat op zijn eentje het Romeinse Rijk en zijn ideeën en gebruiken voor de Nederlandse leek op een rijtje gezet. Zijn verschillende werken boden een inkijk in het Romeinse leven, gaande van de befaamde brood en spelen tot hoe over helden en vreemden gedacht werd. Met het in 2010 verschenen Nero & Seneca ambieerde Anton Van Hooff duidelijk diens rol over te nemen.

Maar Van Hooff, zo werd al snel duidelijk, is geen Meijer. In tegenstelling tot die laatste bleef Van Hooff te veel vast zitten in zijn rol van docent en overdrager van kennis, waardoor het speelse element naar de achtergrond verdween. Nochtans viel er verder weinig af te dingen op het boek. Als geen ander had Van Hooff zich vastgebeten in de materie en wist hij de levens van “de despoot en de denker” treffend tegenover elkaar te stellen. Bovendien schuwde hij niet duidelijk te maken dat de hedendaagse lof die Seneca als onthechte filosoof te beurt valt, met een korrel zout genomen mag worden. De stoïcijn was in de eerste plaats een realpoliticus die de eigen schaapjes op het droge had en zich terdege bewust was van de publieke rol die hij speelde.

In Athene vallen eenzelfde pluspunten en struikelblokken op. Bij de beschrijving van de eerste democratie gaat Van Hooff uitvoerig en gedocumenteerd te werk maar vergeet hij (te vaak) de lezer een rustpauze te geven. Hoewel hij een goed schrijver is die weet hoe hij een verhaal moet vertellen, is Van Hooff ook duidelijk een academicus die niet gewend is voor een groot publiek te schrijven. Bovendien maakt hij de fout om bij verwijzingen naar de hedendaagse tijd of de recente geschiedenis steevast te verwijzen naar Nederlandse gebeurtenissen die voor Belgische lezers niet altijd even duidelijk zijn.

Het meest banale en meest in het oog springende (maar ook te begrijpen) voorbeeld duikt al in de inleiding op, wanneer over het gymnasium gesproken wordt (te vergelijken met de klassieke humaniora). Zo zijn er her en der nog verwijzingen terug te vinden die eerder storend dan verhelderend werken. Stellen dat ze de waarde van het werk negatief beïnvloeden zou echter te ver gaan; daarvoor kan niet voorbijgegaan worden aan de meerwaarde die in het boek besloten ligt. Zoals eerder gesteld kent Van Hooff zijn materie door en door en weet hij die op een heldere en duidelijke manier weer te geven. Door bovendien voor relatief kleine en thematisch gestructureerde hoofdstukken te kiezen blijft het overzicht netjes behouden.

Zo is het verhelderend vast te stellen dat het democratisch gegeven in Athene complexer in elkaar zat dan menig criticus wenst te geloven. Het is inderdaad zo dat alleen vrije burgers stemrecht hadden, maar tezelfdertijd was deze groep groter dan men soms beweert. Ook opvallend -- en verrassend hedendaags -- is de afkeer van de burgers om hun stem uit te brengen: om hen zo ver te krijgen hun democratische plicht te vervullen werden verschillende mechanismen uitgedacht, met als belangrijkste het verstrekken van een financiële vergoeding. Vreemd genoeg, maar misschien des te meer des mensen, stond overigens niet vertrouwen maar wel wantrouwen hoog in het vaandel van de eerste democratie. Zo konden aspirant-tirannen voor tien jaar uit hun burgerrechten gezet worden.

Tirannie was voor de Atheense democraten dan ook een van de grootste nachtmerries; toch was democratie niet zonder meer een verworven recht en logische oplossing. Onder meer Sokrates (bij monde van Plato) en Plato zelf hielden een pleidooi tegen de democratie en wensten de macht bij een elite te leggen. Toch zouden die twee (?) filosofen roependen in de woestijn blijven: het idee van de democratie was intussen al te zeer geworteld in de maatschappij. Kritiek bleef uiteraard mogelijk, zoals ook de verschillende tragedies en komedies duidelijk maakten. Daarin werd het volk een spiegel voorgehouden en stak men de draak met bepaalde gebeurtenissen, vooraanstaande Atheners en het volk zelf.

Is Athene een toonvoorbeeld van hoe een democratie dient te werken? Eigenlijk niet, want zoals Van Hooff zelf stelt in zijn laatste hoofdstuk zijn er zeker en vast een aantal parallellen te trekken maar zijn er net zo goed grote verschillen te ontdekken. Het belangrijkste hierbij is dat het democratische idee veel meer verweven was met de samenleving, de moraal en de cultuur op zich. Een idee dat weliswaar nog steeds leeft bij enkele partijen, maar geenszins een breed draagvlak kent binnen de moderne maatschappij. Athene. Het leven van de eerste democratie is met andere woorden geen handleiding voor de moderne democraat, maar wel een intrigerende, zij het te academisch opgebouwde, schets van de wieg van de (Westerse) democratie.

E-mailadres Afdrukken