Banner

Don’t Be Afraid of the Dark

1.0
Ewoud Ceulemans - 17 december 2011

En hupsakee, ze slaan ons voor de elfendertigste maal om de oren met een haunted house movie. En gezien de score die deze recensie inleidt, hebben de oplettende lezers onder jullie al meteen door dat ook 'Don't Be Afraid of the Dark' niet meteen een hoogvlieger is. Ook al staat er dan de naam van Guillermo del Toro op de affiche, zelfs cult fans zullen door deze film tot weinig meer bewogen worden dan het moedeloos ophalen van de schouders. Een mens gaat zich afvragen waarom er überhaupt nog geld en tijd wordt gestoken in dit soort films. Om het plezier dat de makers eraan beleven? Nee, want de regie is saai en lijdt aan bloedarmoede. Om (eindelijk) het genre opnieuw uit te vinden? Nee, want de scenaristen gebruiken elk cliché, en dan nog in een clichématige volgorde. Om horrorfans te plezieren? Nee, want van enige gore of chills zijn er geen sprake. Meest plausibel: om zoveel mogelijk veertienjarige meisjes schrik aan te jagen op sleepovers? Zelfs dat niet: bang worden zit er niet in, en er zijn films die schaamtelozer op die status mikken en veel effectiever zijn ('Dead Silence', 'The Exorcism of Emily Rose'), ook al zijn ze kwalitatief niet veel waard. En dan toch gaan kijken. U zou eens moeten weten hoe moe je daarvan wordt.

Het door stemmen opgejaagd wild is ditmaal Sally (Bailee Madison), een ietwat ongelukkig meisje van gescheiden ouders. Aangezien mama pleit voor verandering van omgeving, wordt ze naar papa Alex' (Guy Pearce) afgelegen landhuis gestuurd, dat hij samen met zijn nieuwe vriendin en binnenhuisarchitect Kim (vertolkt door Katie Holmes, en in het origineel het doelwit van de slechterikjes) helemaal wil opknappen om dan door te verkopen. Terwijl de eigenwijze en moeilijk communicerende Sally zich terugtrekt in haar eigen kamer, of liever in de kelder die zopas is ontdekt, wordt ze door fluisterende stemmetjes uitgenodigd om met hen te komen spelen. Aanvankelijk wil ze daar maar al te graag op ingaan, maar al snel blijkt dat het gaat om ratachtige figuurtjes (denk aan de befaamde Sumatraanse rat-aap uit 'Braindead', maar dan met wat antropomorfe trekjes) die een lichte fascinatie hebben voor scherpe voorwerpen en zich voeden met kindertanden. En dan komt de hele santenkraam vrolijk op gang.

Houd u vast aan uw bretellen, want wat dan volgt is zo'n aaneenrijging van clichés dat het verdomd moeilijk is om er niet onpasselijk van te worden. U zou mij ervan kunnen beschuldigen dat ik nu 'spoilers' ga lanceren, ware het niet dat elkeen die een idee heeft van wat er zoal in spookhuizen zou kunnen gebeuren, exact kan voorspellen hoe de plot - of wat daarvoor moet doorgaan - vanaf dan loopt. Er is de oude opzichter (Jack Thompson), die weet dat het huis niet pluis is en Sally tegen wil en dank probeert weg te houden van de kelder. Er is de vader die zijn dochter niet wil geloven en er een psycholoog bijhaalt. Er is de zogezegd verrassende wending dat de stiefmoeder de enige is die het meisje gelooft. Er is de - vanzelfsprekend in karig licht gefilmde - scène in de bibliotheek, waar zowel de personages als de lezer via gotische tekeningen te weten komt wat er zich zoal heeft afgespeeld, en wat er zich nog gaat afspelen. Er is de toch wel behoorlijk stevig van de pot gerukte finale, waarbij het buiten onweert zoals dat alleen maar in clichématige horrorfilms gebeurt en de elektriciteit uitvalt. Need I say more?

Ja? Wel, hier dan: al die clichés worden met een gigantische dosis ernst en een nog veel groter gebrek aan zelfrelativering bovengehaald. Want, laat ons wel wezen, 'El Orfanato' schuwde de klassieke wendingen van de verlaten landhuis-plot ook niet meteen, en daar werkte het wel: ten eerste omdat regisseur Bayano zich daar focuste op een uitgekiende sfeeropbouw, en ten tweede omdat hij de klassieke structuur met ongelooflijk veel liefde voor het medium film leek toe te passen. Regisseur Troy Nixey hanteert de spookhuisformule echter met bijzonder weinig gedrevenheid en doet geen enkele moeite om de kijker niet het gevoel te geven dat 'Don't Be Afraid of the Dark' op automatische piloot is gedraaid. En als je dan toch niets leuks kan doen met zo'n plot, durf er dan tenminste Sam Raimi-gewijs over te gaan. Nee hoor, alles wordt braaf en voorgekauwd afgehaspeld. Geeuw.

Tot slot zijn er nog een paar acteurs die zo erbarmelijk staan te spelen dat je maaltijd van die avond langzaam maar zeker een uitweg zoekt, en liefst langs boven. En het is dan niet zozeer kindactrice Bailee Madison die op je zenuwen werkt, dan wel Katie Holmes (wat had u gedacht?) en vooral Guy Pearce. Wij zijn hier nochtans fans van 'Memento' en 'The Proposition', maar hier staat de man toch vooral erg saai en vermoeiend te wezen. Voor je het weet betrap je jezelf erop dat je zit te bidden dat hij aan het einde van de film de duimen gaat leggen, maar 99 minuten later bleek dat - helaas - ijdele hoop. En dan zwijg ik nog over de tandenschepsels die hier de boosdoeners moeten uithangen: hun vindingrijkheid is belachelijk groot (let op de scène waar ze Guy Pearce in de val lokken), hun engheidsfactor belachelijk klein. Het enige moment waarop je even wakker wordt, zit bovendien al in de trailer, dus is het verdomd moeilijk om je ogen open te houden.

Vroeger werd ik boos van zo'n films - verdorie, hebben ze nou weer zo'n rommel uitgekakt! Toen was het nog leuk - heel de film lang scherp je je pen, denk je na hoe je deze prent voor de enola-lezers met de grond gelijk gaat maken. 'Don't Be Afraid of the Dark' heeft echter zo'n hoog prefab gehalte, dat ik zelfs die ongelooflijk plezante vorm van woede niet kon opbrengen. Ik ben er alleen maar moe, ongelooflijk moe, van geworden. En moedeloos. En lichtjes depressief.

E-mailadres Afdrukken
 
Don’t Be Afraid of the Dark
VS - Australië - Mexico / 2010
Regie: Troy Nixey
Scenario: Guillermo del Toro; Matthew Robbins
Met: Bailee Madison; Guy Pearce; Katie Holmes; Jack Thompson
Duur: 99 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST