Banner

Een dag in het leven van een persmuskiet

onze man ging naar de junket van Cowboys & Aliens!

Dennis Van Dessel - 22 augustus 2011





De nobele kunst van het debiele-vragen-stellen

Op mijn betere dagen maak ik mezelf graag wijs dat dit zelfde fijne webmagazine eigenlijk zo goed als mijn full-time job is. Op andere dagen, daarentegen, moet ik... you know, geld verdienen en zo. Wat inhoudt dat ik het restant van mijn tijd slijt als copywriter (iemand eentje nodig?), die regelmatig advocaat van de duivel moet spelen door de films aan te prijzen die een niet nader genoemde digitale tv-zender toevallig te huur heeft. Jaja, als het er op aankomt draaien we allemaal vrolijk mee in de commerciële mallemolen.

Hoe dan ook, vanuit die digitale tv-zender kwam niet zo lang geleden de vraag of ik voor hen naar Londen wilde trekken om er de press junket mee te maken van 'Cowboys & Aliens', de nieuwe film met Harrison Ford en Daniel Craig. Wie ooit 'Notting Hill' gezien heeft, zal een tamelijk correct beeld hebben van wat zo'n junket inhoudt: de sterren en (eventueel) regisseur van een film worden ondergebracht in een peperduur hotel, waar ze de ene na de andere journalist ontvangen, die dan welgeteld vijf minuten krijgt om een diepgaand interview te plegen.

Zo'n junket is, van nature, een frustrerende bedoening voor zowel journalist als filmster. Als journalist krijg je gewoon lang niet genoeg tijd om een betekenisvolle vraag te stellen - tegen de tijd dat je goeiedag hebt gezegd en de obligate openingsvraag hebt gesteld ("Kunt u voor de kijkers thuis even uw personage omschrijven?"), ben je al halverwege je interview. Probeer dan maar eens iets interessants te weten te komen. En voor de filmsterren is zo'n dag simpelweg strontvervelend: ze krijgen aan de lopende band dezelfde drie, vier banale vragen waarop ze dezelfde drie, vier standaardantwoorden geven, sporadisch onderbroken door een archetypisch tv-blondje dat ofwel: a) geen Engels spreekt; b) geen hol van film kent; c) de film in kwestie niet eens gezien heeft; of d) een combinatie van alle voorgaande.

Waarom ik dan toch gegaan ben? Check de namen op de lijst eens: Harrison Ford, Daniel Craig, Olivia Wilde en Jon Favreau. Mocht u betaald worden om vijf minuten tegenover die mensen te zitten, zou u toestemmen? Ik dacht het wel. Ford is een jeugdheld, die eindeloze namiddagen uit mijn kindertijd heeft gevuld als Indiana Jones. Daniel Craig deed mee de Bond-franchise herleven. Olivia Wilde heeft zich voorlopig nog te bewijzen als serieuze actrice, maar hebt u haar gezien in die strakke 'Tron'-pakjes?! En Jon Favreau... Ja, oké, niemand zal beweren dat 'Iron Man' of 'Cowboys & Aliens' grote cinema is, maar ik zal nooit zijn vertolking in 'Swingers' vergeten.

De minder zware journalistiek

De journalistieke waarde van de interviews beloofde alvast niet veel soeps te worden. The powers that be die voor mijn tripje verantwoordelijk waren, lieten me duidelijk merken dat ik sowieso aan de acteurs moest vragen om hun personage te beschrijven, zodat ze de antwoorden daarop konden intercutten met clipjes uit de film. Daniel Craig die zegt: "he's a man with no name or past", gevolgd door een shot uit het begin van de film, waarin hij verward door de woestijn loopt, u kent dat wel. En bovendien - o, gruwel! - werd ik ook verplicht om aan Indiana Jones en James Bond te vragen een station call te doen. Voor wie niet weet wat dat is: een station call is een celebrity die schaapachtig in een camera grijnst en dingen zegt als: "Hi, I'm Johnny Depp, thank you for watching..." Aan te vullen met een tv-station naar keuze waar de persoon in kwestie nog nooit van zijn leven van heeft gehoord. Ik voel me al een beetje een prostituée als ik zoiets moet vragen aan een bekende kop van bij ons, maar nu...

Yup, ik begon met wat je noemt "enige ambivalentie" aan mijn dagje als persmuskiet. Maar nogmaals: Ford en Craig zijn helden, Wilde is hot en Favreau is, op zijn beste momenten, nog wel grappig. En ik wil nooit één van die ouwe zeuren worden die niet meer onder de indruk raken van een ouderwetse filmheld. Als je al blasé begint te doen over de man die je kindertijd via de cinema mee heeft gevormd, waarom schrijf je dan überhaupt nog over film? Bijgevolg trok ondergetekende op woensdag 10 augustus van het jaar onzes heren 2011 naar een getroebleerd Londen om er, godzijdank maar voor één dagje, de celebrity-kwek uit te hangen.

Een getroebleerd Londen, zei u? Wat dacht u van rellen die zo hevig waren dat men overwoog om het leger in te zetten? De avond voor mijn vertrek waren er maar liefst 16.000 agenten op straat om de rust te bewaren in de Britse hoofdstad. Er kwamen berichten binnen dat er geen vitrine meer heel was in de stad. BZ raadde nog niet officieel af om naar Londen te gaan, maar waarschuwde wel dat "voorzichtigheid geboden was", en ik, ik ging daar eventjes tussen wandelen om vijf minuten met een stel filmsterren te praten over cowboys. En aliens. Nogmaals: zware journalistiek ging niet aan de orde van de dag zijn.

Was ik zenuwachtig? Een beetje wel. Ik ben niet snel starstruck, maar we spreken hier ook niet over de eersten de besten en ik was er me continu van bewust hoe kort mijn tijd bij de acteurs wel zou zijn. Aanschuiven voor koffie in Brussel Zuid duurde langer dan mijn individuele interviews zouden zijn, en toch moest daar iets bruikbaars uit komen. Los van al de rest, was ik daar immers ook om een job te doen - om een klant het eindproduct te leveren waar hij om gevraagd had.

"Oh, wonderful! The best show in town! **** "

Hoe dan ook, het eerste deel van de dag bestaat uit een opeenvolging van treinen die, geheel tegen de officiële werkethiek van de nmbs in, allemaal op tijd rijden. Van Gent Sint Pieters naar Brussel Zuid en daarna de Eurostar tot in Londen. Op het moment dat de trein stilstaat om ons er af te laten in St Pancras, krijg ik telefoon van een dame van filmverdeler Universal, die vandaag de boel organiseert. Universal had om 10 u (London time) een vertoning van de film georganiseerd, waarop ik niet aanwezig was. Ik leg haar uit dat ik de film twee dagen eerder al gezien heb, op een vertoning in het kantoor van Universal in Brussel, waarop de dame letterlijk uitschreeuwt: "Oh, wonderful!". Alsof ze nog nooit in haar leven beter nieuws had gehoord. We bevinden ons hier duidelijk in het land van het professioneel enthousiasme, waarin eindeloze vrolijkheid over àlles deel uitmaakt van de jobomschrijving. PR-mensen, je kan ze niet genoeg betalen - ik mag er niet aan denken om continu zo hyper te moeten doen.

Van aan St Pancras neem ik de Underground tot aan Bond Street, de dichtste halte bij het hotel waar alles vandaag zal plaatsvinden. Ooit heeft iemand in het Londense stadsbestuur beslist dat de metrostations niet koeler mogen zijn dan 35 graden Celsius. Ik weet niet wie en ook niet waarom, maar de warmte slaat je in het gezicht en ik voel enkele druppels zweet langs m'n rug naar beneden lopen. Het eerste waar ik aan denk: ik wil niet naar zweet zitten meuren tegenover Harrison Ford. Damn!

Een korte metrorit later kom ik boven de grond in Bond Street, één van de grootste Londense winkelstraten. De berichtgeving van de laatste dagen was zo alarmerend dat ik half verwacht om kapotgeslagen etalages te zien, omgekeerde vuilnisbakken en hordes politieagenten die de wankele rust van de vorige nacht proberen te bewaren, maar niets daarvan. Het Londen dat ik ditmaal zie, is het Londen dat ik al twee keer eerder heb gezien. De rellen zijn blijkbaar niet tot zo diep in het centrum geraakt. Drommen mensen lopen elkaar voor de voeten, mannen in vernederende kostuums proberen klanten hun zaak binnen te lokken (één is zowaar in een kippenpak gestoken om een Kentucky Fried Chicken-kloon te promoten) en het geluid van verkeer en wegenwerken overstemt alles. Londen heeft zijn mooie plekjes, uiteraard, maar telkens ik hier kom, word ik ook overvallen door de vermoeiende kracht van een stad die continu gericht is op de verkoop van alles wat zich maar laat verkopen. Veel meer dan in Brussel of zelfs Parijs, word je continu overweldigd door billboards, bewegende reclamepanelen en slogans. Overal zie je superlatieven, sterrenwaarderingen ("the best show in town!", lees ik minstens vier of vijf keer, inclusief op de affiche van een Andrew Lloyd-Webber versie van 'The Wizard of Oz'; en waarom moet Andrew Lloyd-Webber overigens met zijn profane poten aan een monument als 'The Wizard of Oz' zitten frunniken?) en bovenal prijzen, meestal voorafgegaan door een leugenachtig "only". British breakfast, hapklaar geserveerd om mee te nemen in zo'n plastic schaaltje dat McDonald's jaren geleden al heeft afgevoerd omdat het te kwalijk was voor het milieu, voor only £ 8,99. Ruim tien euro voor een miniportie eieren, worst en bonen? Only?

Wanneer ik voor het plezier naar Londen kom, zoek ik al snel het net-iets-minder commerciële centrum op (hoewel het onmogelijk is om er helemaal aan te ontsnappen, natuurlijk): Notting Hill, de oevers van de Theems, het British Museum. Maar nu heb ik weinig keus. Van aan Bond Street is het maar vijf minuten wandelen tot aan Claridges, een vijfsterrenhotel waar een kamer per nacht ongeveer evenveel kost als mijn appartement per maand.

Het probleem is wel dat ik nog ruim twee uur heb voordat de press junket begint. Lucky me, op nog geen steenworp van het hotel, ontdek ik Brown Hart Gardens, een verhoogd terras dat, ontdek ik later, blijkbaar bovenop een elektriciteitsstation gebouwd is. Van de drukte van Londen is hier weinig te bespeuren. Enkele mensen komen hier hun lunch eten - zonder uitzondering take-aways van een grote Amerikaanse keten - maar voor de rest is dit een rustig hoekje om een uurtje door te brengen. Daar, in een prettig, niet-te-warm, niet-te-fris middagzonnetje dat we in België wat vaker zouden kunnen gebruiken, wacht ik tot half twee (half drie op mijn horloge) en dan besluit ik dat het mooi is geweest. Tijd om naar Indy en James Bond te trekken.

Een kudde journalisten

De lobby van het hotel, de mensen die er in rondlopen, de piccolo die me naar de derde verdieping voert in een lift met een tweepersoonszeteltje... Alles aan Claridge's schreeuwt uit dat proletariërs als ik hier niet thuishoren. Universal heeft blijkbaar de hele derde verdieping afgehuurd voor de gelegenheid. Ik word naar een verrassend klein kamertje gevoerd, waar tien à vijftien lotgenoten op elkaar gepakt zitten. De catering mag er zijn: broodjes, water, van die dure Nespresso-koffie die George Clooney naar 't schijnt drinkt en zelfs een schotel met frietjes die wordt warm gehouden door een gasbrandertje. Het is zo dat je de meer ervaren junket junkies van de first timers kunt onderscheiden: de mannen die dit regelmatig doen, werpen zich op het voedsel alsof ze al drie dagen niet meer hebben gegeten. De anderen durven op zijn best een watertje te nemen en zetten zich daarna op een stoel om hun vragen door te nemen. Onder de aanwezigen zijn een Deense journalist die er krèk uitziet als Comic Book Guy uit 'The Simpsons' en een Ghostbusters T-shirt aanheeft; een Japanse dame waarvan ik heel even vermoed dat het eigenlijk Wendy Van Dijck is in haar Ushi-gedaante; en ons aller Ward Verrijcken, veteraan van talloze Rode Lopers, die schrikt dat hij niet de enige Vlaming ter plaatse is, maar een sympathiek babbeltje komt slaan.

Over één ding is iedereen het eens: Harrison Ford is definitely de meest gevreesde man van de dag. Ford staat bekend als een grumpy old man, die eigenlijk een hekel heeft aan interviews, laat staan snelle, oppervlakkige babbeltjes zoals vandaag, en bijgevolg de neiging heeft om zijn antwoorden te beperken tot twee gemompelde woorden. Wat ergens begrijpelijk is, ware het niet dat hij gemiddeld 15 à 20 miljoen dollar vangt voor een film; voor zoveel geld mag je al wel eens vriendelijk glimlachen naar de journalist die vijf minuten van je tijd komt opeisen met een paar domme vragen.

Een assistent met een klembord steekt zijn hoofd de kamer in en roept mijn naam af. "Kom maar even mee," zegt hij, en hij leidt me de gang in. Aan vier van de deuren die op de gang uitgeven, staan enkele stoelen klaar. De assistent laat me plaatsnemen en zegt dat ik zo dadelijk binnen mag bij Jon Favreau, de regisseur van de film, die eerder ook al de twee 'Iron Man'-films draaide. De manier waarop ik daar zit, roept oncomfortabele herinneringen op aan universiteitsexamens: met een paar papieren in de hand in een gang rondhangen, tot het aan jou is en je jezelf moet gaan bewijzen. Vijf minuten nadien mag ik binnen voor het eerste interview van de dag.

Lees verder...

E-mailadres Afdrukken
 
Een dag in het leven van een persmuskiet

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST